Provincieraad - actualiteitsdebat

mei 2007

ACTUALITEITSDEBAT  

van de heren Kristof Pillaert (CD&V-N-VA), Jan Lacombe (Vlaams Belang), mevrouw Jasmijn Bonte (Sp.a-spirit), de heren Carl Vereecke (Open Vld), Luc Vandecaveye (CD&V-N-VA), Marc Vanpaemel (Groen!), Kurt Ravyts (Vlaams Belang), Christof Dejaegher (CD&V-N-VA), Patrick De Klerck (Open Vld), Kristof Pillaert (CD&V-N-VA)

 

Oefencentrum brandweer

 

De heer Kristof Pillaert, CD&V-N-VA-raadslid, opent met een korte inleiding en schets de problematiek van het oefencentrum voor de brandweer. Andere provincies beschikken reeds over dergelijke centra. In West-Vlaanderen zijn enkele kleinere sites aanwezig die lang niet toereikend zijn om alle brandweerlui uit de provincie ter dege op te leiden. De Militaire School te Zedelgem is een mogelijkheid voor de inrichting van het oefencentrum. Het is een domein van openbaar nut, een zeer goede locatie en er kan gebruik gemaakt worden van de bestaande infrastructuur. De heer Pillaert vraagt de raad en de deputatie om de provincie West-Vlaanderen een trekker te maken in dit dossier. Aansluitend vraagt de heer Pillaert de mogelijkheid om binnen de commissie een infopunt in te lassen om dit dossier ten gronde toe te lichten.

De heer Jan Lacombe, Vlaams Belang-raadslid, vraagt zich af wat de raad te maken heeft met brandweeropleiding. Ook stelt de heer Lacombe de vraag of Zedelgem de meest geschikte plaats is voor het oefencentrum, rekening houdend met de enorme infrastructuurkosten die hiervoor nodig zullen zijn. De heer Lacombe wil weten wat het antwoord was op de brief die aan de heer minister Flahaut werd gestuurd in verband met het verwerven van deze school. Ook vraagt de heer Lacombe wie de wettelijke werkgever is van de brandweer, omdat die persoon dan ook moet instaan voor de opleiding. De heer Lacombe vermeldt dat de Vlaams Belang-fractie voor 100% staat achter een opleiding voor brandweerkorpsen, vergelijkbaar met de opleiding in de andere provincies. Samenvattend vraagt de heer Lacombe dus wat de raad met de brandweer heeft te maken, en wat de financiële verantwoordelijkheid zal zijn van de provincie in dit project.

Mevrouw Jasmijn Bonte Sp.a-spirit-raadslid, wil namens de Sp.a-spirit-fractie een aantal zaken meedelen. Momenteel zijn er 7 centra met infrastructuur binnen de provincie die een basisopleiding bieden, weliswaar zonder overkoepelende infrastructuur. De focus van de opdrachten van de brandweer zijn ondertussen ook gewijzigd met een grotere nadruk op brandpreventie. Mevrouw Bonte stipt aan dat blussen 8% van het werk is waardoor de hiervoor benodigde vaardigheden (om effectief te blussen) minder gebruikt worden en dus beter getraind moeten worden. Het effectief oefenen met het blussen van branden in reële situaties is zeer belangrijk. De Sp.a-spirit-fractie erkent de nood aan een dergelijk opleidingscentrum. De rol van de provincie hierin moet wel in vraag worden gesteld. Mevrouw Bonte stipt aan dat deze taken alvast niet terug te vinden zijn in de kerntaken die zijn bepaald. De fractie vindt de locatie in Zedelgem de perfecte locatie. Een provinciale financiële tussenkomst in de aankoop en uitrusting kan echter in vraag worden gesteld.

De heer Carl Vereecke, Open Vld-raadslid, vindt dat de provincie toch een belangrijke rol kan spelen in opleiding en training van het brandweerpersoneel. De heer Vereecke verduidelijkt dat de rol van de provincie toch belangrijk wordt in het kader van de denkpiste om de vier provinciale centra (Wobra, School voor Bestuursrecht, WIVO en West-Vlaamse Politieschool) te integreren tot één opleidingscentrum. Dan is er wel een belangrijke taak te vervullen voor de provincie. De heer Vereecke vraagt naar de stand van zaken betreffende dit initiatief. Concreet stelt de heer Vereecke de vraag wat de stand van zaken is betreffende de integratiegedachte en of er reeds inspanningen genomen zijn om de statuten van de verschillende scholen op elkaar af te stemmen.

De heer Luc Vandecaveye, CD&V-N-VA-fractievoorzitter, stipt aan dat er een noodzaak bestaat voor opleidingscentra in West-Vlaanderen, niet alleen voor de brandweer maar ook voor de politieschool. Voor wat betreft de juistheid van de gekozen locatie, vermeldt de heer Vandecaveye dat dit dient onderzocht te worden. De CD&V-N-VA-fractie kan zich daar op heden niet over uitspreken. De heer Caveye herinnert ook aan de vraag die reeds tijdens de vorige legislatuur werd gesteld om na te denken over de piste om de vier provinciale opleidingscentra onder één bestuur te steken. De heer Vandecaveye vraagt in hoeverre die mogelijkheden vandaag nog bestaan. Voor wat betreft de vraag of dit een kerntaak is van de provincie zegt de heer Vandecaveye dat die taak niet in de kerntaken terug is te vinden. De heer Vandecaveye pleit om de druk uit te oefenen ten opzichte van de federale overheid voor wat betreft deze materie, vermits het om een federale materie gaat. Onze provincie heeft recht op een degelijk opleidingscentrum naar analogie met de andere provincies. De heer Vandecaveye vermeldt ook dat er zich een aantal opportuniteiten voordoen (zoals de locatie in Zedelgem) en stelt voor om dit als hefboom te gebruiken voor de realisatie van het opleidingscentrum.

De heer Marc Vanpaemel, Groen!-fractievoorzitter, meldt dat de Groen!-fractie het voorstel van de heer Pillaert kan ondersteunen voor zoverre de provincie initiatiefnemer is. Het creëren van een brandweer- of oefenschool behoort niet tot de kerntaken van de provincie. De heer Vanpaemel sluit af door te zeggen dat initiatief nemen kan, maar dat daarmee de rol van de provincie in deze materie ook is uitgespeeld.

De heer Kurt Ravyts, Vlaams Belang-fractievoorzitter, duidt op het bestaan van de federale wet die de brandweer hervormt en die niets vermeld over een provinciaal oefencentrum. De heer Ravyts zou derhalve ook niet willen vaststellen dat de provincie financieel engagement neemt bij een lacune in de wetgeving. Afsluitend duidt de heer Ravyts op de verantwoordelijkheid van de meerderheid in de federale regering om de gebrekkige financiering van de brandweer op te lossen.

De heer Christof Dejaegher, CD&V-N-VA-raadslid, meldt dat de gemeenten de laatste jaren bijzonder veel hebben gefinancierd inzake brandweer en brandweeruitrusting. Er is nood aan een goede opleiding en training voor de brandweermensen en daarmee is het van het grootste belang dat dit dossier ten gronde wordt onderzocht. De heer Dejaegher stipt aan dat het gaat om het redden van mensenlevens en dat de provincie bij die taak wel degelijk is betrokken. Zij het geen kerntaak, dan is de provincie toch een structurele en belangrijke partner in deze materie.

De heer Patrick De Klerck, Open Vld-fractievoorzitter, wijst op het feit dat het Vlaamse niveau ook een belangrijke planningsverantwoordelijkheid heeft. De heer De Klerck verwijst naar de plenaire vergadering over de afbakening van regionaal-stedelijk gebied Brugge en dat Vlaanderen de optie heeft opengehouden voor de uitbouw van een belangrijk centrum. De Open Vld-fractie is voor dit dossier mits vervulling door de randvoorwaarden zoals door de heer Vereecke aangehaald in zijn tussenkomst.

De heer Kristof Pillaert, CD&V-N-VA-raadslid, onderstreept dat de rol van de provincie bestaat in het uitoefenen van een trekkersrol. In plaats van eerst te bepalen wie er zal betalen om vervolgens initiatief te nemen, argumenteert de heer Pillaert om eerst initiatief te nemen en de hogerliggende overheden wakker te schudden. De heer Pillaert vraagt aan de provincieraad dit dossier op de rails te zetten.

 

Antwoord

De heer Jean de Bethune, voorzitter, sluit aan bij het wederwoord van de heer Pillaert en stelt dat de heer Pillaert de suggestie doet, zowel naar het federale als het Vlaamse niveau, een motie vanuit de raad te sturen.

De heer Jan Durnez , gedeputeerde, stipt aan, in antwoord van de vraag van de heer Carl Vereecke naar de integratie van de provinciale opleidingscentra, dat zowel WIVO als de School voor Bestuursrecht op Vlaams niveau zeer hoog scoren. De heer Durnez vermeldt dat er verder werk wordt gemaakt van de integratie van de vier bovenvermelde opleidingscentra. Voor wat betreft de benodigde infrastructuur zegt de heer Durnez dat de vereisten moeten worden bepaald. Afsluitend, voor wat betreft de financiering, meldt de heer Durnez dat de oplijsting van de benodigde infrastructuur moet worden afgewacht om hierover definitief een uitspraak te kunnen doen. Voor zeer speciale materies moet bovendien met de verschillende centra afspraken worden gemaakt voor een optimale besteding van de middelen. Financiering is cruciaal maar daarvoor dienen de verschillende partners eerst te worden gehoord.

De heer gouverneur onderstreept het belang van het thema, het debat en het onderwerp veiligheid van de provincie. Voor de opleiding van de brandweer is er dringend een nood aan een opleidingscentrum. Voor de financiering kunnen vragen worden gesteld. Voor wat betreft de locatie stelt de gouverneur de vraag welk alternatief als locatie beter geschikt is, rekening houdend met milieu- en ecologievoorwaarden en waar ook de mogelijkheid bestaat om andere opleidingscentra hun basis te laten vinden. De gouverneur bevestigt ook dat in deze materie de verantwoordelijkheden moeten gelegd worden, vooral financieel, waar ze in eerste instantie liggen. Het belang van dit dossier is uitermate groot in deze provincie. De gouverneur drukt de hoop uit dat de eenstemmigheid binnen deze Raad zich ook verder in het traject kan manifesteren.

Afsluitend vat de voorzitter de conclusies van het debat samen en vraagt de heer Pillaert om een tekst van gecombineerde motie te overwegen (naar het Vlaamse en het federale niveau) die, na overleg met de fractieleiders, besproken zal worden met het oog op de raad van 21 juni 2007.

 

Terug naar overzicht