De Opwarming Van De Aarde Een Halt Toe Roepen
We kunnen het nooit genoeg zeggen: als we niet snel onze uitstoot van CO 2 en andere broeikasgassen terugdringen, dan stijgen de temperaturen wereldwijd. De gevolgen zullen desastreus zijn: droogte, overstromingen, uitstervende diersoorten en grotere verspreiding van ziektes. Niet het soort planeet dat je graag aan je kinderen nalaat. Actie is dus geboden en wel meteen. Minder energie verspillen en schonere energie produceren zijn de kernwoorden. Maar de zorg voor onze planeet reikt verder. Ook de vervuiling moet aangepakt worden, bijvoorbeeld door de kost reeds bij de aankoop van een product aan te rekenen.
Een belangrijke factor in de uitstoot van broeikasgassen zijn de energiecentrales op steenkool, stookolie en gas. We putten onze grondstoffen niet alleen aan een razendsnel tempo uit, we versterken er dus ook het broeikaseffect mee. De oplossing ligt niet in het bouwen van nieuwe kerncentrales. Ook uranium is immers een uitputbare bron van energie en het afval bedreigt nog duizenden jaren de volksgezondheid. Enkele een resolute keuze voor hernieuwbare energie biedt een duurzame oplossing.
1. Wij verwerpen de piste van de 4de generatie kerncentrales. De gefaseerde kernuitstap blijft behouden . In de plaats wordt de opwekking van hernieuwbare energie maximaal gestimuleerd, door wettelijke barrières weg te nemen , en door meer middelen te investeren in onderzoek en ontwikkeling . Op Europees vlak is er nood aan een bundeling van alle krachten in een verdrag rond hernieuwbare energie, EURENEW .
2. SLP is ook voorstander om het systeem van emissiehandel uit te breiden op grond van het ' vervuiler-betaalt '-principe.
Naast propere energie moet er op korte termijn ook meer werk gemaakt worden van een besparing op het gebruik van energie. Hoe lager het gebruik, hoe lager de factuur, maar ook hoe lager de uitstoot. Iedereen wint. Vooral de huishoudens hebben alle belang bij energiezuinige woningen. De overheid doet reeds heel wat inspanningen, maar die moeten verder gaan en vooral beter gecoördineerd worden. In Vlaanderen bestaan er vandaag meer dan 2.000 federale, Vlaamse, provinciale of gemeentelijke maatregelen die uitgaan van de overheid of de netbeheerder. Elk hebben ze een eigen reglement, en niet zelden overlappen ze elkaar. Dat is waanzin.
3. De Vlaamse overheid is exclusief bevoegd voor rationeel energiegebruik en dient het beleid daaromtrent dan ook te coördineren. Alle middelen die momenteel naar energiebesparing gaan, dienen te worden gecentraliseerd en uniform aangewend . De premies worden principieel toegekend bij de opmaak van een offerte en uitgekeerd voor het betalen van de factuur , zodat ze een maximaal ondersteunend en stimulerend effect hebben.
4. De beleidsfocus moet geleidelijk aan verschuiven van het promoten van milieuvriendelijke woningen, over de passiefwoning, naar het veranderen in productiewoningen . Een dergelijke woning staat zelf op milieuvriendelijke wijze in voor zijn elektriciteit en levert het overschot aan het elektriciteitsnetwerk. Dit netwerk wordt daarvoor voorzien op decentrale energieproductie . Bij nieuwbouw mag enkel nog een onafhankelijk ambtenaar de energieprestatiecertificaten afleveren. Bij renovatiewerken worden energieaudits gratis en verplicht ingevoerd.
Ook het verkeer via de weg, zowel van goederen als van mensen, zorgt voor een zware uitstoot van broeikasgassen, maar bijvoorbeeld ook van fijn stof. De files op onze wegen versterken dit nog, door het voortdurend versnellen en afremmen. We moeten dus minder verplaatsen, anders verplaatsen en vlotter verplaatsen.
5. We wensen het autogebruik te ontraden, niet het bezit ervan. De Verkeersbelasting wordt afgeschaft en in ruil hiervoor wordt de slimme kilometerheffing ingevoerd, op basis van milieueigenschappen van de wagen, het tijdstip en de plaats. De invoering gebeurt gefaseerd : eerst de vrachtwagens, nadien bestelwagens, bedrijfswagens en als laatste particuliere wagens.
6. Vlaanderen is een belangrijk logistiek centrum, maar onze wegen kunnen de toevoer aan vrachtwagens steeds moeilijker slikken. Slimme en zuinige logistiek via compacte goederenstromen zijn daarom noodzakelijk. Bedrijven met goederen die op eenzelfde manier logistiek behandeld worden, moeten beter samenwerken . Het bedrijfsleven initieert, de overheid stimuleert en coördineert, de wetenschap analyseert.
7. Het openbaar vervoer wordt verder geoptimaliseerd, met een groter aanbod (nachtnet) dat beter onderling op elkaar is afgestemd. Investeringen in hogesnelheidstreinen, lightrail en GEN vormen de prioriteit.
8. Het aanleggen van extra rijvakken of snelwegen is geen duurzame oplossing voor de problematiek van de files. Wel het versneld uitvoeren van de ontbrekende schakels tussen de bestaande wegen. De ring rond Brussel moet beter ontsloten worden en de maximumsnelheid op de ring beperkt tot 100 km/u. Door de inzet van spitsstroken , waarbij de pechstrook gecontroleerd wordt opengesteld voor verkeer op drukke momenten, en dynamisch verkeersmanagement kan men met de bestaande weginfrastructuur een hoger rendement halen.
De opwarming van het klimaat is niet de enige zorg voor wie oog heeft voor het milieu. Ook de vervuiling en bijhorende vernietiging van de biodiversiteit vereisen onze blijvende aandacht.
9. "De vervuiler betaalt" blijft een belangrijk uitgangspunt. Maar bestraffen achteraf is vijgen na Pasen. Bovendien kan de vervuiler vaak niet opgespoord worden. Het is dus verstandiger om de kost voordien al aan te rekenen . Dat is wat men de internalisering van de milieukost noemt. Door bij de levering van een goed of dienst al in de prijs ervan rekening te houden met de impact op het milieu, ontraad je het gebruik van vervuilende goederen of diensten en voorkom je dat de vervuiler zijn verantwoordelijkheid ontloopt. De financiële opbrengst hiervan moet ook effectief gaan naar het bestrijden van de vervuiling en dient niet als verkapte belastingverhoging.
10. Het herstel van de biodiversiteit is een prioriteit, door de aanleg van meer natuurgebied en bossen. Een deel daarvan moet gesloten blijven voor het publiek, omdat de impact van recreatieve activiteiten niet gering is.