Programma

ONTWERPTEKST VERKIEZINGSPROGRAMMA

9 april 2004

BINNENLANDS BESTUUR

 

 

Spirit wil de bestuurskracht van de lokale besturen versterken. Dit is het vermogen om een beleid te voeren dat vertrekt van een aantal duidelijke politieke beleidskeuzes en rekening houdt met de noden en verzuchtingen van de inwoners.

 

•  Dit veronderstelt dat de bestuurders in staat zijn de noden van de inwoners te detecteren, te denken in termen van doelstellingen en ernaar te handelen (strategische planning).

 

•  Dit veronderstelt tevens dat de gemeenten over de nodige instrumenten en middelen kunnen beschikken om zo'n beleid op poten te zetten.

 

•  Dit veronderstelt ook dat de andere overheden (provincies, Vlaamse en federale overheid) de gemeenten de kans laten om een eigen beleid te ontwikkelen en de gemeenten niet degraderen tot uitvoeringsagentschappen van andere overheden.

 

Het is de taak van de Vlaamse overheid om een kader te scheppen dat zo'n lokaal beleid mogelijk maakt, aanmoedigt, ondersteunt. Dit veronderstelt Vlaamse regelgeving naar de sector van de lokale besturen, maar ook regelgeving naar de andere beleidsniveaus.

 

 

1. Een nieuw politiek kader

 

 

- Wij willen een andere invulling van de functie van gouverneur, als commissaris van de Vlaamse regering, doch zonder de semi-politieke rol die hij nu speelt en waarvoor hij niet democratisch gelegitimeerd is.

 

- De arrondissementscommissarissen hebben totaal geen bestaansreden meer. Hun taken worden overgenomen door ambtenaren van de provinciale afdelingen van de Administratie Binnenlandse Aangelegenheden.

 

- Spirit pleit op termijn voor het afschaffen van de provincies als politiek beleidsniveau. Administratieve streekplatforms en rastersteden ondervangen de nood aan een bovenlokale, streekgerichte aanpak en een sterker gedecentraliseerd overheidsbeleid.

 

- De omgangsvormen tussen de Vlaamse regering en de lokale besturen is voor verbetering vatbaar. Wij vragen daarom de installatie van een p ermanent overlegforum met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG). Het instrument van het lokaal effectenrapport is aan verfijning toe. Daarbij betreft het niet enkel de financiële gevolgen van voorgenomen beslissingen, maar ook de effecten naar interne organisatie. Spirit wil een vermindering van de planlasten voor de lokale besturen door de integratie van de sectorale plannen in één gemeentelijk legislatuurgebonden beleidsplan, of minstens een kaderdecreet waarin de generieke voorwaarden opgenomen worden waaraan alle sectorconvenants moeten voldoen (inzake duurtijd, beleidsplan, financiering, controle, opvolging en evaluatie). We vragen tevens een vermindering van het specifiek toezicht en wensen zo veel mogelijk terug te vallen op de procedures van algemeen toezicht.

De minister van binnenlandse aangelegenheden binnen de Vlaamse regering wordt betrokken bij alle regelgeving die gevolgen heeft voor de lokale besturen en krijgt de verantwoordelijkheid om tot een horizontale afstemming te komen in functie van de effecten op de gemeenten.

 

- Er is nood aan een creatie van een nieuw en eigentijds organiek kader voor de gemeenten. De krachtlijnen voor een dergelijk gemeentedecreet zijn:

a) Het verhogen van het democratisch gehalte van de besturen: goed functionerende politieke organen die zich met de essentie bezig houden, namelijk het bepalen van het beleid van de gemeente.

b) Het verbeteren van het management : verantwoordelijkheid geven aan het ambtelijk niveau (uitvoeringsverantwoordelijkheid, beleidsvoorbereidende rol).

c) Het invoeren van een strategische planning.

d) Ruimte laten aan de gemeenten voor zelfregulering, enkel sturen op de hoofdlijnen.

e) Het voeren van een modern personeelsbeleid mogelijk maken.

f) Het invoeren van een modern financieel beleid.

g) Interbestuurlijke samenwerking (tussen verschillende bestuursniveaus) mogelijk maken.

h) Het aanbieden van een modern kader voor publiek-private samenwerking.

i) Het intern toezicht versterken, het extern toezicht beperken.

j) De betrokkenheid van de burger verhogen.

Wij willen evenwel geen hervorming van de politieke organisatie zonder hervorming van de ambtelijke organisatie. Het succes van een gemeentebestuur hangt immers af van een goede samenwerking en een goed uitgebalanceerd evenwicht tussen politiek en administratie.

 

- Spirit is voorstander van een rechtstreekse burgemeestersverkiezing. Evenwel op voorwaarde dat men dit niet aangrijpt als een middel om een soort van presidentieel regime binnen de gemeenten te installeren, met burgemeesters die zelf hun schepenen aanduiden of verregaande inhoudelijke bevoegdheden en macht krijgen. Er moet dus verder gewerkt worden binnen het huidige "parlementaire" regime, waarbij het college zijn legitimiteit put uit het feit dat het kan rekenen op een meerderheid van de gemeenteraad. Cohabitatie wordt onmogelijk gemaakt door de kandidaat-burgemeester met de meeste stemmen een formatieopdracht te geven om het college te vormen. Hij/zij wordt pas effectief burgemeester als hij/zij in die opdracht slaagt, zoniet gaat het initiatief naar de kandidaat met de tweede meeste stemmen. Het mandaat van burgemeester wordt beperkt tot 2 legislaturen.

 

- Spirit wil de gemeente- en districtsraad uit hun ivoren toren halen. Raadsleden zijn in de eerste plaats volksvertegenwoordigers en moeten ontlast worden van alle administratieve dossiers die nu hun werking hinderen. Voor spirit staat de gemeenteraad centraal in de coördinatie van de regierol van de stad, in de bespreking van de inhoud en de resultaten van het stadsdebat en als publiek platform voor de participatieve democratie. Het statuut en de ondersteuning van raadsleden in steden en gemeenten moet meer in evenwicht zijn met de belangrijke taak die zij te vervullen hebben. Van hen wordt verwacht dat ze de dialoog met burgers en de civiele maatschappij dragen en daarover communiceren. Daarom hebben raadsleden - zowel van meerderheid als oppositie - recht op een minimale ambtelijke ondersteuning bij het uitwerken van initiatiefvoorstellen. Daarnaast krijgt de raad een recht op onderzoek: de raad kan dus een onderzoek of enquête instellen naar het doen en laten van een college. Elke gemeenteraad (afzonderlijk, ofwel in combinatie met andere kleine gemeenten) heeft het recht op het instellen van een rekenkamer, die rapporteert over de doelmatigheid en effectiviteit van het lokaal bestuur in bepaalde (omstreden) dossiers, dan wel over het beleid als geheel.

 

- Spirit wil de ocmw-raad laten opgaan in de gemeenteraad en de gemeenteraad bevoegd maken voor de materies die nu besproken worden op de ocmw-raad. Elk College van burgemeester en schepenen moet een schepen van Sociale Zaken hebben.

 

- Wij pleiten voor een gemeentebestuur dat in omvang kleiner is, namelijk minder uitvoerend en meer conceptueel. Dit betekent dat een deel van de taken wordt uitbesteed (bvb. het integraal afvalbeheer), maar ook dat er nieuwe taken bijkomen. De organisatie van het stads- en gemeentedebat en de participerende democratie, en de regisserende en regulerende rol van de gemeentelijke bevoegdheden vergen een sterk geprofessionaliseerde communicatie- en evaluatiecultuur. Deze communicatie is zowel intern gericht tussen diensten alsook extern.

 

- D e bevoegdheid over de gemeentelijke fiscaliteit moet aan de gewesten overgedragen worden. In afwachting van deze bevoegdheidsoverdracht wil spirit er bij de federale overheid voor pleiten dat de thans bestaande beperkingen op de gemeentelijke fiscaliteit zoveel mogelijk weggewerkt worden.

 

 

2. Naar intergemeentelijke samenwerking

 

 

- Spirit is voorstander van fiscale stromen die stedelijkheid versterken en solidariteit in de stedelijke agglomeraties bevorderen, tussen arm en rijk, tussen buurten onderling en tussen stadsbewoners en stadsgebruikers. Wij willen de lusten en lasten van de woon- en werkgemeente rechttrekken door andere systemen van fiscale herverdeling te ontwikkelen. Dit doe je door:

a) de personenbelasting te hervormen door ze te innen op basis van deels de woonplaats, deels de werkplaats;

b) de vennootschapsbelasting te innen op basis van de voornaamste exploitatiezetel, en niet langer op basis van de maatschappelijke zetel. Lokale belastingen op de economische bedrijvigheid worden vervangen door een stelsel van opcentiemen op de vennootschapsbelasting;

 

- Wij wensen het gemeentefonds te hervormen. Het basisbedrag wordt verhoogd. De fiscale criteria en de fiscale penalisaties worden eruit gehaald, zodat het gemeentefonds enkel verdeelt op basis van criteria die verband houden met objectieve uitgaven, zoals centrumfunctie, landelijkheid en sociale achteruitstelling. De verschillen in fiscale draagkracht tussen gemeenten willen we opvangen via een Vlaams percentage aanvullende personenbelasting en een Vlaamse opcentiem op de onroerende voorheffing waarvan de opbrengst over alle gemeenten verdeeld wordt a rato van het aantal inwoners en waarbij elke gemeente de mogelijkheid krijgt de lokale fiscale druk te verhogen of te verlagen via aanvullende op- en afcentiemen. Zo creëer je solidariteit onder de rijke en arme gemeenten en wordt het gemeentelijk fiscaal beleid gebaseerd op politieke keuzes i.p.v. op factoren die men niet in de hand heeft, zoals fiscale armoede.

 

- Het decreet Intergemeentelijke Samenwerking (IGS) wordt aangepast aan minder klassieke vormen van IGS (in de sectoren cultuur, welzijn, gezondheidszorg, etc.), waarbij samenwerking met private rechtspersonen in een aangepast kader mogelijk wordt.

 

- Spirit pleit voor een Vlaams-Nederlands kenniscentrum Grote Steden. Samenwerking handelt niet enkel over het lokale, ook tussen de steden zelf is een grondige uitbouw van de samenwerking nodig. Samen kennis delen en opbouwen op beleidsdomeinen als de publieke ruimte, de diversiteit, duurzaamheid, de strategie voor stedelijke economie en de stedelijke veiligheid, is voor de synergie in Vlaanderen essentieel. Nog te vaak probeert elke stad zijn eigen boontjes te doppen. Spirit wil dat de Vlaamse overheid deze samenwerking tussen steden stimuleert. De concrete samenwerking kan bvb. betrekking hebben op de ontwikkeling van een complementair economisch pakket om bedrijven aan te trekken. Economische groei ten koste van een andere stad heeft immers vanuit duurzaam oogpunt weinig zin. Ook steden die zich samen inzetten om de digitalisering van de stad verder te ontwikkelen worden door de Vlaamse overheid beloond.

 

 

- Spirit pleit voor een rasterstad die de voordelen van schaalvergroting opneemt en de nadelen van de toegenomen complexiteit vermijdt. Het begrip 'rasterstad' staat voor een flexibele manier van kijken naar de stad, die loskomt van om het even welke grenzen en vermijdt om in niet meer bruikbare stereotiepen te vervallen: stad versus platteland, stad versus rand. Het kan dienst doen als maatschappelijke en bestuurlijk platform dat verschillende bestuurlijke en private actoren samenbrengt om programma's te realiseren. Rasterstad wordt in deze benoemd als de samenhang tussen compacte en minder compacte, centrale en perifere, bebouwde en open, fysieke, sociale en economische stadsfragmenten en dit op meerdere schaalniveaus: binnen de stadsdelen, tussen delen van de stad en de rand, tussen Vlaamse steden en steden in Europa en de wereld ...

 

De rasterstad hoedt ons voor eenrichtingsverkeer: stadsgebruikers participeren immers in de stad en stadsbewoners in de rand en het land. De rasterstad vormt een vernieuwd beleidskader dat de principes van samenhang, diversiteit en participatie met de stadsbewoners, stadsgebruikers, de lokale organisaties en de private sectoren in duurzame denkpistes omzet. We wensen de woorden stad en rand niet meer te gebruiken, maar ze samen te bekijken als onderdelen van de samenhang in de rasterstad. Op termijn willen we het bestuursniveau van de provincie afschaffen. Dit moet leiden tot een gezamenlijk overleg, gericht op het maken van afspraken over bvb. de stadsregionale mobiliteit, een gemeenschappelijke aanpak van recreatieve infrastructuur en toerisme, of vastgoedacties en taakstellingen inzake wonen en werken. Zo vermijd je bijvoorbeeld dat de stad programma's ontwikkelt om gezinnen met kinderen aan te trekken, terwijl in de rand tegelijkertijd nieuwe gronden vrijkomen voor woningbouw.

 

 

3. De burger participeert

 

 

- Bewoners en gebruikers moeten voldoende tijd hebben om zich met de stad bezig te houden. Spirit wil een degelijk statuut voor mensen die zich via vrijwilligerswerk, in hun vrije tijd voor hun buurt inzetten. Wij zijn voorstander van vormen van loopbaanonderbreking en tijdskrediet om mensen de kans te geven zich voor een bepaalde periode voor hun buurt en stad in te zetten. Op basis van het bevolkingsaantal kan de stad een aantal mensen in een project inschakelen. Bewoners die een wijkkrant starten of buren die een systeem van kinderopvang uitwerken, krijgen zo de kans om in een levendige stad te investeren.

 

- Veel dienstverlening is nu individugericht. Spirit wil de mensen meer ondersteuning bieden als ze samenwerken. Het stadsbestuur moet vormen van samenwerking mogelijk maken door extra ondersteuning of door het buurtgericht organiseren van diensten (bvb. voor vergunningsaanvragen, klachten, sociale diensten, enz.). Subsidies voor projecten van autodelen zorgen voor een betere mobiliteit voor stadsgebruikers en bewoners. Spirit pleit voor specifieke woonfaciliteiten voor alleenstaanden, om de financiële en ecologische kosten van het toenemende alleenwonen te drukken.

 

- De buurt moet centraal staan. Spirit wil dat gemeenten de wettelijke omkadering hebben om het wijkbeheer, met de daaraan gekoppelde wijkbudgetten, mogelijk te maken. Bewoners kunnen een wijkgebonden voorstel doen, bvb. over de aanleg van een speeltuin of groen in de straat. Elke wijkgebonden beslissing moet voor advies aan de buurt voorgelegd worden. Concreet wil spirit gemeenten stimuleren om de bevolking inspraak te verlenen bij de begrotingsopmaak. Burgers kunnen jaarlijks concrete voorstellen indienen ten belope van 1% van de gemeentebegroting. Bovendien worden deze voorstellen voorgelegd aan de bevolking in haar geheel, die dan de prioriteiten bepaalt.

 

- De overheid dient meer middelen beschikbaar te stellen voor burgerinitiatieven en instellingen die bewoners daarbij ondersteunen (bijvoorbeeld opbouwwerk en bewonersdeskundigen). Georganiseerde bewonersgroepen kunnen rekenen op welomschreven ambtelijke ondersteuning. Elke gemeente stelt een lokale participatieambtenaar aan die hét aanspreekpunt wordt inzake participatie, participatieprocessen actief ondersteunt en een brug vormt tussen het verkozen bestuur en bewonersgroepen en wijkcomités.

 

- Spirit wil dat de Vlaamse overheid middelen uittrekt voor de oprichting van een 'Huis van de Participatie'. In dat Huis worden participatiemodellen ontwikkeld, vorming gegeven aan bestuurders die participatief aan de slag willen, informatie verschaft aan actiegroeperingen over hoe ze zich moeten organiseren en hoe ze hun rol ten volle kunnen benutten met respect voor de bestaande democratische spelregels, en nagedacht over de troeven van en grenzen aan participatie. Bestaande netwerken van actiegroeperingen worden voluit bij dit Huis van de Participatie betrokken. Het Huis van de Participatie wordt ingebed binnen de sector van het buurt- en opbouwwerk en kan gaandeweg zijn plaats verdienen binnen het maatschappelijk middenveld, als intermediair tussen samenleving en politiek.

 

- Spirit wil dat de lokale overheid voorstellen van burgers ernstig neemt en gemotiveerd behandelt. Per wijk of via thematische debatten ontstaat er zo een interactief proces, een systeem van discussie en verantwoording. Dit proces is transparant en geeft een zicht op de moeilijke afwegingen die het lokaal bestuur moet maken. Bijzondere aandacht gaat naar groepen die in dergelijke processen uitgesloten dreigen te geraken.

 

 

 

 

 


 

 


CREATIEVE ECONOMIE

 

 

Recente inzichten uit de economische ontwikkelingsleer geven aan dat economische groei meer en meer ligt vervat in immateriële waardedrijvers, zoals kennis, informatie, opleiding en vooral creativiteit. Wat vruchtbaar land was voor de agrarische samenleving en wat ruwe grondstoffen waren voor de industriële samenleving, dat is creativiteit voor de samenleving vandaag. Spirit kiest resoluut voor de creatieve economie en wil zich engageren om Vlaanderen te ontwikkelen tot een creatieve sleutelregio in Europa, op een manier die economisch, ecologisch en maatschappelijk meerwaarde oplevert. Onze droom is een Vlaanderen dat bruist van ideeën en bedrijvigheid. Een regio waar iedereen die dat wil zich helemaal suf kan leren; een internationale hotspot voor talentvolle, creatieve mensen; een plaats waar technologie voor iedereen toegankelijk is; een regio waar jong én oud de afstand tussen universitair laboratorium en winkelschap in korte tijd kan dichten; een plek waar ecologische en sociale waarden en een dynamische, innovatieve economie hand in hand gaan.

 

 

1. Innovatie

 

 

- Spirit pleit voor het stimuleren van eigen, formele Onderzoek en Ontwikkeling (O&O) bij bedrijven en kennisinstellingen via directe en indirecte maatregelen. Voor de opvolging en rapportering is, zowel bij ondernemingen als bij de overheid, de ontwikkeling van gepaste systemen noodzakelijk. Verder vragen wij een betere promotie van de wisselwerking tussen O&O en andere bedrijfsfuncties, zoals design en marketing. Netwerken en samenwerking tussen bedrijven onderling, en tussen bedrijven en kenniscentra, verdienen meer stimulansen en ondersteuning. Tenslotte is er nood aan verbetering van de fiscale maatregelen ten behoeve van O&O op basis van wederzijds leren met andere landen en de toepassing van goede basisprincipes zoals eenvoud, geringe administratieve kosten en stabiliteit.

 

- Vlaamse kennisinstellingen, zoals universiteiten en hogescholen, scoren bijzonder goed wat betreft kwalitatief onderzoekspersoneel en vormen nog steeds een belangrijke bron van hoog opgeleide medewerkers voor de bedrijfswereld. Toch merken we dat ondernemingen zich niet langer gebonden voelen aan landsgrenzen voor kennisverwerving: ze oriënteren zich in toenemende mate op de globale kennismarkt. Voor Vlaamse kennisinstellingen is het belangrijk om ook op internationaal vlak uit te blinken. Spirit pleit daarom voor:

a) Het optrekken van de werkingsmiddelen van universiteiten en hoge scholen tot het niveau van Europese koplopers, mits duidelijke prestatie- en schaalafspraken.

b) Het onderzoeken en evalueren van alternatieve, vernieuwende financieringssystemen voor Vlaamse universiteiten, zoals een financiering op basis van kwaliteitsaspecten.

c) Een grotere keuzevrijheid voor universiteiten in het opstellen van hun programma.

d) De gelijkschakeling van het statuut van onderzoekers in bedrijven en universiteiten

e) het overbruggen van de afstand tussen kennisinstellingen en bedrijven door het versterken van persoonlijke contacten via onder meer deeltijdse tewerkstelling, stages, detachering en uitwisselen van medewerkers.

f) Het stimuleren van deeltijds werken waarbij academisch personeel in kenniscentra in de vrijgekomen tijd aan consulting ten behoeve van externe organisaties kan doen.

g) Een evenwichtige verhouding tussen fundamenteel onderzoek aan universiteiten, strategisch basisonderzoek vanuit economische of maatschappelijke invalshoek en toegepast onderzoek in de industriële sector.

h) De ondersteuning van de ontwikkeling van de zogenaamde tweede kennisinfrastructuur, met name bedrijven die een kennisbron voor elkaar zijn.

i) Het sensibiliseren van bedrijven in verband met het potentieel van het Vlaamse publieke en private kennissysteem.

j) Het bevorderen van een dichtere aansluiting van onderzoek bij innovatie door het stimuleren van een multidisciplinaire oriëntatie en aanpak in kenniscentra.

k) Het promoten van hoge scholen als applicatie- en vertaalcentra van kennis afkomstig van universiteiten die niet onmiddellijk bruikbaar is voor bedrijven.

l) Het bevorderen van (internationale) mobiliteit van Vlaamse onderzoekers en academisch personeel.

m) Het vergemakkelijken van de aanwerving en tewerkstelling van buitenlandse onderzoekers en wetenschappers, bvb. via wederzijdse uitwisselingsprojecten.

 

- Spirit wil een efficiënte ondersteuning van kleine en middelgrote ondernemingen én van individuele privaatpersonen betreffende het verwerven en inzetten van industriële eigendomsrechten. Octrooiaanvragen worden hiertoe gesponsord door de overheid, die vervolgens mag delen in de winst. In bepaalde richtingen van het onderwijs moet een basisopleiding intellectueel eigendomsrecht en technologieoverdracht komen. Daarnaast kan worden gedacht aan specifieke opleidingen op maat van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's). Om homogene bevoegdheden en dus een efficiënt beleid mogelijk te maken, vragen wij de overheveling van de bevoegdheid rond octrooibescherming en andere intellectuele eigendomsrechten naar het gewestelijk niveau. Aandacht en actieve bijdrage aan het debat rond intellectuele eigendomsrechten en innovatie in software en e-conomie, de patentering van levende organismen en andere ethische kwesties zijn noodzakelijk.

 

- Voor vele beginnende en kleine ondernemers is het niet evident om financiering voor hun projecten te vinden. Spirit wil dit verhelpen door het aanwezige financieringskapitaal te verhogen tot het niveau van internationale koplopers. De overheid dient middelen vrij te maken voor zogenaamde programmafinanciering, gericht op onderzoek en ontwikkeling en kennisapplicatie op lange termijn. Zij bouwt tevens een uniek (virtueel) loket uit waar bedrijven terecht kunnen voor financiering en begeleiding naar het gepaste overheidsinstrument en particuliere actoren. In navolging van de Tante Agaathregeling uit Nederland wil spirit privé-personen zoals familie, vrienden en kennissen, stimuleren om te investeren in startende ondernemingen. Wij bepleiten tevens een verhoging en versnelde inzet van middelen aan de voorkant van het innovatietraject, het zogenaamde zaaigeld, en een versnelde uitbouw en doorgedreven ondersteuning van zogenaamde kraamkamers voor kennisintensieve bedrijven, in samenspel met wetenschappelijke instellingen. Een actieve ondersteuning bij de opstartfase van bedrijven, bvb. bij het opmaken van een bedrijfsplan, is een absolute noodzaak.

 

- Spirit wil het milieubeleid beter op het innovatiebeleid afstemmen, door bvb. samenwerking rond concrete projecten. Een gevoelige verhoging van de middelen voor milieugericht O&O en hernieuwde aandacht voor de milieuprestaties van technieken in regulier O&O kunnen de snelheid van het ecologische innovatieproces drastisch opvoeren. Wij wensen een actieve ondersteuning van de ontwikkeling en commercialisering van alternatieve energiebronnen, zoals waterstof. Dit noodzaakt het gebruik van indirecte, fiscale maatregelen, de vereenvoudiging en standaardisering van regelgeving en het creëren van een maatschappelijk draagvlak. De biotechnologie, micro-elektronica en nanotechnologie krijgen prioritaire aandacht.

 

- Innovatie dient een meerwaarde te betekenen voor de bedrijvige én de bedreigde burger. Zonder sociale innovatie dreigen vele voordelen van technologische innovatie voor de gemeenschap verstoken te blijven. Spirit wil dit vermijden door:

a) De overbrugging van de digitale kloof in Vlaanderen via gecoördineerde en hernieuwde actie met alle betrokken actoren.

b) Meer mogelijkheden te benutten om het publiek bewust te maken van de vooruitgang op het gebied van spitstechnologie en de wijze waarop die, nu en in de toekomst, het leven van de mensen beïnvloedt.

c) Het populairder maken van wetenschap en technologie.

d) Het stimuleren van technologische ontwikkelingen, specifiek gericht op de integratie van minderheden en kansengroepen.

e) Het toegankelijk maken van webstekken voor iedereen.

f) Het promoten van ethisch, sociaal en maatschappelijk verantwoord ondernemen (corporate social responsability) in de strategie, structuur en organisatiecultuur van bedrijven in Vlaanderen.

g) De invoering van het persoonlijk faillissement.

 

 

2. Bedrijvigheid

 

 

- S pirit pleit voor het creëren van een klimaat van vertrouwen tussen bedrijven door een actieve begeleiding vanwege de overheid, en de adoptie van een beleidsinstrumentarium dat aansluit bij de realiteit van ondernemen in netwerkverband, met name een benadering vanuit de waardeketen. Wij willen het gebruik stimuleren van de adviescheques waarmee kleine, jonge bedrijven advies, ervaring en kennis kunnen verwerven van grotere ondernemingen. Peterschapprojecten tussen kleine en grote bedrijven worden uitgebreid. Netwerkstructuur en een flexibele organisatie binnen bedrijven verhoogt de productiviteit en verdient dus verdere promotie.

 

- Een systematische aspiratie om te innoveren en ondernemen kan niet beperkt blijven tot de eigen regio. Spirit zet zich daarom in voor:

a) het stimuleren van grensoverschrijdende samenwerking rond projecten met hoog potentieel

b) het versoepelen van de aanwerving van internationaal talent

c) het gebruik van internationale referentiepunten voor het ontwikkelen van een beleid

d) Vlaamse ankerpunten in internationale economische en technologische hotspots

e) de verdere uitbouw en verhoging van de werkingsmiddelen voor het systeem van individuele exportbegeleiding van Vlaamse ondernemers die nieuwe markten willen betreden

f) het promoten van exportinitiatieven buiten de Europese Economische Ruimte en een verankering van deze bevoegdheid op gewestelijk niveau;

g) het promoten van internationale wetenschappelijke samenwerking.

 

- Spirit wil een p ermanente aandacht voor kleine en middelgrote ondernemingen in het beleid, met als vernieuwende visie "KMO's als broedplaatsen voor vernieuwing". De drempels voor het starten van een onderneming worden verlaagd en de opstartproblemen van bedrijven met hoog potentieel krijgen specifieke aandacht. Spin-offs hebben nood aan een gepaste ondersteuning en begeleiding, net als KMO's bij hun adoptie van innovaties. Tot slot pleiten wij voor de uitbouw van een begeleidingsinstrumentarium gericht op de doorgroei van familiebedrijven, bvb. via de aanwending van gegevensbanken en inschakeling van extern managerstalent.

 

- Overregulering remt de bedrijvigheid af. De uitdaging voor de overheid bestaat erin, niet om de wetgeving te elimineren, maar om ze te stroomlijnen en te vereenvoudigen, te coördineren en transparant te maken. De overheid dient ook de opvolging en afdwingbaarheid van de regelgeving te garanderen. Verder is het absoluut noodzakelijk dat de regels goed aansluiten bij de praktijk van het ondernemen en innoveren. Spirit ijvert daarom voor een vermindering van de administratieve tijdsimpact op bedrijven door een efficiënte regelgeving, correcte opvolging van dossiers met respect voor vastgelegde termijnen en grondige motivering bij negatief advies, en een gepaste interventie indien nodig. Een uniek (virtueel) loket staat in voor verstrekking van eerstelijnsadvies en begeleiding en doorverwijzing van bedrijven.

 

- Economische groei en welvaartscreatie zijn onlosmakelijk verbonden met productiviteitsgroei in de diensten. Gezien andere Europese landen nauwelijks stimuleringsinstrumenten kennen specifiek voor de diensten, ligt hier een uitgesproken kans voor Vlaanderen om via creatieve beleidsmaatregelen een voorsprong op te bouwen. Dat kan door een grotere aandacht voor diensten in het beleid van de overheid, ondersteuning van productontwikkeling en diversificatie in de dienstensector, en de actieve inzet van informatie- en communicatietechnologie als productiviteitsverhogend middel. Spirit wil ook strikte kwaliteitsnormen en marktaanvoelen introduceren bij die diensten die de overheid financiert en coördineert.

 

- Cultuur is een economische kracht. Een vergroting van de aandacht voor de cultuurindustrie in het beleid van de overheid is daarom noodzakelijk. Vooral segmenten met hoog potentieel, zoals de game industrie, verdienen prioriteit. Spirit wil voorts de creativiteit en vindingrijkheid stimuleren in het onderwijs en topopleidingen creëren voor werkers in de cultuurindustrie. Om de cultuur economisch te stimuleren dient de overheid de juiste randvoorwaarden te scheppen en te helpen bij het creëren of betreden van markten.

 

 

3. Institutionele omkadering

 

 

- Vlaanderen heeft nood aan een geconcentreerd en daadkrachtig innovatiesysteem. Dit is het geheel van organisaties en structuren dat is gericht op het vergroten van de innovatiekracht en het economische potentieel van een land of regio. Spirit wil de huidige versnippering van bevoegdheden en middelen tegengaan door het creëren van homogene bevoegdheden. Dit betekent dat alle middelen voor wetenschap, technologie, innovatie en economie op het niveau van het Vlaamse Gewest worden gebracht. De ministeriële bevoegdheden betreffende economie, innovatie en wetenschappen wensen wij bij één minister samen te brengen. Het Vlaamse innovatiesysteem ondergaat een grondige reorganisatie in het kader van het Beter Bestuurlijk Beleid, met als doel een efficiëntere en doorzichtigere taakverdeling.

 

- Spirit bepleit de oprichting van een permanente Hoge Raad voor Wetenschap en Technologische Innovatie onder leiding van de Minister-president. In haar schoot zitten de betrokken ministers, ook die van onderwijs, samen met vertegenwoordigers van innovatieve ondernemingen en kenniscentra om de plannen op elkaar af te stemmen.

 

- Deugdelijk bestuur in de bedrijfswereld betekent dat geen enkele partij - zij het nu aandeelhouders, managers, personeel, klanten of overheden - het bedrijf voor eigen kar kan spannen. Voor bedrijven die opereren in een netwerk van strategische partners en stake-holders is een doorgedreven vorm van transparantie en vertrouwen onontbeerlijk. Elk gebrek aan deugdelijk bestuur wordt afgestraft omdat ze de basis van het vertrouwen schaadt. Kortom, deugdelijk bestuur wijst de weg naar een professionele en effectieve bestuursorganisatie. Spirit vraagt daarom aandacht voor de introductie van efficiënte, onafhankelijke en open raden van bestuur in ondernemingen, vooral bij overheidsbedrijven en bedrijven die publiek kapitaal ophalen.

 

- De Vlaamse overheid moet streven naar optimalisering van de eigen werking via doelgerichte vernieuwing en aanwending van informatie- en communicatietechnologie. E-government dient evenwel meer te zijn dan een leuke voorgevel of een simpele 'interface' voor administratieve diensten. E-government betekent in de eerste plaats een betere dienstverlening, gericht op en ten dienste van bedrijven en particuliere burgers. Dit vergt de realisatie van een interactief elektronisch loket op basis van open standaarden waar ondernemers vergunningen kunnen aanvragen en verplichte vermeldingen en rapporten kunnen doorgeven. Spirit vraagt tevens de versnelde uitbouw van elektronische netwerken op alle beleidsniveaus en administraties, en de virtuele integratie van aanvragen voor stedenbouwkundige en milieuvergunningen.

 

- Een succesvol innovatiebeleid vergt publieke technologie aanbestedingen (PTA) en toekomstverkennende studies. Bij PTA voert de overheid een aankoopbeleid dat is gericht op producten en/of diensten die eigenlijk nog niet bestaan. Dit betekent dat bij leveranciers O&O en innovatie moet gebeuren voor er kan worden geleverd. Op die manier financiert de overheid delen van O&O en innovatie, en vermindert ze de onzekerheden voor ondernemingen. De bedoeling van toekomstverkennende studies is dan weer om actief op zoek te gaan naar nieuwe trends die zich kunnen vertalen in belangrijke marktopportuniteiten voor lokale bedrijven. Om deze werkwijze te stimuleren, pleit spirit voor een Vlaamse overheid die zich engageert betreffende PTA en toekomstverkennende studies. Kleine en middelgrote ondernemingen worden maximaal betrokken. PTA is tevens bruikbaar voor ecologische, sociale en culturele doeleinden, zoals het halen van de Kyoto-norm. Om een en ander in goede banen te leiden, dient de overheid technologisch onderlegd personeel aan te werven dat PTA kan opvolgen.

 

 

4. Infrastructuur van de creatieve economie

 

 

- Investeren in onderwijs en opleiding levert een permanente bijdrage aan de economie. Wij vragen daarom:

a) meer aandacht voor het creëren van een openheid voor onafhankelijkheid, creativiteit en initiatief bij leerlingen en studenten op alle niveaus van het onderwijs

b) investeringen in de creatieve didactiek via gepaste opleidingen voor leerkrachten en mogelijkheid tot naschoolse vorming

c) het stimuleren van creatieve overbruggingsprojecten tussen verschillende leeftijdsgroepen en leerrichtingen

d) het opnemen van miniondernemingen in het curriculum van het secundair onderwijs

e) het creëren van synergie tussen onderwijs, maatschappij en bedrijfsleven via inschakeling van praktijklectoren en uitwisselingsprojecten

f) bijkomende investeringen in technische richtingen en ingenieursopleidingen

g) stagecontracten voor leerlingen bij ondernemers in vernieuwende en snelgroeiende sectoren

h) promotie van genderneutraal onderwijs

i) promotie van zelfstandig ondernemerschap bij jongeren in het algemeen en bij vrouwen in het bijzonder

 

- Leren houdt niet op als je van school komt. Spirit pleit voor sensibiliserende en stimulerende maatregelen ter ondersteuning van levenslang en levensbreed leren. Nieuwe vormen van leren, zoals gemengd leren, een combinatie van e-leren en traditionele methodes, en afstandsleren worden in het professionele leven gepromoot. Met speciale aandacht voor Open Universiteit, die meer afgestemd moet worden op de Vlaamse noden.

 

- In de creatieve economie is informatie- en communicatietechnologie (ICT) een hefboom voor economische ontwikkeling, en een drijvende kracht achter duurzame productiviteitsgroei en een hogere graad van tewerkstelling. Bovendien bevordert ICT nieuwe vormen van werkgelegenheid, zoals thuiswerken of telewerken. Verder biedt het de mogelijkheid om de economie op een flexibele en wendbare wijze op te bouwen rond strategische netwerken en draagt het bij tot een betere integratie van kansarmen in de samenleving. Een goed beleid stimuleert daarom de ICT-vaardigheden van zowel jongeren, werknemers als alle burgers via gepaste opleidingen en bijscholingsmogelijkheden. Voor spirit moet iedereen gratis toegang hebben tot een snelle internetverbinding. Wij pleiten voorts voor meer investeringen in technologische infrastructuur ter ontwikkeling van e-conomie en e-commercie. Wij denken hierbij onder meer aan draadloze internetverbindingen in openbare ruimtes. Vrije, open source software wordt maximaal gepromoot in de verschillende geledingen van de maatschappij. Wij vragen ook gepaste maatregelen gericht op de beveiliging van persoonlijke gegevens en het probleem van ongevraagde en ongewenste berichten, de zogenaamde spam .

 

- S pirit be pleit de inschakeling en verdere ontwikkeling van nieuwe technologieën zoals de verkeerstelematica voor het aanreiken van innovatieve oplossingen in het mobiliteitsvraagstuk. Wij willen intermodaliteit, het gebruik van verschillende vervoersmiddelen op dezelfde reis, stimuleren en ondersteunen. Een hernieuwde aandacht voor de klassieke infrastructurele hindernissen en actie op dit veld, bvb. de uitdieping van waterwegen in steden, is noodzakelijk. Telewerken en thuiswerken worden aangemoedigd en de mobiliteitszin van Vlamingen via sensibiliserende en stimulerende maatregelen verhoogd. De honkvaste Vlaming wordt zo een mobiele Vlaming.

 

 

5. Menselijk klimaat

 

 

- Wij vragen hernieuwde aandacht voor de kwaliteit van het leven en de omgeving, gericht op wat er is - het patrimonium, de buurten, de fysieke vormgeving - wie er is - de mensen, de diversiteit, de menselijke energie - en wat er gebeurt - het bruisende straatleven, de buurtcafés, de restaurants en muziektrefpunten, actieve recreatie. Spirit wil creativiteit lokaal verankeren door lokale kunstenaars, architecten en ontwerpers rechtstreeks bij de vormgeving van leefgemeenschappen en vernieuwingsprojecten te betrekken. Wij wensen tolerantie op lokaal niveau op basis van persoonlijke interactie te promoten. Mensen met vernieuwende ideeën en creatieve inzichten kunnen bij interactieve innovatiedesks van lokale overheden terecht. Tot slot vraagt spirit bijkomende investeringen in goede culturele voorzieningen, een toegankelijke woningmarkt, en sport- en ontspanningsmogelijkheden.

 

- Vandaag lijkt het soms alsof we worden overstelpt met informatie. De toestellen en applicaties die ons die informatie leveren, zijn bovendien meer en meer zichtbaar in de omgeving. Informatietechnologie dreigt een storende factor te worden. Ubiquitous computing (UC) of de alomtegenwoordigheid van intelligente verwerkingskracht, biedt een oplossing: het scheidt het technologische element van de informatie door technologische toepassingen in te bouwen in de directe omgeving. Op deze manier plaatsen we de toegangspunten van de informatiestroom weg uit ons onmiddellijk gezichtsveld, terwijl de informatie subtiel verwerkt is in onze omgeving. UC creëert met andere woorden een leefbare wereld, waarin technologie ten dienste staat van de mens en niet omgekeerd. Het concept is tevens toepasbaar in traditionele sectoren, zoals voeding, textiel of de bouwnijverheid. Spirit wil deze trend ondersteunen door het promoten van UC als een belangrijke (markt)opportuniteit voor Vlaamse bedrijven en onderzoekscentra. De werkingsmiddelen voor O&O in UC en de ontwikkeling van praktische toepassingen met UC worden drastisch verhoogd. Spirit is echter niet blind voor mogelijke gevaren en vraagt ook aandacht voor de ethische dimensie in technologische ontwikkelingen en het respecteren van de privacy.

 

- Creatieve economie heeft als opdracht om de broodnodige flexibiliteit binnen het economisch gebeuren niet te laten verworden tot een éénrichtingsverkeer van bedrijf naar bedrijfslid, maar moet een streven zijn naar een meerwaarde voor alle betrokkenen.

Flexibiliteit moet erop gericht zijn om de sociale interacties tussen mensen te vergroten en niet in te perken.


 


Cultuur, vrije tijd en de media

 

 

Cultuur is levensnoodzakelijk voor de samenleving. Het is een belangrijke hefboom voor een maatschappij die waarden als openheid, democratie, culturele diversiteit, participatie en creatieve en kritische zin bij de brede bevolking wil aanscherpen. Cultuur verheft, vertedert, pleziert, brengt mensen bij elkaar, stelt vragen, choqueert, ontroert, stimuleert creativiteit, bevordert persoonlijke ontplooiing en gemeenschapsvorming, stimuleert de ontwikkeling van een individuele en maatschappelijke identiteit, emancipeert, bevordert ethische waarden zoals verdraagzaamheid... Vooral jongeren zijn vatbaar voor het nieuwe en verrassende en moeten via het cultuurbeleid daartoe kansen krijgen. Dit beleid wordt bepaald door een territorium en het volk dat ermee verbonden is. Het territorium is Vlaanderen, het volk zijn alle mensen die in Vlaanderen wonen. Maar we doen dit in een open geest, dus in een internationaal referentiekader.

 

 

1. Vrije tijd

 

 

- Spirit is voorstander van een actief tijdsbeleid en dus een kwaliteitsvollere omgang met de tijd. We kunnen dit als volgt realiseren:

a) minder uren per week en minder stresserend, maar tegelijk gemiddeld meer jaren werken

b) deeltijds werken bevorderen, vooral door mannen aangezien zij nu amper van deze werkvorm gebruik maken

c) tijdskrediet veralgemenen, waarbij een vervangingsplicht wordt ingevoerd.

d) het klassieke systeem van loonsverhogingen door anciënniteit drastisch wijzigen. Minstens in de overheidssector wordt de formule van capaciteitsbeloning ingevoerd. Daarbij wordt in de eerste plaats gekeken naar wat mensen kunnen presteren. Dat betekent dat de loonsprongen groter worden naarmate de werknemer meer ingewerkt geraakt. Het relatief hoogste loon wordt dan bereikt op het moment dat de mensen het nodig hebben, zoals bij de aankoop van een huis of studies van de kinderen.

e) bij de arbeidsvoorwaarden niet enkel met het loon rekening houden, maar ook met de tijd. Zo pleiten wij ervoor om overuren systematisch meer te belonen met vrije tijd.

 

- Spirit pleit voor het behoud van collectieve tijdruimtes die in grote mate vrij zijn van arbeid en verplichtingen. Zo kan men loskomen van de alledaagse stress en onthaasten we als vanzelf. We willen een behoud van de zondagsrust, een maximale afstemming van de vrije tijd van ouders op die van kinderen, partners en huisgenoten - zoals de vakantie - en het afremmen van avondwerk, zodat gezamenlijke momenten van het gezin niet onder druk komen te staan.

 

 

2. Sport

 

 

- Spirit wil dat de recreatieve sportbeoefening prioritaire beleidsaandacht krijgt. Kinderen moeten proeven van de verschillende sportdisciplines en mogen niet te snel geleid worden naar één sporttak. Daartoe wordt ook competitie op te jonge leeftijd ingedijkt. Spirit wil dat in alle leerplichtonderwijs minimaal dagelijks lichamelijke opvoeding wordt gegeven

 

- De Vlaamse overheid moet de sportbeoefening door personen met een handicap bevorderen en bijzondere aandacht besteden aan sportparticipatie bij achtergestelde groepen.

 

- De gemeenten krijgen een sterke coördinerende rol in de bevordering van de participatie in recreatieve en competitieve sporten, de zorg voor infrastructuur en de kwaliteitsbevordering in sportclubs, en de samenwerking met scholen. Daartoe neemt zij in de driehoek sportclub - gemeente - school de positie van regisseur in. Deze coördinerende rol brengt mee dat de gemeentelijke sportdienst voor een kwaliteitsvol aanbod zorgt en hierover informatie verspreidt. Zij staat ook in voor een aanvullend recreatief aanbod en bevordert de kennismaking met nieuwe sporten. Dat kan via sportkampen of sportacademies. De gemeenten krijgen hiervoor de nodige middelen. De Vlaamse Gemeenschap maakt daartoe een nieuw decretaal kader, zoals dit voor het lokaal jeugdwerk en het lokaal cultuurbeleid is gebeurd. Spirit wil een Brussel-luik in het lokaal sportdecreet.

 

- De cruciale rol van de sportclubs maakt investeringen in een betere vorming en begeleiding van bestuursleden, begeleiders en trainers noodzakelijk. De complexiteit van het leiden van een sportclub en het begeleiden van jeugdige sportbeoefenaars is sterk toegenomen en dat vereist een grotere kennis van de diverse facetten van sportwetgeving, trainingsmethoden, clubbeleid enz.

 

- Via de gemeenten (decreet sportdiensten) en de landelijke federaties (decreet sportfederaties) wenst spirit een betere subsidieregeling voor clubs te bereiken waardoor we kunnen werken aan de kwaliteit. Aandachtspunten worden dan onder meer de pedagogische vaardigheid, het kunnen omgaan met diversiteit en pluraliteit, de veiligheid en het drukken van de lidgelden. We willen in dit kader werk maken van het inschakelen van meer (ex-)
topsporters, regenten en licentiaten lichamelijke opvoeding voor opleiding, promotie en stages.

 

- Spirit wil dat scholen tijdens de schooltijd terecht kunnen in de gemeentelijke infrastructuur. Omgekeerd moeten sportclubs, verenigingen en gemeenten voor sport- en culturele activiteiten na de schooluren gebruik kunnen maken van de schoolinfrastructuur. Ook de infrastructuur van het deeltijds kunstonderwijs (muziekonderwijs, academies enz.) wordt waar mogelijk meervoudig ingezet. Wij wensen dit te stimuleren via een subsidie voor kleine aanpassingswerken, zoals het creëren van aparte toegangen. Bij de subsidiëring van nieuwe infrastructuur voor scholen of gemeenten is een dergelijk dubbel gebruik een noodzakelijke voorwaarde.

 

- Voor spirit staat preventie bij dopingbestrijding voorop, maar ook repressie kan niet achterwege blijven. Dopingnetwerken worden aangepakt in samenwerking met Justitie. Door Justitie de namen van de dopingzondaars te bezorgen, maak je de opsporing van de dealers mogelijk. In overleg met de sportfederaties wordt een uniforme strafmaat bepaald. Als de federaties de regels van de dopingbestrijding niet naleven, volgt daadwerkelijke bestraffing.

Vlaanderen moet in de dopingaanpak een leidende rol op wereldvlak ambiëren.

 

 

3. Cultuurparticipatie en -creatie

 

 

- Spirit vraagt dat:

a) cultuureducatie, het omgaan met beeldcultuur en het verwerken van informatie, op school versterkt worden

b) toneel- of dansgezelschappen, orkesten, cultuurcentra, vormingsinstellingen enz. een educatieve en publiekswerking ontwikkelen

c) gemeenten hun openbare bibliotheek en gemeenschaps- of cultuurcentrum versterken

d) een betere communicatie over cultuur wordt ontwikkeld, op maat van doelgroepen

e) een grotere betrokkenheid bij de programmering en het bestuur wordt bewerkstelligd, ook van jongeren

f) alle gesubsidieerde orkesten en gezelschappen één keer per jaar in een onverwachte, verrassende en atypische locatie, tegen een lage entreeprijs, en voor een breed publiek een voorstelling geven. Ongetwijfeld kunnen ze zelf nog veel uitdagender suggesties formuleren om de hen subsidiërende gemeenschap een wederdienst te bewijzen. Zo bekom je een massa verrassende culturele onderdompelingen per jaar.

 

- Spirit wil naar analogie met de maaltijdcheque een systeem uitwerken van sport- en cultuurcheques, als extra aanvulling op het loon of het vervangingsinkomen. Die kan de gebruiker voor diverse activiteiten inzetten: bvb. theaterbezoek, lidmaatschap van de jeugd- of sportclub, inschrijving aan de muziekacademie, of het kopen van een boek. Dit systeem moet de participatie bevorderen en de culturele activiteit en economie stimuleren. Het genereert jobs, fiscale stromen en vooral veel cultureel plezier.

 

- Om verzoeting te bevorderen, relaties en netwerken te versterken, en de cultuur in Vlaanderen te stimuleren, wil spirit van 11 juli, het feest van de Vlaamse Gemeenschap, naast een betaalde feestdag een ' cultuurcadeaudag ' maken. Het geven van cultuurcadeaubonnen wordt dan een nieuw volksgebruik op 11 juli en in de periode "Vlaanderen Feest" (1 tot 11 juli). Bij elke euro die de koper betaalt, legt de Vlaamse Gemeenschap een euro bij. Daarvoor is een goed uitgewerkt systeem nodig, met speciale "cultuurwinkels" in de steden en gemeenten, en diverse geschenken en acties. Via efficiënte en doelgroepgerichte campagnes hopen wij zo een nieuwe traditie in het leven te roepen.

 

- Mensen die het financieel, cultureel of lichamelijk moeilijk hebben om te participeren, verdienen prioritaire aandacht. Dit veronderstelt onder meer een sterkere inspraak, de basiserkenning dat elke mens cultuur is en heeft, en een hechtere samenwerking tussen 'gewone' en 'buitengewone' organisaties. Stigmatisering is uit den boze. Spirit wil een pact afsluiten tussen de gemeenten en de Vlaamse Gemeenschap waarin wordt afgesproken dat de zogenaamde 1 euro-werkingssubsidies van de Vlaamse gemeenschap in het kader van het lokale cultuurbeleid zes jaar lang voor een bepaald percentage hieraan worden besteed. Zo kan jaarlijks een relevante subsidiebonus per kind worden toegekend.

 

- We wensen de autonome ruimte van de kunst en de kunstenaars te beschermen tegen neoliberale en mercantiele tendensen. Kunst 'moet' niets. De overheid dient hierbij te streven naar een rijk en gevarieerd aanbod. Het pas goedgekeurde kunstendecreet moet dit mogelijk maken. In de volgende legislatuur is een verdere implementatie en een inhaalbeweging in de financiering van sectoren zoals de beeldende kunsten en de kunsteducatie, noodzakelijk.

 

- Spirit vraagt een verdere begeleiding en uitbouw van het sociaal statuut van de kunstenaar. Vlaanderen moet daarvoor zelf een Kunstenloket openen, opleidingen organiseren, sensibiliseren ten voordele van dit statuut, ijveren voor een voordelig BTW-statuut en het toepassingsgebied maximaal benutten. Op vlak van verloning en kwaliteit is een Europees statuut voor de kunstenaar wenselijk. Dit vermijdt concurrentievervalsing.

 

- Het in de voorbije legislatuur opgestarte beleid om mensen te laten kennismaken met hun cultureel erfgoed, en de noodzakelijke zorg ervoor, moet nog krachtig uitgroeien. Daarom wil spirit met nog meer steden erfgoedconvenanten afsluiten, steun voor thematische organisaties (bvb. Platform voor Begijnhoven), meer financiële ademruimte voor de archieven, een Vlaamse opvolger voor de Archiefwet en een verdere goede ontwikkeling van onze musea.

 

- Verder zien we dat de erfgoedverenigingen, de volkscultuur, al te minimaal worden gefinancierd. De vergrijzing van de samenleving werkt positief in op de verenigingen rond heem- en familiekunde wegens de instroom van zestigplussers. Hier ligt dus een enorm potentieel.

 

- Veel roerend en oraal erfgoed - zoals kunstwerken, archieven, beeld en geluidsfragmenten, digitale archieven, verhalen, dialecten of volkscultuur - gaan verloren of worden te gelde gemaakt. Spirit wil dat er dringend meer werk wordt gemaakt van inventarisatie en registratie, het opstellen van schaderapporten en van een degelijke subsidiëring van restauratie. Vlaanderen moet deze inhaalbeweging zelf zo goed mogelijk aansturen, in overleg met de andere overheden, en opnemen in een meerjarenplanning.

 

- Spirit vraagt aandacht voor ontsluiting van het onroerend erfgoed en visieontwikkeling . Daarin wordt het unieke, maar geïsoleerde beschermd monument veel meer bekeken in samenhang met de gebouwen en stadsdelen in de omgeving. Dit vergt de opmaak van specifieke, aangepaste en gegradeerde beschermingsregels ten bate van de monumenten en waardevolle gebouwen, én ten bate van de stedelijke leefbaarheid en evolutie. Tevens pleiten wij voor een betere bescherming en restauratie van monumenten, met meer gebruik van publiekprivate samenwerking.

 

- Spirit wenst de inventarisatie van alle voetwegen en trage wegen te stimuleren.

 

- Spirit wil het sociaal-cultureel werk op een correct subsidieniveau brengen om de aan de gang zijnde vernieuwing, zoals het decreet voor het volwassen sociaal-cultureel werk, te realiseren. Dat is nodig om de volkshogescholen en de bestaande en nieuwe verenigingen en bewegingen toe te laten hun missie waar te maken. Hetzelfde geldt voor het jeugdwerk.

 

- De amateurkunsten willen we meer en beter in beeld brengen. Het aantal actieve kunstliefhebbers dat zich individueel of in groep bijschaaft en uitleeft, zit in de lift. De Vlaamse overheid moet mee investeren in festivals en evenementen die hun kunsten in de verf zetten.

 

- Het lokaal cultuurbeleid kent een groot succes. Om alle gemeenten te laten deelnemen is nog een bescheiden financiële inspanning door de Vlaamse overheid nodig.

 

- Spirit vraagt ook meer middelen voor sociaal-artistieke projecten, zowel in het kunstenbeleid als in het lokaal cultuurbeleid . Dergelijke werken dragen bij aan de stedelijke ontwikkeling en het wegwerken van situaties van (sociaal)-culturele ongelijkheid.

 

- Het Cultuurpact is verouderd en werkt zuilbestendigend. Spirit vraagt de omvorming ervan tot een Diversiteitspact . Dit pact moet interculturaliteit bevorderen, waardering voor diversiteit uitspreken en alle groepen actief betrekken bij het beleid. Dit veronderstelt een verankering in een Vlaamse grondwet en afdwingbare regels.

 

- Een degelijk Vlaams internationaal cultuurbeleid is gestoeld op uitwisseling, artistieke en culturele activiteiten ten bate van wederzijdse kwaliteitsverbetering en een betere kennis van andere culturen. Bij het internationaal cultuurbeleid met ontwikkelde landen vertrekken we van de noodzakelijke steun die artiesten krijgen voor hun werk in het buitenland. Voor de samenwerking met de derde wereldlanden vertrekken we van een prioritair landenbeleid van de Vlaamse overheid. Daarbij is cultuur een krachtige motor voor ontwikkeling omdat dit de creativiteit bevordert, en de identiteit en de gemeenschapszin versterkt. Daarom wil spirit de expliciete aanwezigheid van culturele projecten in de ontwikkelingssamenwerking. .

 

- Spirit bepleit creatieve en positieve maatregelen om een doorgroei of heropleving van de culturele industrie mogelijk te maken. Het gaat over muziek, film, mode, gaming, nieuwe media, design, architectuur, het boekwezen, de commerciële podiumkunsten. Wij denken hierbij aan een culturele investeringsmaatschappij en een vorm van tax-shelter om de inzet van risicokapitaal te bevorderen. Een verlaging van de BTW-voet naar 6% voor alle culturele producten blijft een absolute noodzaak.

 

- Om de muziekindustrie te ondersteunen, wil spirit dat Vlaamse cd's ongeacht het genre, ongeacht de taal en ongeacht die door een independant of door een major worden uitgebracht, en mits te voldoen aan een aantal kwaliteitscriteria, kunnen rekenen op een gecontroleerde, gelimiteerde productiesteun . Zo wordt het financiële risico voor opname en distributie beperkt. Als de cd winst maakt, wordt de steun terugbetaald en kan de overheid in de winst delen. Deze maatregel kadert best in een economiebeleid.

 

- Een belangrijke, maar zeker niet de enige oorzaak van de malaise in de muziek- en filmindustrie is het illegaal downloaden en kopiëren. Daardoor lopen artiesten en producenten inkomsten mis waar ze wel recht op hebben. Wij willen dit probleem oplossen zonder in zinloze repressie te vervallen. Het downloaden heeft namelijk formidabele voordelen qua gebruiksvriendelijkheid, snelheid, toegankelijkheid en distributie. Het heeft de muziek voor iedereen beschikbaar gemaakt. Spirit bepleit daarom een alternatieve heffing op lege cd-rom's en audio-cd's, cd- en dvd-writers, op mp3-spelers of op bepaalde vormen van internetgebruik om de gederfde inkomsten te compenseren.

 

 

4. Een nieuwe visie op auteursrechten

 

 

- Elke kunstenaar heeft recht op een volwaardig inkomen voor zijn artistieke prestaties. Spirit bepleit daarom
Voor muziek :

a) een procentuele bijdrage op de omzet van impresariaten van binnen- en buitenlandse groepen

b) een procentuele bijdrage op de omzet van grootschalige concerten waarvan de rechten niet of zeer beperkt in ons land worden geïnd

Deze middelen vloeien grotendeels als een auteursrecht terug naar de artiest. Spirit wil echter 10% afleiden naar een fonds voor de steun aan jonge artiesten, risicovolle projecten, cd-opnames, videoclipproductie, promotie voor muziek en non-profit clubs.

Voor podiumkunsten :

c) een vastgelegde procentuele vergoeding op uitkoopsommen of entreegelden bestemd voor auteur, vertaler, choreograaf ...

In de letteren :

d) een toename van de middelen voor het Letterenbeleid met 10 miljoen euro per jaar

e) acties ter bevordering van de goede boekhandel, zoals de vaste boekenprijs

In de film en andere audiovisuele kunsten :

f) gegarandeerde minimumpercentages van de opbrengsten van ticketverkoop in de bioscoop, en de verkoop en verhuur van video en dvd voor de regisseurs, acteurs en andere artistieke medewerkers.

 

- Spirit wil een derde van de rechten die geïnd worden op plaatsen waar muziek commercieel wordt gebruikt, zoals de billijke vergoeding voor de horeca, en de heffingen op de blanco geluidsdragers en opnametoestellen, gebruiken voor het stimuleren van kunstonderwijs, creatie en productie. Hiervoor kan een regeling worden gemaakt op cultuurpolitieke gronden, dus door de gemeenschappen.

 

- Auteursrechten worden geïnd door private vennootschappen, waarop haast geen controle mogelijk is. Het geheel baadt in een sfeer van onduidelijkheid, geheimzinnigheid of zelfs wantrouwen. Niemand ziet heldere verbanden tussen wat geïnd wordt en wat ten goede komt aan auteurs. Spirit wil daarom Sabam en andere beheersvennootschappen transparanter maken. Dit vergt de afschaffing van de lokale zelfstandige bijkantoren en de inning van duidelijke, vaste bedragen via het één-loket-systeem.

 

- De auteur krijgt de mogelijkheid om zijn eigen auteursrechten te beheren of uit te besteden aan een zelfstandig makelaar. Die heeft door zijn kleinschaligheid een directe band met zijn klant en kan de inningen geval per geval bekijken.

 

- Spirit heeft er geen probleem mee dat de artiest blijvend opbrengsten kan genereren van zijn kunstwerk. Tenminste zolang hij of zij leeft. Het huidige systeem dat de nazaten tot 70 jaar na de dood van de auteur of componist nog auteursrechten kunnen krijgen, is onzinnig . Spirit stelt voor deze termijn te beperken tot twintig jaar na het overlijden. Daarna behoort de kunst tot het openbaar patrimonium.

 

- De overheid moet de kost van auteursrechten voor verenigingen en onderwijsinstellingen in hun plaats betalen.

 

- De gevolgen van Sabam, reprorecht, leenrecht of billijke vergoeding zijn exclusief binnen gemeenschapsbevoegdheden te voelen. Een defederalisering kan volgens spirit een betere verhouding stimuleren tussen de culturele sector en de kunstensector enerzijds, en de beheersvennootschappen anderzijds. Het laat de Vlaamse en de Franse Gemeenschap toe om preciezere maatregelen te nemen ten bate van kunstenaars en gebruikers, en kan leiden tot een correctere en gezondere kijk op de auteursrechtelijke problematiek.

 

 

5. Media en nieuwe technologieën

 

 

- Elke Vlaming moet gratis via de kabel over een vastgelegd minimumaanbod zenders, waaronder de openbare omroep, kunnen beschikken. Die zenders moeten de culturele diversiteit weerspiegelen, van CNN tot Al Jazeera, van VRT tot BBC, van Arte tot de National Geographic. Spirit wil bovendien dat de lokale televisiezender in haar hoofdstad, TV-Brussel, behoort tot het pakket dat ter beschikking staat op elke kabel in de provincie Vlaams-Brabant en in Vlaanderen.

 

- Spirit wil tevens dat iedereen thuis en/of in een aantal openbare voorzieningen over een gratis en snelle internetverbinding beschikt, bijvoorbeeld via de kabel.

 

- Voor spirit staat niet in eerste instantie het marktaandeel van de openbare omroep centraal maar wel volgende vier opdrachten:

a) Garant staan voor een gevarieerd aanbod, dat alle doelgroepen bereikt op een kwaliteitsvolle en objectieve manier, met aandacht voor de diversiteit van mensen, smaken en culturen. Daarin horen ook die groepen die door de concurrentie niet commercieel interessant bevonden worden. Spirit stelt dat alle programma's ondertiteld dienen te worden zodat ook personen met auditieve handicap toegang krijgen tot het medium televisie.

b) Een motor zijn van het culturele leven in Vlaanderen. Dat betekent dat er in het programma-aanbod ruimte voorzien wordt voor werk van Vlaamse artiesten.

c) Degelijke, kwaliteitsvolle informatie verstrekken.

d) Een pioniersrol vervullen inzake nieuwe media(dragers).

In de nieuwe beheersovereenkomst is plaats voor andere criteria zoals het bereik van doelgroepen, kwaliteitscriteria ter evaluatie van de vier kerntaken, aandacht voor diversiteit en pluriformiteit.

 

- Grote manifestaties en evenementen, zij het van sportieve, culturele of andere aard, zoals de Olympische Spelen, de Ronde van Frankrijk of wielerklassiekers, evenals basisinformatie en bijhorende beeldverslagen van bvb. de voetbalcompetitie, moeten steeds te zien zijn op een open net, en niet op betaaltelevisie.

 

ECOLOGIE

 

 

In dit luik van het verkiezingsprogramma worden verschillende ecologische thema's behandeld die spirit na aan het hart liggen en waarmee/waarin spirit het verschil wil maken. Meerdere thema's zijn nauw verwant en lopen soms zelfs in elkaar over. Het is daarom belangrijk de materie ook interdisciplinair aan te pakken. Samenwerking, communicatie en overleg, zowel binnen de verschillende overheidsdisciplines als tussen burger en overheid, zijn essentieel.

 

Ecologie kan bovendien niet zomaar losgekoppeld worden van economie en van de sociale sector. Daarom is het evengoed van belang de ambitieuze milieudoelstellingen te verzoenen met de vooruitstrevende doelstellingen op economisch en sociaal vlak. Welvaart en comfort hoeven niet tegengesteld te zijn aan een gezonder en duurzamer milieu. Nu de gevolgen van bepaalde handelingen in het verleden merkbaar en aanwijsbaar worden, is het vandaag dé grote uitdaging om creatief met deze kennis om te springen en inventieve ideeën niet zondermeer af te wijzen maar een werkelijke kans te bieden. Creativiteit en durf treden op die manier in de plaats van het betuttelende groene vingertje.

 

 

Internalisering

 

Spirit wilt de milieufinanciering danig hervormen. Het beginsel 'de vervuiler betaalt' moet eenduidig en consequent toegepast worden. Dit in de eerste plaats door internalisering van de milieukosten. Alle kosten die gedurende de hele levenscyclus van een product gemaakt worden, moeten reeds bij aankoop van dit product in de prijs zitten. Dus ook de kosten voor de inzameling en verwerking van het afvalproduct. Ten tweede mogen heffingen enkel een regulerende werking hebben, ongewenst (milieuonvriendelijk) gedrag kan zo bijgestuurd en gewenst gedrag gestimuleerd worden. En tenslotte zijn er de belastingen die de algemene middelen toekomen en van waaruit het milieubeleid bijkomend gefinancierd wordt.

 

Internalisering kan stapsgewijs ingevoerd worden. In de eerste plaats kunnen de afvalkosten geïnternaliseerd worden. Je moet dan niet meer betalen om van een afvalproduct af te raken; geen dure huisvuilzakken meer, geen sluikstorten of zwerfvuil. Maar het principe kan ook verder uitgebreid worden, bijvoorbeeld naar internalisering van de afvalwaterzuivering i.p.v. een algemene rioolheffing. Producenten worden gestimuleerd om milieuvriendelijke producten aan te bieden en zullen dus ook investeren in milieuvriendelijke processen.

 

Internalisering heeft meer effect dan bonussen en taksen. In het huidige systeem spelen de budgettaire en niet de ecologische motieven; er wordt dus niet-economisch geredeneerd. Door de afvalsector te privatiseren, kan de sector zelf de manier bepalen waarop dat gebeurt; zij het onder controle van de overheid en volgens de door de overheid vastgestelde regels.

 

Internalisering vraagt echter inspanningen. De consument wordt verantwoordelijk gesteld voor het afval dat hij produceert. Daartegenover heeft hij zijn consumptiegedrag volledig zelf in de hand; reeds bij aankoop kan hij de gevolgen van zijn keuzes voelen. Internalisering van de milieukost moet er uiteindelijk toe leiden dat de jongere generaties en de ontwikkelingslanden de gevolgen van ons consumptiegedrag niet doorgeschoven krijgen, m.a.w internalisering is de sleutel naar duurzaamheid.

 

 

 

 

Beginnen met afval

 

Wie afval heeft, wil er vanaf. En dit liefst zo snel en eenvoudig mogelijk. En oh ja, ook zo goedkoop mogelijk. Maar als overheid moet je er wel ergens mee naartoe. Hoewel ieder van ons al inspanningen heeft geleverd en Vlaanderen massaal zijn afval sorteert, missen we toch een beetje ambitie in het Vlaamse afvalbeleid. Er moet werk gemaakt worden van innovatie, ook in de afvalsector.

 

De tijd dat we afval kunnen negeren, is voorbij. We kunnen niet onbeperkt blijven kopen en consumeren zonder ons om de 'rest' van onze producten te bekommeren. Het afval moet ergens naartoe, er moet iets mee gebeuren. Wetenschappelijk onderzoek kan hiermee helpen. Er hebben zich ondertussen al evoluties voorgedaan in de afvalwereld; er zijn tal van alternatieven in de voorbehandeling en eindverwerking van afval voorhanden. En die technieken zijn ecologischer, economischer en goedkoper. Maar een ommezwaai vraagt lef. Daarom komt spirit ambitieus uit de hoek en ijvert voor de sluiting van alle traditionele verbrandingsinstallaties in Vlaanderen tegen 2016.

 

Ondertussen breidt de bio-energiemarkt uit onder druk van het Kyoto-protocol. Klassieke fossiele brandstoffen zijn te vervuilend en te schaars om zomaar te verbranden als er alternatieven voorhanden zijn. Door gericht te investeren in nieuwe procédés kan er op de vraag van de bio-energiemarkt naar afval, om te gebruiken bij elektriciteitsproductie, ingespeeld worden. Door inspanningen vanuit de afvalindustrie kan bovendien meegeholpen worden om de uitstoot van koolstofdioxide (CO 2 ) te verminderen. Vlaanderen kan haar aandeel emissies met 1,35% doen dalen als het investeert in de nieuwste technieken voor afvalverwijdering. Afval is dan niet langer afval, afval wordt een grondstof, een economisch goed!

 

Ook het sorteerprincipe blijft niet ongemoeid. De recente ontwikkelingen in de afvalsector, waarbij men het afval voor verwerking droogt of stoomt, werpen een compleet nieuw licht op het sorteren. Er zijn procédés voorhanden die het afval automatisch sorteren; is sorteren dan nog een noodzaak? Antwoord hierop is dat we in de toekomst enkel nog zullen sorteren wanneer het economisch en ecologisch verantwoord is. We beseffen dat hiermee geraakt wordt aan de fundamenten van het huidige afvalbeleid. Nochtans zijn we niet van mening dat sorteren van vandaag op morgen overbodig is of dat álle vormen van sorteren in de toekomst zinloos zijn. Een evaluatie van het principe in relatie tot de nieuwe technieken dringt zich bij implementatie op.

 

 

Energie

 

De energieproblematiek is een complex gegeven. Technologische vooruitgang, ecologische beperkingen, politieke wisselwerking, economische haalbaarheid, maatschappelijke perceptie, . ze hebben er allemaal hun weerslag op.

 

Het is nodig dat de overheid een rol blijft spelen in het energiebeleid. Stimuleren, subsidiëren, onderzoeken, evalueren en durven vernieuwen zijn slechts enkele krachtpunten. Het is voldoende gebleken dat fossiele brandstoffen niet het antwoord kunnen zijn op al onze toekomstvragen. Ook hier is duurzaam beleid nodig; voorzien in de noden van het heden zonder de toekomstige generaties in het gedrang te stellen.

 

Voor de hand liggende oplossingen bieden zich hier aan: besparen op het energieverbruik en efficiënter energieverbruik. Maar ook meer ingewikkelde en gedurfde voorstellen kunnen redding brengen. Door de uitstap uit de kernenergie ontstaat er een hiaat dat opgevangen moet worden. Alternatieve energiebronnen zoals waterkracht, zonne-energie, windenergie en energie uit hernieuwbare grondstoffen zoals biomassa moeten een kans krijgen. Daarvoor is onderzoek nodig. Optimalisatie en uiteindelijk commercialisatie kunnen deze alternatieven op de markt brengen. Ondertussen is het de taak van de overheid om het verschil bij te passen. De meerkost die het milieuvriendelijk en duurzaam alternatief met zich brengt, moet in eerste instantie door de overheid weggewerkt worden, zodat dit alternatief als vanzelfsprekend de evidente optie wordt. Concreet kan hierbij gedacht worden aan de mogelijkheden voor energiezuinig wonen. De wil is er wel, maar de prijs schrikt nog te vaak af. De overheid kan en moet hier bovendien het goede voorbeeld geven. Maar ook bewustmaking in de sector is nodig. Een doordachte cursus over energiebewustzijn moet in het opleiding van experten ter zake ingebouwd worden, we doelen hier op architecten, aannemers en installateurs.

 

Ook het verkeer moet zijn steentje bijdragen. De waterstofeconomie maakt al in verschillende landen zijn opwachting. Amerika heeft reeds grote investeringen in het onderzoek naar de brandstofcellen aangekondigd; België kan hierin niet achterblijven. Voertuigen aangedreven met waterstof kunnen de schadelijke uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk verminderen en de afhankelijkheid van de fossiele brandstoffen teniet doen. De grondstof, water, is alom aanwezig en de elektriciteit, nodig om het waterstof te produceren, kan uit windkracht of zonne-energie gehaald worden. De waterstofeconomie hoeft zich trouwens niet te beperken tot transport, ook andere energiebehoeften kunnen hiermee ingelost worden. De toekomst is aan mensen met een creatieve geest. De waterstofeconomie opent de deur naar een volledig nieuw energieregime. Ondertussen kunnen de biobrandstoffen ons al een eind op weg zetten.

 

In de dagelijkse (maandelijkse) praktijk is er bovendien behoefte aan transparantie in de energiedienstverleningssector; overzichtelijke en leesbare facturen en contracten zijn een must! De liberalisering van de energiemarkt heeft bovendien ook niet veel klaarheid gebracht. Deze liberalisering moet verdergezet worden en er zijn extra inspanningen nodig om de burger over zijn mogelijkheden te informeren en voor te lichten.

 

 

Integraal waterbeleid

 

De waterproblematiek is nog niet zo lang geleden pijnlijk confronterend op de voorgrond getreden. Wateroverlast, overstromingen, . bij aanhoudende regen duiken deze problemen telkens weer op. Een radicale trendbreuk met het ruimtelijke ordeningsbeleid dringt zich op.

 

Het decreet integraal waterbeleid is nog niet zo lang van kracht. Het heeft tot doel het ontwikkelen, beheren en herstellen van de watersystemen en dit op zo'n manier dat ook de toekomstige generaties van de watersystemen kunnen gebruik maken. Het moet in verschillende beleidsdomeinen ingepast worden; niet enkel in het milieubeleid, maar ook in de ruimtelijke ordening, het energiebeleid, het landbouwbeleid en het mobiliteitsbeleid.

 

Blauw moet weer een plek krijgen in het straatbeeld. Grachten, beken en rivieren moeten meer plaats krijgen; ze moeten in ere hersteld worden en dit gebruik makend van milieutechnische natuurbouw. Met de toenemende verharding moet komaf gemaakt worden. Door steeds meer oppervlakte te bebouwen en te asfalteren, kan de bodem het water niet meer bufferen, simpelweg omdat het water niet in de bodem kan dringen, met overstromingen als gevolg. Daarom vindt spirit dat doorlatende betonklinkers en groendaken meer aandacht moeten krijgen. Door tenslotte het hemelwater van de riolering af te koppelen en nuttig aan te wenden, slaan we drie vliegen in één klap: efficiëntere afvalwaterzuivering in de zuiveringsstations, een verlaagde waterfactuur en er is minder infiltratie in de bodem nodig. Spirit wil het gebruik van regenwater aanmoedigen en ook stimulansen voorzien voor het aanleggen van regenwaterputten. Zo kan het gebruik van drinkwater voor het hoogwaardig gebruik gereserveerd worden.

 

 

Klimaat

 

Om de Kyotodoelstelling te halen, moet België tegen 2008-2012 een reductie van 7,5% van de broeikasgasemissie ten opzichte van 1990 realiseren. Iedereen moet hiervoor een tandje bijsteken. Dit kan in eerste instantie door energie te besparen en door efficiënter gebruik te maken van energie (rationeel energiegebruik of REG), maar in tweede instantie ook door werk te maken van hernieuwbare energie (zonne-energie, wind- en waterkracht, verbranding van biomassa). Het is in deze context ook uitermate belangrijk dat de overheid een voorbeeldrol op zich neemt. Door te investeren in energiezuinige overheidsgebouwen en een milieuvriendelijker wagenpark, o.a. door biobrandstoffen, kan zij hieraan tegemoet komen. Eventueel kan er ook beroep gedaan worden op milieuvriendelijke investeringen in andere geïndustrialiseerde landen en in ontwikkelingslanden, de zogenaamde flexibele mechanismen. Zulke projecten helpen de uitstoot van broeikasgassen ter plaatse te verlagen en kunnen dan bij de inspanningen van België gerekend worden. De meeste reducties moeten echter in eigen land gerealiseerd worden. Het aankopen van emissierechten in landen die er een overschot aan hebben, oftewel elders 'schone lucht' kopen, moet zoveel als mogelijk vermeden worden.

 

Concreet dragen eenduidige subsidieregelingen inzake onderzoek & ontwikkeling naar en de aankoop van energiezuinige producten, technieken en systemen; zonnepanelen op gebouwen en hernieuwbare energietechnologieën in gewone huishoudens onze steun weg. Dit hoeft niet via loutere financiering, maar kan ook op creatieve manier gebeuren door het derde betalersysteem (zie verder). Over de mogelijkheden in financiële tegemoetkoming moet de nodige sensibilisering en informatie voorzien worden. Ook schone verwerkingsprocessen (zoals het stomen van afval i.p.v. het verbranden) moeten aangemoedigd worden.

 

 

Bouwen

 

Naast milieuvriendelijk bouwen en verbouwen moet er nu ook rekening gehouden worden met de toepassing van vormen van duurzame energie en energiezuinig wonen. De algemene afhandeling van sociale woningbouw en overheidsgebouwen moet bijgesteld worden, zodat een aantal minimumvereisten inzake isolatie e.d standaardgebruik worden. Ook dienen energiezuinige huishoud- en kantoortoestellen gepromoot te worden. De keuze voor materialen, die bij de levenscyclusanalyse, van de ontginning van grondstoffen, over productie en verwerking tot latere sloop, beter scoren met het oog op duurzame ontwikkeling, moet een evidentie worden.

 

 

Hinder

 

Stof, geluid, geur en licht vormen steeds vaker bronnen van hinder. De meeste mensen zijn zich echter nog niet terdege bewust van de problematiek.

 

Natuurlijke stilte is een schaars goed geworden. Spirit wil daarom de 'stiltegebieden' behouden en zelfs uitbreiden. Genieten van de natuur wil immers ook zeggen genieten van natuurgeluiden. We hoeven niet langer een cd te kopen waarop vogels vrolijk kwetteren, maar kunnen nog eens een live concert bijwonen.

 

Lichthinder is de overlast veroorzaakt door kunstlicht, als verblinding of als verstorende factor bij het verrichten van avondlijke of nachtelijke activiteiten. Niet alleen mensen, maar ook dieren hebben hier last van. Lichthinder is veelal het gevolg van slechte verlichtingsinstallaties; oplossingen zijn nochtans vaak eenvoudig. Verlicht enkel wat en wanneer het nodig is en op een goede manier. Openbare verlichting maakte in 2001 43% van de opwaartse lichtstroom uit. De overheid moet hier het goede voorbeeld geven. Lampen met spiegels die het licht bundelen, beperken het strooilicht en hebben een kleiner vermogen nodig; verlichten van boven naar beneden vermindert het licht dat - verloren - de hemel ingestraald wordt; het doven van verlichting wanneer deze niet (meer) nodig is; enz. Dit zijn slechts enkele simpele maatregels. De wetgeving voert in dit verband de algemene zorgplicht in, maar er worden geen concrete normen opgelegd. Spirit pleit hier voor een meer concrete invulling van de regelgeving en, zeker van overheidswege, voor het in praktijk omzetten van o.a. bovengenoemde maatregels. Autosnelwegen lenen zich hier perfect toe.

 

Door mensen bewust te maken van de problemen kunnen we al een heel eind komen. Spirit wil aandacht voor deze problematiek; 'hinderridders' kunnen in de eerste plaats bemiddelen en in de tweede plaats bestrijden. Geef hun de middelen om over hinderproblemen te informeren en ze ook in te dijken. Ze kunnen de betreffende informatie vergaren en bundelen; bemiddelen in lokale conflicten; oplossingen voorstellen en adviseren naar de lokale, vergunningverlenende en controlerende overheden toe.

 

 

Bodemsanering

 

Sinds 1995 is het bodemsaneringsdecreet van kracht. In theorie een mooi document dat de verontreiniging wil aanpakken. In praktijk blijken er echter nogal wat moeilijkheden te ontstaan bij de toepassing ervan. De reeds vastgestelde en nog vast te stellen verontreinigingen moeten aangepakt worden, daar bestaat geen twijfel over. Het is echter niet eerlijk om enkelingen hiervoor integraal en alleen te laten opdraaien. Wie wil de gelukkige zijn die zijn huis -onwetend- gebouwd heeft op verontreinigde grond en nu verplicht wordt deze te saneren?

 

Daarom ijvert spirit voor een billijker regeling van de plicht tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek en het realiseren van de bodemsanering. Bovendien moet de mogelijkheden onderzocht worden om het beschrijvend bodemonderzoek en de bodemsanering te pre- en cofinancieren door het Vlaamse gewest.

 

 

Derde betalersysteem

 

Spirit pleit voor het doorgedreven toepassen en het praktisch aanbieden van het derde betalersysteem (of TPF: third party financing) voor milieuvriendelijke alternatieven. In dit systeem kunnen burgers die voor het milieuvriendelijk alternatief kiezen, genieten van een lening verschaft door de bank. De maandelijkse afbetaling van de lening komt overeen met het door de burger uitgespaarde geld door de milieuvriendelijkere vorm te gebruiken. De investering is voor de burger een financiële nuloperatie totdat de lening volledig afbetaald is. Na de afbetaling kan hij blijvend genieten van de besparingen die uit de gedane investering voortvloeien. De intrestlast van de lening wordt door een derde gedragen. Deze derde is bijvoorbeeld de waterzuiveraar, die door de investeringen van de burger in de afkoppeling van het hemelwater, een hoger rendement in zijn zuiveringsinstallatie kan behalen.

 

 

Duurzame landbouw

 

Land- en tuinbouw zijn lange tijd enkel vanuit economische standpunten gedefinieerd. Dit heeft verschillende negatieve effecten gehad. De manier waarop de intensieve veehouderij een aanslag pleegt op milieu, dieren en ruimte is hiervan een voorbeeld. Duurzame landbouw moet vanaf nu het streefdoel zijn. Biologische landbouw moet aangemoedigd en door de overheid financieel ondersteund worden, zodat landbouwers met het produceren van milieuvriendelijkere en bovendien gezondere voeding een redelijk inkomen kunnen verdienen. Volgens spirit is het inbouwen van een vak of richting 'biologische landbouw' in landbouwscholen en/of -faculteiten, een stap in de goede richting. Naast de biologische landbouw, wil spirit echter ook de klassieke landbouw, die de regels nakomt, kwaliteitsproducten aflevert en rekening houdt met de belangen van de consument, blijven steunen.

 

In de westerse samenleving is de klemtoon op voedselgebied verschoven van voedselzekerheid naar voedselveiligheid. Wat op ons bord terecht komt moet gegarandeerd veilig en kwaliteitsvol zijn. Spirit streeft naar de traceerbaarheid van producten, grote schoonmaak in de warboel van labels en de overschakeling van intensieve veeteelt naar duurzame veehouderij. Bovendien bevindt België zich in een koploperspositie wat kwaliteitsvol voedsel betreft. Dit is echter teruggedrongen door het inkoopbeleid vanuit het buitenland. Spirit vindt het daarom nodig dat de Belgische kwaliteitsproducten gepromoot worden. Spirit pleit bovendien voor een zo kort mogelijke keten 'van beest naar bord'. Het kan niet dat dieren over lange afstanden worden getransporteerd om aan het einde van de rit geslacht te worden.

 

Biologische producten zijn meestal duurder dan producten uit de klassieke landbouw. Dat prijsverschil moet weggewerkt worden. Dit kan door het principe van internalisering; reken de kosten verbonden aan de volledige levenscyclus van een product door in de prijs. Wanneer op die manier ook de kost van pesticiden in de producten worden verrekend, zal de sector gemotiveerd zijn over te schakelen op milieuvriendelijkere alternatieven, wat de kwaliteit van het voedsel en de bodem alleen maar ten goede komt. Gezonder geproduceerd voedsel mag niet langer duurder voedsel zijn; iedereen, zij het met een hoog of laag inkomen, moet de kans krijgen te kiezen voor gezonde kost!

 

 

Duurzame ontwikkeling

 

Onze kinderen zijn onze toekomst. Om die toekomst veilig te stellen, mogen we hen echter niet opzadelen met een milieuschuld. Daarom moet er dringend werk gemaakt worden van duurzame ontwikkeling. Dit mag niet langer een mooi begrip op papier zijn; er moeten nu acties ondernomen worden. Duurzame ontwikkeling heeft betrekking op alle vlakken van de samenleving; duurzame landbouw, duurzame energie, duurzaam bouwen, duurzaam transport, . Daarom wil spirit een Vlaams Plan voor Duurzame Ontwikkeling opstellen. Laat ons er in het Vlaamse gewest concreet werk van maken! De federale overheid kan dan de plannen van de verschillende regeringen samenbrengen en coördineren.

 

Een eerste kleine stap, die spirit wil zetten, is eco-efficiëntie. Dit heeft betrekking op de consumenten, producenten, overheid en de maatschappelijke organisatie, en stuurt aan op efficiënt gebruik van de ecologische middelen, dus o.a. zuiniger omspringen met de energiestromen, de transportstromen en de materiaalstromen.

 

Een tweede stap is kennis. Maatschappelijke innovaties vragen een hoger kennisniveau. Daarom wil spirit het milieubeleid afstemmen op het innovatiebeleid. Dit kan bijvoorbeeld door samenwerking rond concrete projecten. Een gevoelige verhoging van de middelen voor milieugericht onderzoek & ontwikkeling en hernieuwde aandacht voor de milieuprestaties van technieken in regulier onderzoek & ontwikkeling, maar ook algemene investeringen in kennis als menselijk kapitaal kunnen de snelheid van het ecologische innovatieproces opvoeren. De biotechnologie, micro-elektronica en nanotechnolgie krijgen prioritaire aandacht.

 

 

 

 

 

Natuur

 

De natuur moet toegankelijk zijn voor iedereen, of je nu een stadsmens of een dorpsmens bent. Iedereen moet in eigen omgeving kunnen beschikken over aangename natuur. Vooral de kinderen en jongeren in onze steden komen nog maar weinig in contact met natuur. Daarom vraagt spirit bijkomende investeringen in stedelijk groen en het behoud van groene gordels. Concreet wil spirit 10 m² per inwoner aan groen in de stad ontwikkelen. In dit groen dienen lummelhoeken, aangenaam ingerichte verzamelplaatsen voor de buurbewoners, ingewerkt te worden. Hierbij kan men best de stadsbewoners en -gebruikers -en ook de kinderen- betrekken, zodat een draagvlak groeit voor natuur- en milieubescherming.

 

Spirit ijvert ook voor groen op school. Dit kan gaan van concrete projecten in een natuurgebied, uitstappen naar Vlaamse of lokale natuur, groene handen in de plaatselijke schooltuin of zelfs het planten en verzorgen van bloemen of kamer- en tuinplanten in de klas.

 

Het straatbeeld kan ook wat meer groen gebruiken. Spirit wil daarom eenvoudige projecten promoten zoals groene gevels, groendaken, nestkastjes en speciale dakpannen als huisvesting voor vogels, . Op het platteland kan toerisme gekoppeld worden aan de natuur, denk maar aan hoevetoerisme. Immers, streekproducten en natuurtoerisme zijn de grote troeven in Vlaanderen.

 

Trage wegen zijn verbindingen of paden voor niet-gemotoriseerd verkeer, wegen voor fietsers en wandelaars dus. Meestal betreft het wegen die spontaan ontstaan zijn als nuttige verbinden tussen twee punten en die door het regelmatig gebruik door mens en dier een blijvend karakter hebben gekregen. De wegen hebben daarenboven ook een ecologisch en recreatief belang.

 

Buurtwegen of trage wegen zijn in het verleden veeleer verwaarloosd geworden. Privé-eigenaars hebben van de situatie gebruik gemaakt om deze wegen in te palmen en af te sluiten. Vandaag is iedereen zich echter bewust van het nut van kleinschalige mobiliteit en recreatief onthaasten 'onder de kerktoren'. Daarom ijvert spirit ervoor de lokale mobiliteit te verbeteren, onthaasting te bevorderen en deze wegen maximaal open te stellen om de druk op 'populaire trage wegen' te doen afnemen. De problematiek moet op gemeentelijk vlak geregeld worden; de wegen zijn immers van 'lokaal' belang. Provincies kunnen echter een stimulerende en ondersteunende functie hebben bij de uitbouw van bovenlokale netwerken van trage wegen.

 

 

Wetgeving

 

Het milieu heeft de laatste jaren steeds meer aandacht gekregen, en dit weerspiegelt zich ook in de wetgeving. We bevinden ons op dit moment echter in een onontwarbaar kluwen van decreten en uitvoeringsbesluiten. Hoewel de intenties goed zijn, laat de invulling ervan menig individu verward achter. Spirit pleit dan ook voor een vereenvoudiging en transparantie van de regelgeving. Dit komt niet alleen de gebruiker ten goede, maar ook de administratie, controle en handhaving.

 

 

De groene reflex

 

Een belangrijk onderdeel van de milieuproblematiek is het creëren van een milieubewustzijn, en dit in alle lagen van de bevolking. Sensibiliseren en informeren loont ongetwijfeld. Belangrijk is dat zowel de problemen, maar zeker ook de mogelijke oplossingen aan bod komen. Dit kan o.a. door bij het begin te beginnen en ook kinderen en jongeren de juiste mentaliteit aan te leren, zodat ze als het ware een 'groene reflex' ontwikkelen. Hier spelen ouders en onderwijzend personeel een grote rol. Een ecobus - een project gelijkend op de bibliobus - kan, aangedreven op waterstof of biobrandstof, langs scholen trekken en de leerlingen (en leerkrachten) attent maken op de milieuproblematiek. De ecobus kan ook oplossingen voorschotelen die in de praktijk door iedereen toepasbaar zijn en waardoor we samen zorg dragen voor het milieu.

 

Ook in het hoger en universitair onderwijs hoeft men niet aan de problematiek voorbij te gaan. Waarom ook geen folder in het welkomstpakket van de student die concrete tips voorschotelt i.v.m een energiezuinig kotleven, net zoals er al initiatieven zijn genomen met betrekking tot kotkippen en kotposteren ? Of rechtstreeks informeren in de lessen; na een 'UUR KULtUUR' nu ook een 'UUR NATUUR'. Spirit wil in het onderwijs middelen voorzien om te informeren; milieu als onderdeel van de maatschappelijke vorming. Want de kinderen van vandaag zijn de leiders van morgen.

 

Maar het is niet enkel van belang kinderen en jongeren te informeren; ook bij volwassenen moet de groene gedachte ingang vinden. Dit kan o.a door in te spelen op het middenveld, door bijscholing, vrijetijdspakketten, workshops, cursussen, seminaries, debatten e.d.

DE INTERCULTURELE SAMENLEVING

 

 

Inleidend

 

 

Vele allochtonen hebben zichzelf een volwaardige plaats in onze samenleving verworven. Ze verdienen daarvoor alle lof. Wanneer we echter merken dat de kansen voor jonge allochtonen op school of op de arbeidsmarkt gemiddeld nog steeds beduidend kleiner zijn dan die van autochtonen, kunnen we niet anders dan vaststellen dat de integratiepolitiek tekort schiet.

 

Dat komt in eerste instantie omdat we nagelaten hebben om duidelijk te maken wat we juist bedoelen met integratie. De integratie-eis is een oefening luchtfietsen zolang de overheid niet in dialoog met de samenleving heeft gedefinieerd wat ze met integratie bedoelt.

 

Een tweede reden voor het falen is de laksheid van de overheid, die er teveel vanuit gegaan is dat samenlevingsproblemen zichzelf wel zouden oplossen. Vlaanderen heeft pas de laatste jaren een beleid ontwikkeld om nieuwkomers te integreren. Er waren wel lokale initiatieven, wat Vlaamse subsidies en zelfs een heus "minderhedendecreet", maar alles was gebaseerd op de spontane vraag tot integratie van de allochtonen. En voor de rest deed progressief Vlaanderen beroep op de verdraagzaamheid van de Vlamingen.

 

De vraag wie schuldig is aan deze fouten uit het verleden is irrelevant. Er is vandaag een grote inspanning nodig van alle betrokkenen - autochtonen, allochtonen en beleid - om die fouten recht te trekken.

 

Spirit schuift de interculturele samenleving naar voor als samenlevingsmodel voor de volgende decennia. De interculturele samenleving is een verhaal over gastvrijheid, over rechten en plichten, over non-discriminatie in alle maatschappelijke domeinen, over leven mét elkaar in plaats van naast elkaar.

 

Spirit wil een samenleving die het wij-zij denken overstijgt. De georganiseerde multiculturaliteit -ieder in zijn of haar hokje- is voor ons geen perspectief. Dat hokjesdenken kan je alleen maar overstijgen wanneer mensen met een verschillende achtergrond elkaar effectief ontmoeten. In de buurt, op de werkvloer, in het verenigingsleven, in de media,. Zo krijgt Vlaanderen echt kleur.

 

 

Het Interculturele Pact

 

 

In dat veelkleurige Vlaanderen van de toekomst hebben mensen enerzijds het recht maar anderzijds ook de plicht om zich te engageren door integratie. Met respect voor de basiswaarden en de wetten van onze westerse samenleving, maar evengoed met respect voor ieders wortels en historische identiteit. Dit wederzijds respect moet vorm krijgen in een interculturele dialoog.

 

Spirit wil dat vertegenwoordigers van de autochtone en de allochtone gemeenschappen in dit land, maar ook beleidsmakers, vertegenwoordigers uit de mediawereld, de sociale partners en vertegenwoordigers van politie en gerecht samen een interculturele dialoog voeren die moet uitmonden in een intercultureel Pact. Dat Pact moet een overeenkomst zijn over waarden waarover niet te marchanderen valt, door individuen noch groepen. Uitgangspunten zijn o.a. de universele rechten van de mens, de rechten van de vrouw en het kind, de scheiding van kerk en staat, de rechtstaat en het principe van de non-discriminatie. De ondertekenaars van het Pact verbinden zich ertoe om die absoluut geldende waarden ook effectief na te streven in hun gemeenschap.

 

De minister van Cultuur is ook verantwoordelijk voor een intercultureel beleid. Het intercultureel Pact dient als basis voor een parlementaire commissie die, naar Nederlands voorbeeld, het Vlaamse interculturele beleid evalueert en beleidsaanbevelingen formuleert. Via de interculturele dialoog worden inspraak en betrokkenheid van de brede samenleving verzekerd. Naar analogie van het Decreet Lokaal Cultuurbeleid wensen wij de gemeenten aan te moedigen om in samenspraak met alle actoren via beleidsplanning een professioneel diversiteitsbeleid te voeren.

 

 

Inburgering

 

 

Iedereen die voor lange tijd in Vlaanderen woont, moet in het Nederlands kunnen communiceren. Dit vereist een verdere drastische stijging van de middelen voor inburgering. Op dat ogenblik kan inburgering echt verplicht worden. Alle nieuwkomers moeten binnen enkele maanden een traject op maat kunnen aanvatten dat hun zelfredzaamheid verhoogt. Ze moeten ook beroep kunnen doen op vrijwillige peters die hen wegwijs maken in de openbare diensten, begeleiden bij kleine problemen en integreren in het gemeenschapsleven van de gemeente. De Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW's) moeten middelen en vorming krijgen om een vrijwilligerswerking rond peterschap voor nieuwkomers uit te bouwen.

 

Spirit wil gemeenten ook aanmoedigen om actief op zoek te gaan naar oudkomers en hen op maat gesneden programma's aan te bieden. In eerste instantie komen hiervoor werkzoekenden en ouders met jonge kinderen voor in aanmerking. Ook buitenlandse huwelijkspartners zijn een prioritaire doelgroep.

 

 

Onderwijs

 

 

Opdat iedereen zijn talenten en ambities maximaal kan ontdekken en ontwikkelen, is het essentieel dat iedereen gelijke kansen krijgt om goed onderwijs te genieten. Een gepaste taaldidactiek is daarbij onmisbaar. Vanaf de kleuterschool is er bijzondere aandacht voor het Nederlands nodig. Ook de ouders worden hierbij begeleid. Voor allochtone nieuwkomers in het leerplichtonderwijs en leerlingen met een zware taalachterstand wil spirit 'kopklassen' inrichten waar de nieuwkomers of de kinderen met een taalachterstand één tot twee jaar lang een intense en geïntegreerde begeleiding krijgen. Om de taalachterstand bij peuters weg te werken, wil spirit gratis zomerscholen inrichten.

 

Leerkrachten worden ingeschakeld om taalonderricht te geven aan kleine groepjes leerlingen en/of hun ouders. Ze lichten, eventueel via allochtone zelforganisaties, ouders ook in over de Vlaamse leertraditie en de te volgen onderwijsloopbaan.

 

In de lerarenopleiding wordt benadrukt dat het belangrijk is om de "thuis"taal en de cultuur van oorsprong met respect en waardering te behandelen. De leraren spelen hier in de les creatief op in. Scholen proberen de lokale gemeenschap bij de begeleiding van anderstaligen te betrekken met projecten als leesgrootouders.

 

Spirit wil de rol van het lokaal overlegplatform nog ruimer omschrijven dan vandaag en wenst dit in te bedden in het interculturele beleid van de gemeente. Op die manier worden op lokaal vlak alle relevante actoren op een structurele manier bij het onderwijs betrokken. Via samenwerkingsverbanden met lokale verenigingen promoten de overlegplatforms de diversiteit binnen de samenleving als een kans en niet als een probleem. Wij wensen onze scholen te stimuleren om bakens van interculturele ontmoeting te worden en op die manier een dam op te werpen tegen onverdraagzaamheid en racisme.

 

 

Tewerkstelling

 

 

Mensen werken niet alleen voor de centen, maar ook omdat ze zich goed voelen bij hun job. Ze vinden hun werk belangrijk, en halen daar trots en zelfrespect uit. Wie werkt is automatisch ook ingebed in een sociale context. Om al deze redenen is arbeid een zeer belangrijke hefboom tot individuele ontwikkeling. Bovendien bevorderen goede contacten op de werkvloer het wederzijds aanvaarden en het samenleven. Daar staat tegenover dat allochtonen het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. De werkloosheidscijfers bij autochtonen en allochtonen moeten dalen tot eenzelfde laag niveau. Dit vereist het wegwerken van de onderwijs- en taalachterstand. Dit veronderstelt ook een harde aanpak van discriminatie en racisme bij aanwerving en op de werkvloer. Maar Spirit wil ook positieve stimuli om meer allochtonen aan het werk te krijgen. Bedrijven met een diversiteitsbeleid, dat tot stand komt in sociaal overleg, genieten een fiscaal voordeel.

 

Het openbaar ambt is in principe toegankelijk voor niet-Belgen tenzij om functiespecifieke of inhoudsspecifieke redenen. Maar dat wordt door de overheid soms nogal ruim geïnterpreteerd. Spirit wil werk maken van een wettelijk kader om hier effectief tegen op te treden. We stellen vast dat zelfs Belgen van allochtone origine moeilijk aan de bak komen bij de overheid, terwijl die overheid net een afspiegeling van de bevolking moet zijn. Ondermeer cultureel neutrale wervingsexamens en instroombevorderende maatregelen (gerichte bekendmaking van vacatures, doelgroepgerichte werving, .) moet het aantal allochtonen in overheidsdiensten tijdens de volgende legislatuur drastisch de hoogte in.

 

Spirit pleit voor de invoering van het naamloos solliciteren, zodat werkgevers enkel op de kwaliteiten van de sollicitant kunnen afgaan.

 

 

Cultuur en verenigingsleven

 

 

Spirit wil zo intens mogelijke interculturele ontmoetingen en zoveel mogelijk gezamenlijke cultuurparticipatie, over de culturele grenzen heen: in het jeugdwerk, in het sociaal-cultureel volwassenenwerk, in de amateursport, in de kunsten, .

 

Dat betekent niet dat we zelforganisaties van allochtonen, en in extensie van autochtonen, afwijzen. Integendeel. Voor spirit garandeert een interculturele samenleving het recht op een authentieke cultuurbeleving in eigen organisaties. Niet alleen is het recht op vereniging grondwettelijk verankerd, zelforganisaties of doelgroepspecifieke organisaties zijn drempelverlagende initiatieven voor een interculturele ontmoeting. Voor vele nieuwkomers vormt het een eerste contact met de cultuur van het vrijwilligerswerk en het brede maatschappelijke engagement, alsook met recreatie buiten het gezin en in groepsverband: van de hobbyvereniging tot de zwemclub of het concertgebouw. Spirit wil dat de zelforganisaties van autochtonen en allochtonen deel uitmaken van een lokaal netwerk van organisaties waarin mensen van verschillende culturen elkaar ontmoeten en elkaar leren waarderen. Het subsidiebeleid, zowel op Vlaams als op gemeentelijk niveau, wordt hierop afgestemd.

 

Voor spirit eindigt de culturele ontmoeting niet bij het contact tussen organisaties. Einddoel is een maximaal inclusief cultuuraanbod waaraan zowel 'oude' als 'nieuwe' Vlamingen gezamenlijk participeren. Wij willen daarom impulsen geven aan bestaande organisaties om hun drempels te verlagen en de toeleiding naar de organisatie te versterken. Dit vergt een responsabilisering van het hele maatschappelijke middenveld.

 

Organisaties die deskundigheid opbouwen over de interculturele ontmoeting, alsook vorming aanbieden die deze ontmoeting vergemakkelijkt, verdienen structurele ondersteuning. Het vormingsaanbod rond interculturele aspecten moet zich niet alleen richten naar jeugdwerkers en sociaal-cultureel werkers, maar ook naar leerkrachten, sporttrainers, professionelen in de integrale jeugdhulp, ambtenaren in OCMW-diensten, ...

 

Omdat de recreatie buiten het gezin voor allochtone meisjes en vrouwen niet altijd evident is vraagt spirit bijzondere aandacht voor het verenigingsleven van allochtone meisjes en vrouwen.

 

De media moeten doorgedreven inspanningen leveren om allochtonen op een alledaagse manier in beeld te brengen en om hun personeelsbeleid te interculturaliseren. Spirit pleit voor een fonds voor mediastages voor kansengroepen. Hiermee kunnen jongeren uit kansengroepen gedurende zes maanden betaald stage lopen bij schrijvende of audiovisuele media.

 

 

De hoofddoek

 

 

Spirit wil de aandacht voor de echte problemen van de mensen. En dus houden we ons niet bezig met opgeklopte problemen, zoals de hoofddoek. Het is cynisch de allochtone gemeenschap aan te pakken op zo'n schijnprobleem, terwijl de echte problemen (onderwijs, huisvesting en tewerkstelling) nauwelijks aan bod komen.

 

Voor alle duidelijkheid: het al dan niet dragen van een hoofddoek is een individuele keuze. Dit betekent dat een verbod op de hoofddoek voor ons niet kan. Maar ook dat het verplichten van een hoofddoek eveneens uit den boze is.

 

 


 


JEUGD

 

 

A. Algemeen

 

 

1. Jeugdbeleid en kinderrechten: één minister, één loket!

 

Spirit wil dat in de volgende Vlaamse regering de minister voor jeugd horizontaal verantwoordelijk wordt voor zowel het brede jeugdbeleid, het kinderrechtenbeleid, het jeugdinformatiebeleid, het kinderopvangbeleid en het jeugdwerkbeleid. Binnen het brede jeugdbeleid draagt de minister voor jeugd de verantwoordelijkheid om de beleidsacties van alle ministers, die raakvlakken hebben met de leefwereld van kinderen en jongeren, te coördineren en af te stemmen.

 

Vanuit zijn verantwoordelijkheid voor het brede jeugdbeleid en het kinderrechtenbeleid zorgt de minister van jeugd voor een verregaande afstemming tussen het Vlaams jeugdbeleidsplan en de door de internationale instanties gevraagde documenten in verband met het kinderrechtenbeleid.

 

Binnen de verschillende administratieve entiteiten worden aanspreekpunten jeugd aangesteld die zowel het jeugdbeleid als het kinderrechtenbeleid opvolgen.

Het jeugdbeleid, het jeugdwerkbeleid, het jeugdinformatiebeleid, het kinderopvangbeleid en het kinderrechtenbeleid worden binnen één administratieve entiteit opgevolgd dat als het ware één Vlaams jeugdloket vormt. Daartoe moet de administratieve poot rond het jeugdwerk worden uitgebreid met een stevige administratieve poot rond integraal jeugdbeleid .

 

Voor spirit kan het facultatieve kindeffectrapport bij ontwerpen van decreten en uitvoeringsbesluiten vervangen worden door een verplicht advies van het kinderrechtencommissariaat bij het voorontwerp van decreet . De memorie van toelichting bij het decreet kan dan onmiddellijk ook een antwoord geven op de in het advies van het kinderrechtencommissariaat en in andere decretaal verplichte adviezen geformuleerde bedenkingen.

 

Spirit zal via haar parlementairen alles in het werk stellen om het Vlaams jeugdbeleidsplan niet alleen via de commissie cultuur op te volgen maar in alle relevante parlementaire commissies.

 

2. Jeugdinformatie: samenwerken in het belang van kinderen en jongeren

 

Spirit wil de opdracht van de redactie van de leerlingentijdschriften Maks en Yeti verbreden naar de informatiedoorstroming over alle thema die jongeren aanbelangen en waarover de Vlaamse overheid bevoegdheid draagt. Daarom moeten er voor spirit drie Vlaamse tijdschriften komen voor de leeftijdscategorieën 6-10 jaar, 10-14 jaar en 14-18 jaar. De tijdschriften worden, net als de Maks en de Yeti nu, verspreid via het onderwijs. Wel wordt de redactie van de tijdschriften voor spirit best losgekoppeld van de onderwijsadministratie en moeten deze vallen onder de minister verantwoordelijk voor het jeugdbeleid.

 

Voor elk van voornoemde leeftijdscategorieën wordt ook een jeugdinformatiewebstek klaargestoomd.

 

Hiervoor moet intens worden samengewerkt met gespecialiseerde informatie-initiatieven, onder meer binnen het jeugdwerk, binnen de welzijnssector en binnen de gemeenten.

 

3. Kinderen en jongeren geven mee richting aan het (jeugd)beleid

 

Voor spirit moet de Vlaamse jeugdraad als autonoom adviesorgaan van en door kinderen en jongeren blijven bestaan. De jeugdraad moet van de Vlaamse overheid blijvend kansen krijgen om een breed netwerk uit te bouwen van inspraakinitiatieven voor de jeugd.

Daarnaast vraagt spirit dat kinderen en jongeren ook volop betrokken worden bij preventiecampagnes voor hen bedoeld en in het formuleren van de onderzoeksvragen voor onderzoek dat door de overheid wordt aangestuurd.

 

Spirit blijft ook voorstander van de invoering van het gemeentelijk passief stemrecht vanaf 16 jaar . Jongeren zijn immers best klaar om mee richting te geven aan het lokale beleid. De dossiers die in een gemeente worden besproken raken immers ook direct hun leefwereld. Dit gemeentelijk stemrecht moet voor de verkiezingen van 2006 worden ingevoerd.

 

4. Een stevig jeugdbeleid, ook in de gemeentes

 

Spirit vindt de gemeentelijke jeugd(werk)beleidsplannen nog steeds de ideale formule om kinderen, jongeren en het jeugdwerk thematisch te betrekken bij het jeugd(werk)beleid van de gemeenten. De overheveling van de bijhorende impulsmiddelen naar het gemeentefonds is voor spirit dan ook geen optie.

 

Anderzijds wil spirit zich wel inzetten om in een volgende legislatuur de administratieve overlast bij de jeugdwerkbeleidsplanning in de gemeentes tot een minimum te beperken. Dit mag evenwel geen afbreuk doen aan de doorzichtigheid van de planning en het communicatief karakter ervan.

 

Spirit wil de gemeentebesturen extra impulsen geven voor de aanstelling van een heuse gemeentelijke jeugdbeleidscoördinator , een steviger intergemeentelijke samenwerking, het opzetten van een stevige jeugdcommunicatie en de maatschappelijke participatie van alle kinderen en jongeren . Stevige proefprojecten in gemeentes van verschillende grootte kunnen de weg plaveien voor een aanpassing van het decreet gemeentelijk en provinciaal jeugd- en jeugdwerkbeleid.

 

5. Wetenschappelijke onderbouw van het jeugdbeleid

 

Spirit wil het jeugdbeleid nog sterker wetenschappelijk onderbouwen. Daarom wil spirit het door minister Van Grembergen opgestarte jeugdonderzoeksplatform (JOP) verder groeikansen geven. Nadruk moet hierbij liggen op de inventarisatie en ontsluiting van jeugdonderzoek, een vijfjaarlijkse jeugdmonitor en de participatie van alle Vlaamse universiteiten in het platform.

 

Voor de ontsluiting van het jeugdonderzoek kan intens worden samengewerkt met het bestaande steunpunt jeugd.

 

De Vlaamse overheid moet voor spirit de volledige keuzevrijheid in het aansturen van onderzoeksopdrachten behouden.

 

Spirit hoopt dat een intenser en systematischer jeugdonderzoek ook bijdraagt tot het stimuleren van een objectieve beeldvorming over kinderen, jongeren en hun leefwereld.

 

6. Kinderopvangbeleid op gemeentelijk niveau

 

Spirit wil de verantwoordelijkheid voor het kinderopvangbeleid verregaand van het Vlaams niveau naar het gemeentelijk niveau brengen. Hiertoe moet volgens spirit een kaderdecreet worden klaargestoomd zoals men dat ook heeft gedaan voor het gemeentelijk jeugdwerkbeleid en het gemeentelijk cultuurbeleid. Deze decentraliseringsbeweging moet er voor zorgen dat de bestaande kinderopvang geografisch beter verspreid is, sterker complementair kan worden ingezet met andere vrijetijdsinitiatieven voor kinderen en sterker vanuit de vragen en verlangens van die kinderen wordt gewerkt.

In het kinderopvangbeleid zijn de vrijetijdspoot in hoofde van de kinderen, de arbeidspoot in hoofde van de werknemers en de opvangpoot in hoofde van de ouders even belangrijk.

 

 

B. Ondersteuning van het jeugdwerk

 

 

7. Subsidies van het jeugdwerk

 

Spirit wil het jeugdwerk op een nog beter subsidieniveau brengen om de aan de gang zijnde vernieuwingen te realiseren en de organisaties toe te laten hun missie waar te maken.

 

8. internationale contacten

 

Voor spirit moet de Vlaamse overheid een voortrekker blijven binnen het Europees Jeugdbeleid. De kredieten voor de Europese jongerenparticipatie moeten dan ook omhoog. En extra inspanningen zijn nodig om de Europese mogelijkheden nog sterker te vertalen ten behoeve van kinderen, jongeren en het jeugdwerk.

 

Anderzijds wil spirit dat Vlaanderen binnen dat Europees jeugdbeleid ook de gangmaker wordt voor een meer regionalistische benadering in tegen stelling tot de huidige benadering die vooral uitgaat van de natiestaten. Voor spirit moet de Vlaamse overheid dan ook intense partnerschappen aangaan met die regio's in Europa die van een positief jeugdbeleid werk maken.

 

Spirit wil ook blijven stimuleren dat zo veel mogelijk jongeren een internationale ervaring kunnen opdoen.

 

9. vorming voor het jeugdwerk

 

De attesten die via het jeugdwerk voor vormingsprogramma's worden toegekend moeten voor spirit ook een Europese waarde krijgen en gevaloriseerd worden in het systeem van de 'elders verworven competenties'.

 

10. Wetten moeten niet alleen beschermen en regelen, zo moeten ook impulsen geven

 

Spirit heeft een genuanceerde kijk op de zogenaamde deregulering . Wat door de ene als decretale overlast wordt gezien is voor de andere een vorm van bescherming. Regels over bijvoorbeeld de veiligheid bij papieromhaling of voor vergunningen gelegenheidsslijterij zijn er immers niet zomaar gekomen. Bovendien zijn diegenen die bepaalde regels willen afzwakken niet zelden diegenen die hun eigen positie via andere regels willen veilig stellen.

Toch wil spirit dat er permanent geïnventariseerd wordt welke regels een onnodige overlast veroorzaken en welke regels kunnen verbeterd worden zodat wetten en decreten geen belemmering worden maar integendeel impulsen geven.

 

 

C. Jongeren en de media

 

 

11. Classificatiesysteem voor audio-visuele media

 

Spirit is voorstander van een samenwerkingsakkoord met Nederland, zodat ook het kijkwijzersysteem in Vlaanderen een wettelijke basis vindt. Het kijkwijzersysteem is een zelfreguleringssysteem waardoor de filmsector via pictogrammen een advies geeft aan ouders en opvoeders betreffende de aangewezen leeftijd en de inhoud van de film. Spirit verkiest een samenwerkingsakkoord met Nederland boven een akkoord met de Franstalige gemeenschap omdat voor de Nederlandstalige markt van filmdragers het kijkwijzersysteem reeds werkt en dus geen parallel systeem moet worden opgezet. Voor spirit kan de Franstalige gemeenschap vanzelfsprekend wel bij het systeem aansluiten.

 

 

D. Fuifbeleid

 

 

12. Betere fuifzalen en concertzalen

 

Spirit wil dat de Vlaamse regering een subsidie toekent aan iedereen die de nodige maatregelen neemt om een fuif- of concertzaal in overeenstemming te brengen met de milieu- en geluidsnormen. Ook de gemeentebesturen dragen bij en coördineren lokaal het initiatief.

 

Openbare Vlarem-vergunde zalen, zoals cultuur- en gemeenschapscentra moeten volgens spirit worden opengesteld voor jongerenactiviteiten, zoals fuiven. Het is belangrijk dat deze openbare ruimtes verhuurd worden aan democratische prijzen en dat de winst op de drank- en eetwarenverkoop gedeeld wordt met de organisator van het evenement.

 

13. Veilig en toch mobiel

 

Spirit vraagt dat het openbaar vervoer inspeelt op de terechte vraag van jongeren naar een verlengd openbaar vervoer op vrijdag- en zaterdagnacht. Het ziet hierin een rol weggelegd voor de Lijn in een systeem van publiek-private samenwerking met de taxibedrijven.

 

Bij grote evenementen vraagt spirit een openbaar vervoersplan waarbij een voldoende en regelmatig aanbod centraal staat. Het is niet omdat het jongeren betreft dat het gebruikerscomfort tot een absoluut minimum moet worden beperkt.

 

 

E. HOLEBI-JONGEREN

 

 

14. Holebi-jongeren

 

Spirit wil dat de inspanningen voor de holebi-jongerenwerkingen worden gecontinueerd en nog worden versterkt. Klemtoon moet hier liggen op aspecten rond zelfaanvaarding en aanvaarding door de onmiddellijke omgeving.

 

Gemeentes moeten aangemoedigd worden om de lokale holibi-jongerenkernen te erkennen en te ondersteunen.

 

Via de verplichte eindtermen moet duidelijk gemaakt worden dat holibi-diversiteit op school een logische invulling is van een eigentijdse en respectvolle samenleving.

 

 

F. Jong en mobiel

 

 

15. Over buzy-, go- en andere passen!

 

Spirit wil van het openbaar vervoergebruik een levensstijl maken. Kinderen en jongeren moeten dan ook zo vroeg mogelijk leren kennis maken met het openbaar vervoer. Spirit wil dan ook het gebruik van het openbaar vervoer door kinderen en jongeren nog sterker te stimuleren. Daartoe dienen niet alleen de bestaande formules te worden geëvalueerd, maar, indien waardevol, ook versterkt.

 

16. De zwakke weggebruiker keizer in het verkeer.

 

Als de autobestuurder de koning is in het verkeer, moet de zwakke weggebruiker volgens spirit de keizer worden. De Vlaamse overheid moet daarom zijn inspanningen betreffende de aanleg van veilige fietspaden, snelheidsremmende ingrepen (ronde punten en verkeersdrempels), betere zichtbaarheid van de zwakke weggebruiker (verlichte oversteekplaatsen bij scholen, .), verharde bermen, . continueren.

 

17. Rijopleiding op school

 

De theoretische rijopleiding wordt in de eindtermen van de derde graad van het secundair onderwijs opgenomen, de praktische rijopleiding kan in het door spirit vooropgestelde vrije pakket van 10 uren gevolgd worden. Zo kan iedere leerling die dat wenst bij het beëindigen van zijn studies over een rijbewijs beschikken.

 

 

G. Bijzondere jeugdzorg, jeugdbescherming, .

 

 

18. Een degelijke preventie

 

Al te vaak zien we dat maatregelen om jeugdcriminaliteit te verminderen pas op gang komen nadat die jongeren hun eerste criminele feiten hebben gepleegd. Daarom hecht spirit veel waarde aan preventie. De jeugdgezondheidszorg (schoolarts, Centrum voor Leerlingenbegeleiding, .) vervult daarin een belangrijke rol. Zij hebben een signaleringsfunctie van gezondheidsklachten, maar ook van mishandeling, misbruik, verwaarlozing en opvoedingsproblemen.

 

19. Ook voor moeilijke jongeren een aanpak op maat

 

Spirit wil dat de Vlaamse overheid intens investeert in die jongeren die, om welke reden dan ook, het zichzelf en hun omgeving moeilijk maken. Minderjarigen die als misdrijf omschreven feiten plegen moeten volgens spirit dan ook op eigen vraag kunnen gebruik maken van een flexibel systeem van diverse vormen van herstelbemiddeling .

Er wordt verder gewerkt aan een actieve netwerk- en omgevingsondersteuning van jongeren als alternatief voor residentiële plaatsing .

Voor jongeren met nood aan psychiatrische begeleiding wordt het aanbod van Gestructureerde Intensieve Trajectbegeleiding verstevigd. Voor jongeren geconfronteerd met complexe problemen als drugmisbruik, weglopen, .moeten time-out projecten mogelijk blijven.

 

20. Ook in de jeugdhulpverlening zijn er rechten voor jongeren

 

Spirit wil dat er voldoende middelen worden vrijgemaakt om het decreet integrale jeugdhulpverlening en het decreet rechtspositie (van de jongere in die jeugdhulpverlening) ten volle uit te voeren. De nadruk moet hier onder meer steeds liggen op participatiemogelijkheden en andere rechten van de betrokken jongeren.

 

21. Een volwaardig jeugdsanctierecht

 

- Spirit wil dat er op termijn werk wordt gemaakt van een volwaardig jeugdrecht voor 12- tot 18-jarigen. Minderjarigen worden tot op vandaag nog onvoldoende beschermd door de klassieke beginselen van het strafrecht, zoals het proportionaliteitsbeginsel, recht op een eerlijk en billijk proces, recht op juridische bijstand of recht op hoger beroep. Dit is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. Spirit vindt dat deze rechtsbeschermende beginselen ook voor jongeren moeten worden toegepast.

 

Wij vragen een sanctierechtelijke (geen strafrechtelijke) verantwoordelijkheid voor minderjarigen die een ernstig misdrijf hebben gepleegd. Zo wordt het principe van de verantwoordelijkheid ingevoerd en blijft er toch een onderscheid met de volwassenen.

Een volwaardig jeugdrecht impliceert op termijn de afschaffing van het uithandengeven en de mogelijkheid tot interventies die verder reiken dan de leeftijd van 20 jaar ten aanzien van de bijna 18-jarigen die zeer ernstige misdrijven hebben gepleegd. Sancties voor jongeren streven de bevestiging van de norm na, evenwel op een constructieve en pedagogisch verantwoorde wijze. Ze bieden dus toekomstperspectief, zijn valoriserend en emanciperend, duidelijk en beperkt in duur. Spirit pleit daarom voor een jeugdrecht waarbij sanctiemaatregelen à la carte, aangepast aan de leeftijd en de ontwikkeling van de minderjarige, en gecombineerd worden toegepast, waarbij gemeenschapsdienst en leerprojecten een wettelijke basis krijgen en de herstelbemiddeling geregeld wordt. Hiervoor dient aan elke minderjarige, die een ernstig misdrijf gepleegd heeft, een onafhankelijk trajectbegeleider te worden toegewezen. Via de wettelijke invoering van het subsidiariteitsbeginsel krijgen de ambulante sancties en maatregelen steeds voorrang op de plaatsing die we als ultieme remedie naar voren schuiven. Bij de eventuele plaatsing krijgt de open plaatsing voorrang op de gesloten plaatsing. Zo blijven jongeren maximaal in staat om het contact met de familie en hun schoolomgeving te behouden.

 

22. Geen Everberg zonder jeugdsanctierecht

 

Spirit houdt vast aan de tijdelijkheid van de samenwerkingsovereenkomst betreffende de Jeugdgevangenis te Everberg zolang er op federaal niveau geen volwaardig jeugdsanctierecht is geïnstalleerd.

 

23. Vluchtelingenkinderen, geen kind van de rekening

 

Spirit wil dat in alle leefdomeinen, in het bijzonder gezondheidszorg, hulpverlening, onderwijs en vrije tijd de nodige maatregelen worden getroffen zodat vluchtelingenkinderen volwaardig aan bod kunnen komen.

 

Spirit wil sterker investeren in de gespecialiseerde opvang van kinderen die het slachtoffer zijn van internationale kinderhandel of van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen.

 

24. Een stevige aanpak van de kindermishandeling

ONDERWIJS

 

 

Onderwijs is erg belangrijk voor de toekomstige welvaart en het toekomstige welzijn van Vlaanderen. Uit internationaal vergelijkende studies komt het Vlaams leerplichtonderwijs als kwalitatief hoogstaand naar voor. De factoren die aan de basis liggen van het feit dat onze scholen duidelijk 'goed' zijn in het bijbrengen van onder meer wiskunde en vreemde talen aan hun leerlingen, mogen niet in het gedrang komen. De hoge kwaliteit van ons leerplichtonderwijs is echter geen verworvenheid: voortdurend moet er worden gewerkt aan kwaliteitsverbetering, aan het wegwerken van bestaande kwaliteitstekorten en aan het verhelpen van onderwijsinherente problemen die kansengelijkheid in de weg staan.

 

 

1. Organisatie en financiering

 

 

- Onderwijs is voor Vlaanderen te belangrijk om er een besparingspost van te maken. Daarom stelt spirit voor om jaarlijks ten minste 5,5% van het Bruto Regionaal Product te besteden aan het dagonderwijs.

 

- Spirit is tegenstander van elke vorm van commercialisering van elk onderwijs dat aanleiding geeft tot eindattestering. Het recht op onderwijs is een basisrecht en geen handelsgoed . Spirit verwerpt een politiek die het onderwijs overlaat aan de commerciële vrije markt. Zij mag dan ook niet onder de GATS ( General Agreement on Trade in Services ) ressorteren.

 

- Spirit staat voor onderhandelingen met alle inrichtende machten om te komen tot één koepelstructuur, die vrijheid van onderwijs garandeert. In afwachting zijn we van mening dat de opdracht van de bestaande koepels wordt geherformuleerd naar het aanbieden van dienstverlening voor alle inrichtende machten en alle scholen. De inkomsten van de koepels komen voor een deel uit de dienstverlening die ze verkopen aan de scholen. Die scholen bepalen dan zelf, afhankelijk van het dossier of het thema, welke koepel zij kiezen voor de dienstverlening die zij nodig hebben. Zij kunnen door een koepel niet meer gedwongen worden om een deel van hun werkingstoelagen door te storten.

 

- De verschillen tussen het vrije onderwijs en het gemeenschapsonderwijs inzake financiering kunnen voor spirit worden weggewerkt wanneer aan een aantal basisvoorwaarden is voldaan. Deze basisvoorwaarden zijn een objectieve studie naar de lastenstructuren, een open en doorzichtige boekhouding voor alle scholen, inrichtende machten en koepels, en een onvoorwaardelijk engagement tot participatie aan het beleid van de Vlaamse overheid.

 

- Iedere school die aan de erkennings-, oprichtings- of instandhoudingnormen voldoet, moet op een leefbare en pedagogisch verantwoorde manier kunnen functioneren. Dit houdt in dat de financiering van de scholen niet lineair kan zijn. Voor spirit kan de schoolfinanciering als volgt worden berekend:

a) Een instapfinanciering die los staat van de leerlingenaantallen.

•  b) Een basisfinanciering berekend op het aantal ingeschreven leerlingen.

•  c) Een pedagogische financiering op basis van de objectiveerbare verschillen tussen de aangeboden studierichtingen.

•  d) Een diversiteitfinanciering volgens enerzijds het profiel van de leerling (opleidings- en beroepsprofiel van de ouders, samenstelling van het gezin, B- of C-attest, thuistaal Nederlands of niet, leerstoornissen en handicap), en anderzijds de individuele leerwinst die een leerling maakt.

 

- S pirit wil objectieve criteria voor de infrastructuurnoden van alle scholen. Op basis hiervan is een evenwichtig infrastructuurbeleid mogelijk. Wij willen er bij de Europese en de federale regering voor ijveren om de BTW op schoolgebouwen (bouw, verbouwing, renovatie) te verlagen naar 6%. Het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement onderwijs, beheert de schoolgebouwen.

 

- Spirit pleit ervoor dat de gemeenten verantwoordelijk worden voor alle basisscholen op hun grondgebied. Daartoe richten zij best een 'autonome instantie' op in de schoot van de gemeenteraad of de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Het gemeentebestuur kan op die manier alle basisscholen, zowel van het vrije, het gemeenschaps- als het gemeentelijk onderwijs, op een gelijke manier ondersteunen. De hogere overheid moet mee voor de nodige financiële steun zorgen.

 

- Spirit is voorstander van netwerkvorming en samenwerkingsverbanden tussen de scholen in de regio en het sociaal-cultureel werk, welzijnsinitiatieven, het lokale bedrijfsleven, .. Zo krijg je een bundeling van de schoolvoorzieningen en verschillende andere instellingen in een wijk. Gemeentebesturen coördineren dergelijke samenwerkingsverbanden.

 

 

2. Een goed statuut voor elke onderwijsactor

 

 

- Om meer duidelijkheid te scheppen over wat de kinderrechten concreet betekenen op de schoolbanken, moet een voor de betrokkenen begrijpbaar leerlingenstatuut worden ingevoerd. Daarin worden de rechten en de plichten van de leerlingen vastgelegd en dit zonder vakjargon of al te dwingende procedures.

 

- Voor spirit moeten alle leerlingen vanaf 14 jaar de documenten die aan de ouders of de opvoeders ter ondertekening worden voorgelegd, zelf mee ondertekenen. Wij denken hierbij onder meer aan inschrijvingsdocumenten, schoolreglement, rapporten, schoolagenda en bevestiging van studierichting. Op deze wijze kan niet boven het hoofd van de leerling worden beslist of geïnformeerd.

 

- Het onderwijsbeleid heeft een rechtstreekse invloed op de leefwereld en het persoonlijk welbevinden van kinderen en jongeren. Daarom wil spirit dat de Vlaamse regering bij elk nieuw onderwijsdecreet of substantiële wijziging van een onderwijsdecreet verplicht een kindeffectenrapport voorziet.

 

- Spirit is voorstander van een startkwalificatie voor elke schoolverlater, ook als het normale curriculum niet volledig werd afgewerkt. Deze startkwalificatie geeft aan of de schoolverlater

voldoende competenties heeft voor een zelfstandig functioneren en voor maatschappelijke participatie, een beroepskwalificatie met certificaat op zak heeft, en de nodige competenties bezit om permanent leren mogelijk te maken.

 

- Spirit wil dat er in Vlaanderen een digitale databank voor diploma's wordt opgericht. Op termijn willen we komen tot een Europees digitaal systeem waarbij alle informatie over behaalde diploma's en kwalificaties, bij- of nascholingen, vaardigheden opgedaan in het vrijwilligerswerk of beroepservaringen, wordt opgeslagen. Op eenvoudig verzoek en met respect voor de privacy kan deze centrale databank dan een rechtsgeldig attest van verworven competenties aanleveren.

 

- Spirit wil het beroep van leerkracht dynamiseren door het statutair en financieel op te waarderen. Met de vlakke onderwijscarrière wordt komaf gemaakt. Spirit voorziet vijf mogelijke statuten voor de leraren, en na evaluatie, vier carrièresprongen die gepaard gaan met vier loonsprongen.

a) Statuut 1: Juniorleraar. Hier functioneert de startende leraar gedurende twee jaar voor 80% als leraar en besteedt 20% aan zijn verdere professionalisering.

b) Statuut 2: Leraar. Dit statuut geldt voor maximum 5 jaar. Na 3 jaar kan de Leraar zijn aanvraag doen voor 'Seniorleraar' en het statuut 3 verwerven. Wordt het statuut 3 na twee opeenvolgende aanvragen en evaluaties niet toegekend, dan volgt ontslag.

c) Statuut 3: Seniorleraar. Kan tot aan de pensioenleeftijd verworven worden, maar geeft na 5 jaar de mogelijkheid door te stoten naar het statuut van 'Leraar-expert'. Contracten zijn van onbepaalde duur en gelden voor alle erkende en gesubsidieerde scholen in Vlaanderen. Eventuele reaffectatie, het elders opvullen van weggevallen uren, kan dus netoverschrijdend of tussen verschillende inrichtende machten.

d) Statuut 4: Leraar-expert. Naast een blijvende opdracht als leerkracht, krijgen zij bijzondere functies toevertrouwd op basis van hun verworven competenties. Hier denken we aan het mentorschap voor leraren in opleiding en/of voor Juniorleraren, aan graadcoördinatoren, aan een functie in het middenkader, enz. Alle Seniorleraren van een school hebben een raadgevende stem bij de aanduiding van een Leraar-expert.

e) Statuut 5: Leraar-directeur. Na een bijkomende opleiding kan de Leraar-expert doorgroeien naar een directiefunctie binnen of buiten de scholengemeenschap. Ook een Leraar kan na minimaal 7 jaar leraarervaring en na bijkomende opleiding, doorgroeien naar het statuut van leraar-directeur. De aanstelling gebeurt door de inrichtende macht in overleg met de schoolraad.

Dit statutair systeem vervangt geleidelijk het systeem van de vaste benoeming, evenwel zonder fundamenteel te raken aan de rechtszekerheid van de leerkracht.

 

- Spirit is voorstander van een gelijkschakeling van het aantal lesuren dat licentiaten en regenten moeten les geven voor een voltijdse opdracht.

 

- Nuttige ervaring opgedaan buiten het onderwijs wordt gewaardeerd in de vorm van een anciënniteittoeslag. Dit geldt voor alle leerkrachten.

 

- Ambulante leerkrachten hebben recht op coherente opdrachten. Dit moet mogelijk worden door hetzij een voltijdse combinatie van verschillende inhoudelijke taakstellingen binnen één school, hetzij een voltijdse opdracht met één inhoudelijke taakstelling binnen verschillende scholen. Dit wordt bij voorkeur netoverschrijdend en (inter)gemeentelijk georganiseerd.

 

- Elke leerkracht heeft recht op ten minste 50 uur navorming per jaar waarvan hij/zij er ten minste 20 uur tijdens de normale schooluren kan volgen.

 

- Om navorming en participatie van leerkrachten te stimuleren stelt spirit voor om een gedifferentieerd systeem van verloning in te voeren. In dit systeem vormen niet alleen de anciënniteit, maar ook de gevolgde uren navorming, participatie aan vakwerkgroepen of het begeleiden van extracurriculaire activiteiten, criteria in de berekening van de verloning.

 

- De evaluaties van personeelsleden dienen te gebeuren via onafhankelijke commissies. Zij moeten kunnen steunen op een door het personeelslid te verdedigen dossier dat tevens resultaten bevat van wetenschappelijk onderbouwde instrumenten. Op regelmatige basis worden functioneringsgesprekken georganiseerd.

 

- Het lerarenberoep wensen wij aantrekkelijker te maken door een grotere beleidsruimte, zoals meer open leerplannen en minder controleregeltjes, en de mogelijkheid om sabbatjaren en vormen van tijdskrediet op te nemen. De administratieve opdrachten, de zogenaamde planlast, van het onderwijzend personeel worden geëvalueerd in functie van een betere en meer gelijke onderwijsparticipatie.

 

- Spirit wil dat per vak, per leerjaar en volgens het gemiddeld profiel van de leerlingen in de gevolgde studierichting grenzen worden gesteld aan het aantal leerlingen waarboven het klascomfort niet meer kan worden gegarandeerd.

 

- Spirit wil de inhoud van de lerarenopleiding aanpakken:

a) In de lerarenopleiding niet alleen aandacht besteden aan leerinhouden, maar evenzeer aan leefinhouden (de klas- en schoolomgeving). Niet enkel het intelligentiequotiënt (IQ), maar ook het emotioneel quotiënt (EQ) is belangrijk.

b) Leraren zijn geen hulpverleners in de enge zin van het woord, maar moeten problemen bij leerlingen wel kunnen detecteren en signaleren aan deskundige hulpverlening.

c) De inhoud van de lerarenopleiding moet aangepast zijn aan en afgestemd zijn op de diversiteit van onze interculturele samenleving. Spirit streeft naar een evenredige vertegenwoordiging van alle kansengroepen in de lerarenopleiding en het lerarenkorps.

d) Stagebegeleiding van leraren in opleiding is een gedeelde verantwoordelijkheid van stagescholen en opleidingsinstituten. Scholen en opleidingsinstituten sluiten structurele samenwerkingsovereenkomsten af. Een leraar in opleiding kan niet langer een willekeurige stageplaats kiezen.

e) Er is een dringende nood aan nieuwe initiatieven om het niveau van de instroom van kandidaat-leraren te verhogen. Wij denken bijvoorbeeld aan een verplichte deelname aan een begeleide zelfselectieprocedure.

f) De professionele ontwikkeling van de opleiders van leraren verdient meer aandacht. Een aanvullende opleiding is noodzakelijk. Lerarenopleiders moeten de bekwaamheid bezitten om hun pedagogische en didactische keuzes te bespreken met hun studenten en de noodzakelijke reflectie door hun studenten stimuleren.

 

- Het volgen van een vooropleiding is een instapvoorwaarde om de functie van directeur uit te oefenen. De overheid biedt daartoe een kader aan van realistische basiscompetenties die voor deze functie vereist zijn. Dat maakt een opleiding op maat mogelijk. De permanente nascholing van directeurs is een absolute must .

 

- Op het niveau van de scholengemeenschap wordt een managerdirecteur aangesteld. Op het niveau van de school opteren wij voor pedagogische directeurs. Naast een beginnend directeur wordt tijdelijk een coachdirecteur geplaatst die instaat voor de begeleiding. De directeur wordt geëvalueerd op basis van vooraf vastgelegde kernverantwoordelijkheden door zijn werkgever, mede op basis van de inbreng van de personeelsleden, ouders, leerlingen, en de eventuele coachdirecteur.

 

- De directeur wordt voldoende ondersteund op beleidsvlak, op pedagogisch en administratief vlak. Elke school met 220 ingeschreven leerlingen heeft recht op administratieve ondersteuning. Voor het buitengewoon onderwijs geldt een lager aantal ingeschrevenen en worden de leerlingen die via het Geïntegreerd Onderwijs (GON) begeleid worden meegerekend.

 

 

3. Inspraak

 

 

- Alle schoolactoren worden betrokken bij de opmaak van een schoolwerkplan, waarvoor de directeur de verantwoordelijkheid draagt. Dit schoolwerkplan is in basis- én secundair onderwijs verplicht. Het plan voorziet in de bekendmaking van het schoolbeleid en van de wijze waarop dat beleid vorm krijgt.

 

- Voor spirit moet elke school een autonoom opererende leerlingenraad oprichten, samengesteld volgens een vrijwillige beurtrol, die inspraakmogelijkheden voorziet voor zowel de eerste, de tweede als de derde graad. De adviezen die de leerlingenraad formuleert, moeten een gefundeerd antwoord krijgen, hetzij van de schooldirectie, hetzij van de inrichtende macht. Een vertegenwoordiging van de leerlingenraad zit ook in de centrale inspraakorganen (directieraad en/of pedagogische raad).

 

- Inspraak is niet alleen belangrijk op schoolniveau, maar ook op klasniveau. De inspraak vertrekt bij voorkeur vanuit concrete aanleidingen en gebruikt methodieken op maat van de leerlingen. Leerlingen moeten de mogelijkheid hebben om hun leerkrachten te evalueren.

 

- Spirit wil een grotere betrokkenheid van de leerkrachten bij de centrale inspraakorganen (directieraad en/of pedagogische raad) en efficiëntere werking van deze organen. Dit betekent een democratische en uitgebreide vertegenwoordiging van de leerkrachten in de directieraad, en een goede consultatie en efficiënte communicatie naar alle leerkrachten.

Wij pleiten ervoor om participatie op te nemen in de lerarenopleiding, met specifiek aandacht voor het zelf leren participeren.

 

- Spirit vraagt aandacht voor ouderondersteunend leerkrachtgedrag en onderwijsondersteunend oudergedrag. Praktijkvoorbeelden zoals taximama's of vertelpapa's, waarbij ouders worden ingeschakeld om leerlingen te helpen begeleiden of transporteren, verdienen navolging.

 

- Kansarmoede is in haar essentie een participatieprobleem. Er moeten intensieve contacten tussen de school en de kansarmen plaatsvinden. Vooral de informele contacten zijn noodzakelijk binnen een reële armoedebestrijding. Anders en meer communiceren is de boodschap voor de scholen. School- en participatieraden waken erover dat ook kansarmen er kunnen actief aan participeren.

 

 

4. Gelijke kansen

 

 

- Spirit is voorstander van het aanpassen van de curricula aan het levensecht onderwijs, waarbij rekening gehouden wordt met diversiteit en waarbij in het basisonderwijs zowel handvaardige als abstracte vaardigheden aan bod komen. Daarvoor is het noodzakelijk dat in de navorming en de leerkrachtenopleiding voldoende aandacht gaat naar de 'cultuur' van alle leerlingen, het inleefvermogen van de leerkracht en het aansluiten bij de leefwereld van alle leerlingen. Al te vaak wordt onbewust en onterecht de sociale en culturele afkomst van een leerling als een selectiefactor gehanteerd. De leerkrachten moeten zich van deze kansenongelijkheid bewust worden. De Centra voor leerlingenbegeleiding vormen in dit verband een belangrijke schakel tussen leerling en school

 

- Ongeacht hun leercapaciteiten moeten kinderen zoveel mogelijk in eenzelfde leeromgeving kunnen blijven. Spirit wil - rekening houdend met de draagkracht van iedereen - meer investeringen in extra ondersteuning en doelgroepspecifieke begeleiding van kinderen met leer-, gedrags- en ontwikkelingsproblemen in plaats van in aparte leeromgevingen.

 

- Onderwijs aan huis zorgt ervoor dat kinderen sneller het ziekenhuis mogen verlaten en leerachterstand vermeden wordt. Spirit wil dat er een decreetgevend kader wordt opgesteld voor onderwijs aan huis voor kinderen uit het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, zoals reeds bestaat voor het basisonderwijs.

 

- Spirit is voor een inschrijvingsplicht vanaf 4 jaar en leerplicht vanaf 5 jaar voor het basisonderwijs. Voor kinderen bij wie een abnormaal hoge afwezigheid wordt vastgesteld, wordt het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) ingeschakeld om de problemen te achterhalen. De ouders van de kinderen uit achtergestelde groepen worden maximaal betrokken en ondersteund.

 

- Spirit is voorstander van een parallel traject voor hoogbegaafden in ten minste één secundaire school per provincie. Dat betekent dat ze het normale jaarverloop volgen van de normaal begaafde leerlingen in de parallel klassen en er samen les mee krijgen, maar daarbovenop krijgen ze als klasgroep een extra opgave als jaaropdacht of als semestertaak, waar de klemtoon ligt op samenwerken met de andere leerlingen, zodat ze door middel van het aanleren van sociale vaardigheden de uitdaging kunnen aangaan. Hoogbegaafde leerlingen die de raad krijgen van o.a. het CLB om het zesde leerjaar van het lager onderwijs over te slaan, worden geacht het getuigschrift van het lager onderwijs behaald te hebben.

 

- Spirit wil het beroepsonderwijs herwaarderen door er onder meer voor te zorgen dat zoveel mogelijk scholen zowel Algemeen Secundair Onderwijs (ASO-), Kunst Secundair Onderwijs (KSO-), Technische Secundair Onderwijs (TSO-) als Beroeps Secundair Onderwijs (BSO-) richtingen aanbieden. Via dit principe van de secundaire schoolcampus hopen we in de scholen vlotter een sociale mix te bekomen en de stigmatisering van de scholen op basis van de aangeboden studierichtingen tegen te gaan. De schotten tussen de diverse richtingen worden daarom zoveel mogelijk weggehaald. De opsplitsing in BSO, TSO en KSO gebeurt pas vanaf de tweede graad. Dit zal het cascadesysteem drastisch tegengaan. Voor TSO en BSO wordt een imagocampagne opgestart, gericht op leerlingen én leerkrachten. Het is aangewezen dat de scholen richtingoverschrijdende activiteiten organiseren. Op termijn worden BSO, TSO, KSO en ASO afgeschaft. Enkel de studierichtingen worden benoemd (bvb. Kantoor, Elektromechanica, Latijn-Wetenschappen, ...).

 

- Spirit is absolute voorstander van de effectieve kosteloosheid van het basisonderwijs tot en met het secundair onderwijs. In afwachting wil spirit de studietoelage automatisch toekennen. De kinderbijslag wordt daartoe aangevuld met een variabel gedeelte als studietoelage. De berekening gebeurt op basis van fiscale gegevens of via een kruispuntbank voor studietoelagen. Het variabel gedeelte houdt tevens rekening met de gevolgde studierichting en het gevolgde leerjaar. De overheid heeft een meldingsplicht inzake studietoelage.

 

- Om de school te responsabiliseren en de kosten van allerlei activiteiten in te perken, is spirit voor het invoeren van een maximumfactuur per studierichting en per leerjaar.

 

- Voor spirit is inclusief onderwijs voor kinderen met een handicap en kinderen met leerproblemen een na te streven ideaal dat maximaal moet verwezenlijkt worden, vanaf het kleuteronderwijs. Wij beseffen echter dat inclusief onderwijs voor sommige leerlingen niet mogelijk of wenselijk is. Voor die leerlingen wil spirit dat aparte onderwijsvoorzieningen met aangepaste begeleiding blijven bestaan. Bij de keuze voor inclusief of aangepast onderwijs mogen alleen de belangen van de leerling vooropstaan.

 

- Alle schoolgebouwen, maar ook de interactie en het lesmateriaal, moeten maximaal toegankelijk en bereikbaar zijn voor personen met een handicap.

 

- Spirit wil enerzijds het aantal tolken voor slechthorende en dove leerlingen verdubbelen en anderzijds inspanningen leveren om via taal- en spraaktechnologie de integratie en de zelfstandigheid van deze leerlingen binnen het gewoon onderwijs te optimaliseren. Ook voor andere handicaps wordt de bestaande begeleiding aan de noden aangepast en maximaal gebruik gemaakt van technische toepassingen die de integratie in het gewoon onderwijs makkelijker maken.

 

- Spirit wil de studietoelage voor kinderen met een handicap of leerproblemen die in het gewone onderwijs les willen volgen, verhogen tot de gemiddelde kost per handicap of leerprobleem. Voor kinderen met een meervoudige handicap die in een dagcentrum worden opgevangen in plaats van een school, gelden de onderwijskundige principes van studietoelagen zodat de ouders niet zelf moeten opdraaien voor de meerkost van de opvang.

 

- Intelligentietesten zijn niet cultuurvrij, dat wil zeggen dat bepaalde onderdelen van de test een zekere bekendheid met een culturele context veronderstellen. Leerlingen die niet in deze context zijn opgegroeid, zijn bij het maken van de test in het nadeel. Spirit pleit daarom voor cultuureerlijke intelligentietesten.

 

 

5. Een nieuwe pedagogiek voor een nieuwe eeuw

 

 

- Spirit wil het idee van de brede school in zijn ruimste definitie toepassen. Het aantal lesuren voor kennisvakken wordt beperkt tot 22. Uit de vrijgekomen uren maken de leerlingen een keuze uit een vrij te kiezen informeler aanbod, georganiseerd binnen een regionaal verband. Mogelijke partners zijn het deeltijds kunstonderwijs, het jeugdwerk, de sportclubs, de gemeentelijke sportdienst enz. Ook school- of ander jeugdtoneel, het bezoeken van theater, bibliotheek, engagement in de sociale sector, activiteiten van allerlei begeleidingsdiensten (logopedie, studiebegeleiding, bijscholing, .) of het bijwonen van levensbeschouwelijke lessen komen in aanmerking. Een begeleidingsdienst moet erop toezien dat gedurende de leerplicht op regelmatige basis aan de vrij te kiezen activiteiten wordt deelgenomen.

 

- De huidige opdeling van de leerplicht in 6 jaar basisonderwijs en 6 jaar secundair onderwijs is zeer artificieel. Het maakt dat men op zijn 12de haast een definitieve studie- en/of beroepskeuze moet maken, en doet kiezen voor het "maximale" zodat veel leerlingen achteraf na veel frustratie afglijden. Spirit pleit daarom voor één opleidingsmodel met drie vertakkingen die lopen van 4 tot 18 jaar. We wensen een doorzichtige opleidingenstructuur met tussentijdse certificering en flexibele overstap-, instap- en uitstapmogelijkheden.

 

- Een goede kennis van de pc is vandaag onontbeerlijk. Informatica maakt ook nieuwe manieren van lesgeven mogelijk. Spirit wil daarom dat vanaf het derde jaar secundair onderwijs elke leerling over een persoonlijke thuis-pc kan beschikken. Leerkrachten krijgen een intense voorbereiding op het werken met een computernetwerk, interessante educatieve tools, multimediale programma's, ... Scholen moeten uitgerust zijn voor netwerken en draadloze internetverbinding. Er wordt maximaal gebruik gemaakt van open source software.

 

- Elke leerling heeft recht op succeservaringen. Spirit is daarom voorstander van een evaluatiesysteem op basis van leerwinst. Zo wordt de nadruk gelegd op de vooruitgang die een leerling boekt ten opzichte van een vastgelegde beginpositie en minder op het behalen van een uniform vastgelegd resultaat. Om die individuele leerwinst te meten worden de nodige instrumenten ontwikkeld. Het nieuwe evaluatiesysteem komt dan in de plaats van het huidige selectieve systeem. Daartoe kan in eerste instantie in de laatste 4 jaar van het secundair onderwijs het modulair leren worden veralgemeend.

 

- Voor kinderen uit het basisonderwijs wordt huiswerk tot een minimum herleid. Voor jongeren uit het middelbaar onderwijs kunnen huistaken beperkt worden tot creatieve, dus niet-cognitieve of niet-technische opdrachten. Daarnaast is het belangrijk dat kinderen en jongeren technieken van zelfstudie worden aangeleerd.

 

- Elke leerling heeft recht op een tweede kans. Daarom blijven herexamens behouden in alle richtingen. Vakantietaken kunnen een hulp zijn zodat leerlingen met leerproblemen geen te grote achterstand hebben bij het begin van het nieuwe schooljaar.

 

- Spirit is voorstander van een eigentijds praktijkgericht taalonderwijs waarbij reeds vanaf het basisonderwijs spelenderwijs en met aangepaste methodieken taalgevoeligheid wordt bijgebracht. Er komt meer nadruk op gesproken taal te liggen. In het secundair onderwijs wordt Frans verplicht de eerste en Engels de tweede vreemde taal. Als derde vreemde taal kunnen de leerlingen kiezen tussen Duits, Spaans of een taal die aansluit bij de culturele achtergrond van het kind. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van leraren uit andere taalgebieden en van uitwisselingsprojecten voor leerlingen. Kennis van het Nederlands is in Vlaanderen onontbeerlijk. Spirit ijvert daarom voor een degelijk onderricht in standaard Nederlands, in geschreven en in gesproken vorm.

 

- Het Nederlandstalig Onderwijs in Brussel (NOB) moet zijn Nederlandstalig karakter aan de buitenwereld en vooral aan de ouders van de leerlingen kenbaar maken. Het NOB moet echter openstaan voor alle leerlingen, ongeacht hun etnische, culturele, sociale of godsdienstige achtergrond. De ouders en de leerlingen moeten niet alleen het pedagogisch project, maar ook het Nederlandstalig karakter respecteren. Spirit staat volledig achter het decreet dat gelijke kansen op onderwijs voor kinderen van vreemde oorsprong of uit arme gezinnen waarborgt. Spirit wil dat dit GOK-decreet gewijzigd wordt door toevoeging van een specifiek Brussel-luik, dat de aanwezigheid van Nederlandstalige kinderen verzekert: 30% in het Basisonderwijs en 40% in het ASO. Bovendien verwacht spirit dat het NOB zich actief zal inspannen om de sociale en culturele kloof tussen ouders en school te dichten. Daartoe zal het NOB de anderstalige ouders aanmoedigen en helpen om Nederlandse taallessen te volgen.

 

- Spirit ondersteunt de recente initiatieven omtrent een meertalig en modulair onderwijssysteem. De meertaligheid is immers - samen met de interculturele ontmoetingskansen - één van de elementen, die het NOB kwalitatief hoogstaand en aantrekkelijk maakt in de voorbereiding van de leerlingen op hun toekomstige plaats in de internationale Brusselse gemeenschap. De leerkrachten, die bereid zijn de bijscholing van het Brussels Nascholingscentrum of een andere opleiding inzake de omgang met anderstaligheid, interculturaliteit en armoede te volgen, hebben recht op een bijkomende verloning, wanneer en zolang ze in het NOB tewerkgesteld zijn.

 

 

6. Een dynamisch en toegankelijk hoger onderwijs

 

 

- Een verkeerde studiekeuze in het hoger onderwijs kan vervelende gevolgen hebben. Niet alleen is er de meerkost voor de scholen, het zorgt ook voor een lager opleidingsniveau of vertraagde uitstroom naar de arbeidsmarkt én persoonlijke drama's. Spirit is daarom voorstander van een betere oriëntering van de jongeren bij de doorstroom naar het hoger onderwijs. In de laatste graad van het secundair onderwijs moet er voor elke jongere een studiekeuzedossier worden aangelegd en dat in samenspraak met de directe spelers, d.w.z leerling, leraar en ouders. Ook de klassenraad, het schoolteam, het Centrum voor Leerlingenbegeleiding en het hoger onderwijs zelf hebben een belangrijke rol te spelen. Vaste onderdelen in dat studiekeuzeproces zijn een algemene oriënteringsproef in het voorlaatste jaar waarin taalvaardigheid, begrip en logisch denkvermogen worden getest enerzijds en een richtingsgeoriënteerde proef anderzijds. Deze laatste bestaat in een excursie waar de student in spe kan proeven van de inhoud van de richting, van de manier van werken en lesgeven. Deze proeven moeten verplicht zijn voor elke jongere maar mogen geen bindend karakter krijgen.

 

- Spirit blijft gekant tegen puur numerieke beperkingen inzake overgang tussen het secundair onderwijs en het hoger onderwijs. De maatschappij heeft er alle belang bij om zoveel mogelijk maatschappelijk potentieel te kunnen mobiliseren. De meeste puur kwantitatieve beheersingssystemen leiden tot niet volledige mobilisatie van dat potentieel, en dienen veeleer de beurs van een beperkte beroepsgroep die reeds actief is. Bindende proeven moeten ook uitgesloten worden, omdat er nog geen volledig betrouwbaar instrumentarium bestaat dat in alle gevallen de voor een opleiding bekwame studenten kan onderscheiden van de andere. Elke proef blijkt voorlopig nog op één of andere manier een voordeel in te houden voor sociaal bevoordeelden of meet op één of andere manier bepaalde kennis die men reeds opdeed. Toevallige factoren zoals school of leraar kunnen dan bepaalde bekwame studenten tijdelijk benadelen.

 

- De inschrijvingsgelden worden voor beursstudenten beperkt tot een minimum. Alle studenten moeten tijdens het eerste semester naar eender welke richting kunnen overstappen zonder opnieuw inschrijvingsgeld te betalen.

 

- Iedere student krijgt een financieel minimumpakket. De studiebeurzen voor het hoger onderwijs worden opgetrokken tot ze de reële studiekosten ook daadwerkelijk helemaal dekken. Bovendien is er nood aan een optrekken van de inkomensgrenzen die gebruikt worden om te berekenen of een jongere recht heeft op een beurs en hoe hoog die dan is. De overheid dient in overleg met de instellingen voor hoger onderwijs na te gaan in welke mate de kosten voor het hoger onderwijs kunnen gedrukt worden en waar nodig rechtstreeks een inspanning te doen opdat iedereen onder gelijke voorwaarden van de moderne onderwijsvormen kan gebruik maken.

 

- Een deel van de verantwoordelijkheid voor het toegankelijk en democratisch inrichten van hoger onderwijs ligt bij de studentenvoorzieningen van de universiteiten en de sociale voorzieningen aan de hogescholen. Elke student moet van alle voorzieningen gebruik kunnen maken, ongeacht de associatie waarin hij of zij school loopt. Er moet tevens een einde komen aan de asymmetrische organisatie en het verschil in betoelaging tussen universiteits- en hogeschoolstudenten. Het optimale organisatieprincipe is dat van de subsidiariteit tussen een internationaal, Vlaams, regionaal en lokaal niveau. Het zwaartepunt van de organisatie moet op regionaal niveau liggen om maximaal in te spelen op de regiogebonden verschillen (dure huisvesting, veel pendelstudenten, veel allochtonen.) en ook de schaalvoordelen te benutten. Op elke campus moeten er evenwel antennediensten zijn om het directe contact met de student te vrijwaren.

 

- Elke student heeft recht op een buitenlandse uitwisseling en mag die uitwisseling voorbereiden door op voorhand een taalcursus te volgen van de taal van het land of regio. Hiervoor moet niet apart worden betaald. De sturende en ontvangende instellingen sluiten op voorhand onderling protocollen af om het aantal studiepunten te honoreren en te erkennen. De studenten kunnen ter voorbereiding vragen om een rechtstreekse videoles te mogen volgen.

 

- Spirit wil dat de instellingen van hoger onderwijs sterker samenwerken zonder af te doen van de noodzakelijke tweedeling tussen eerder professionele opleidingen en eerder wetenschappelijk georiënteerde opleidingen. Beide zijn nodig met hun specifiek profiel.

 

- Het hoger onderwijs moet maximaal toegankelijk zijn. Dat betekent een maximale betrekkingen van kansarmen en allochtonen in het kader van de gelijke kansen. Dat betekent bijvoorbeeld ook dat bij individuele trajecten (IAJ) examens niet mogen samenvallen, zoals nu vaak het geval is.

 

- Inspraak en participatie zijn ook hier belangrijk. Spirit wil niet alleen dat studenten op gezette tijdstippen hun proffen en docenten kunnen evalueren, maar ook het geheel van studentenvoorzieningen kunnen toetsen aan wat is aanbevolen. Alle raden van bestuur moeten minstens uit 20% studenten bestaan. Kandidaat-studentenvertegenwoordigers dienen de helft van de uitgebrachte stemmen achter zich krijgen. Om geldig te verkiezen moet wel minstens 20% van de studenten hun stem uitbrengen. Dat betekent dat kandidaten hun medestudenten ook moeten motiveren en informeren zodat die het belang van de stemming inzien. Wie verkozen is, heeft voor spirit recht op coaching en naschoolse vorming zodat ze de nodige kennis in verband met bestuur kunnen opdoen. We willen hen ook belonen, niet financieel maar educatief, door aan hun vertegenwoordiging een aantal studiepunten toe te kennen (bvb. 7 op 60 studiepunten).

 

- Het Bologna-akkoord bevat kansen maar ook bedreigingen. Spirit onderschrijft de grotere transparantie van diploma's binnen de grote Europese context en de grotere mobiliteitskansen die dit biedt. Wij hopen via Bologna ook het hoger onderwijs te dynamiseren (relevante en actuele vormen van onderwijs) en te flexibiliseren (meer groepen betrekken via bvb. combinatie werk/studie en een vlotte overstap tussen universiteit en hogeschool). Wij staan echter huiverachtig tegenover een louter economische invulling van het hoger onderwijs. Voor spirit heeft hoger onderwijs een waarde op zich. Wij zijn ook tegen een homogenisering van het onderwijsaanbod. Zeker als dit dan zou betekenen dat het onderwijs daardoor in belangrijke mate in het Engels wordt gedoceerd.

PACIFISME

 

 

Na de Amerikaanse inval in Irak is vrede voor veel mensen geen vanzelfsprekendheid meer. Hoewel het merendeel van de Vlamingen oorlog slechts van televisie kent, kwamen in de periode van de oorlogsdreiging en later tijdens de eigenlijke inval tienduizenden mensen op straat uit bezorgdheid of uit protest.

 

Al die elementen leiden, naast onzekerheid en twijfel, ook tot boeiende uitdagingen en politieke kansen: kansen op duurzame vrede en op hedendaagse internationale structuren gericht op daadwerkelijke samenwerking. Vlaanderen kan daarin een specifieke rol spelen.

 

 

1. Een degelijke controle op wapenproductie en -handel

 

 

- Met spirit kiezen we resoluut voor de uitbouw van een hoge ethische standaard. Wapens, eens geproduceerd, vinden altijd hun weg naar conflictgebieden, net zoals water een weg vindt naar de zee. Daarom moet de productie en handel in wapens zoveel mogelijk aan banden gelegd.

 

- Wij kanten ons tegen overheidsgeld of ondersteuning voor onderzoek en ontwikkeling naar of investeringen in wapensystemen en daaraan verbonden technologie. Er kan geen overheidskredietverzekering zijn voor wapenexporten en daaraan verbonden technologie (inclusief dual use). Een openbaarheid van de door Delcredere verstrekte polissen is daarvoor noodzakelijk.

 

- Vlaanderen heeft - in tegenstelling tot Wallonië - niet echt een klassieke wapenindustrie of -productie. Wél telt Vlaanderen een aantal bedrijven die hoogtechnologische onderdelen van gesofisticeerde moderne wapensystemen produceren, zoals onderdelen voor het sturingssysteem van kruisraketten, monitoren voor het op afstand controleren van gevechtssituaties, bombardementen, enzovoort. Spirit wil daarom de handel in wapens en onderdelen van wapensystemen op een verantwoorde wijze reglementeren, een transparant controlesysteem inbouwen en een degelijke handhaving zonder achterpoortjes garanderen.

 

- Het Vredesinstituut, een decreet ingediend door Spirit , moet dit beleid kracht bij zetten. Dit Vredesinstituut heeft een vierledige opdracht. Naast haar documentatie-, onderzoeks- en voorlichtingsopdracht wil spirit dat het Instituut algemene of specifieke adviezen over de export, import of doorvoer van wapens formuleert. Het parlement dient op basis van deze adviezen een resolutie in en maakt zo aan de regering duidelijk in welke situaties wapenhandel ontoelaatbaar is.

 

- O p Europees niveau wordt een bindende gedragscode ingevoerd voor de handel in wapens. De opeenvolgende jaarrapporten tonen dat er kleine stappen vooruit worden gezet in het transparanter maken van de Europese wapenhandel, maar de code is nog steeds niet bindend. Spirit steunt de initiatieven die zullen leiden tot een Internationaal Handelsverdrag inzake wapens.

 

- We beseffen echter dat de strijd door de bekrachtiging van de twee decreten betreffende de wapenexport en het vredesinstituut nog niet is voltooid. Slechts 15% van de geëxporteerde en doorgevoerde wapens zijn immers onderhevig aan dit decreet. De rest zijn illegale wapens die via onze havens naar tal van conflictregio's worden getransporteerd. Spirit wil deze malafide praktijken hard aanpakken. Op Vlaams, maar evenzeer op Europees niveau. Enerzijds door de vredesorganisaties de mogelijkheid te bieden om deze overtredingen juridisch aanvechtbaar te maken. Anderzijds door de betere implementatie van exportcontroles. Alleen op die manier kunnen we de bedenkelijke reputatie van België als draaischijf van de internationale illegale wapenhandel doeltreffende aanpakken. Concreet wil Spirit daarom een verhoging van de effectieve controle op het terrein door het douanepersoneel en politiediensten en de effectieve vervolging van de overtreders.

 

 

2. Geweld niet verankeren in de maatschappij

 

 

- Spirit pleit voor een vredesbelasting, zodat niemand nog verplicht kan worden om via zijn gewone belastingen te betalen voor militaire defensie. Dit geld zal integendeel gestort worden in een Vredesfonds om te investeren in vreedzame oplossing van conflicten en initiatieven voor vredesopbouw. Wij denken hierbij aan de studie van niet-militaire verdediging en geweldloze conflictoplossing, de oprichting van bemiddelingsequipes, de bevordering van de mensenrechten en de democratische vrijheden, de bevordering van de ontwapening, de studie over de omschakeling van de wapenindustrie.

 

- Wij vragen een eenmalige investeringsstop of investeringssprong in militaire uitgaven. Jaarlijks pompen de landen van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) een hallucinant bedrag in hun militair apparaat. Het leeuwendeel van die uitgaven vloeit naar personeelskosten en onderhoud van bestaande terreinen en materiaal. Spirit wil echter de circa 20% van het budget dat jaarlijks gemiddeld wordt voorbehouden voor nieuwe investeringen (modernisering van het bestaande wapenarsenaal en aankoop van nieuwe wapens) eenmalig besteden aan vredesprojecten die helpen bij het wegwerken van de gevolgen van oorlog en wapengeweld. Wij zijn ons bewust van de noodzaak van een modern operationeel leger. Maar in tegenstelling tot de haviken die steeds roepen om meer en versnelde investeringen, durven wij stellen dat de NAVO vandaag reeds een voldoende comfortabele militaire voorsprong heeft op eventuele concurrenten.

 

- Spirit eist vanuit haar fundamenteel pacifistische ingesteldheid een verbod op particulier wapenbezit. Bezit van wapens zet de deur open voor gebruik en misbruik van wapens. Met vaak onnodige en onschuldige slachtoffers als gevolg. Geen wapens in huis moet dus de norm worden. De uitzonderingen worden tot het strikte minimum beperkt en voor jagers en sportschutters worden alternatieve opslagmogelijkheden geboden. Spirit kant zich ook resoluut tegen het uitbreiden van het begrip "wettige zelfverdediging" tot de bescherming van goederen. Geen enkel goed is immers een mensenleven waard!

 

3. Een realistische en pacifistische kijk op de wereld

 

 

- Spirit pleit als pacifistische partij voor de vredesdriehoek: vrede door ontwapening, ontwikkeling en zelfbestuur. Dat zijn de drie kernelementen om oorlogen en conflict te voorkomen. Bij buitenlandse missies moet veel vroeger worden gekozen voor het sturen van civiele interventies. De uitbouw van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) kan hiervoor een piste zijn. Pas als ultiem middel kan militair ingrijpen een oplossing vormen.  Spirit pleit dus niet voor preventieve oorlogen, wel voor de preventie van oorlogen. Na de militaire interventie moet zo snel mogelijk een multidisciplinaire civiele task force ter plaatse komen.

 

- Spirit is voorstander van een Europese defensiemacht die de diverse nationale legers vervangt. In een Europees leger kunnen de beperkte middelen beter ingezet en de effectiviteit van het leger verhoogd worden. Dit Europees initiatief mag niet leiden tot een zelfde Amerikaanse militaire logica of een wapenwedloop tussen de beide continenten. Wij wensen geen stijging van de militaire investeringen, alleen een heroriëntering. Wij wensen ook geen militaire supermacht uit te bouwen. Wel een modern, efficiënt en snel inzetbaar leger dat zich richt op conflictpreventie en -beheersing.

 

- Militaire macht kan niet zonder politieke macht. Een Europees leger heeft dus pas nut als er ook een Europees buitenlands beleid wordt ontwikkeld. Het inzetten van troepen kan ook niet zomaar. Belgische troepen worden slechts ingezet voor acties onder mandaat van de Verenigde Naties (VN) en na goedkeuring door het parlement, hierin bijgestaan door het op te richten Vredesinstituut.

 

- Voor de doortocht en het verblijf van vreemde troepen of oorlogsmateriaal in ons land wordt enkel toelating verleend in de mate dat deze, middels een uitvoeringsakkoord, geen afbreuk doet aan de internationale verplichtingen van België onder het VN-Handvest en onder het internationaal humanitair recht. Als de uitvoering van dit akkoord in bepaalde omstandigheden wel aan deze internationale verplichtingen afbreuk doet, moet de federale regering deze uitvoering opschorten. In nieuwe akkoorden worden deze voorwaarden expliciet ingeschreven. Bij de bestaande akkoorden wensen wij te onderzoeken of en wanneer ze een risico meebrengen voor de internationale verplichtingen van België onder het VN-Handvest en onder het internationaal humanitair recht. Wanneer deze akkoorden dit risico meebrengen, dan moeten ze herzien of desnoods opgezegd worden binnen de 2 jaar.

- De strijd tegen terrorisme is van groot belang, maar moet de juiste methodiek hanteren. In de eerste plaats dient de voedingsbodem voor het terrorisme weggenomen te worden. Dat betekent een doorgedreven dialoog en samenwerking met economisch minder ontwikkelde landen. Dat betekent ook het respecteren van minderheden en de universele rechten van de mens. Voor spirit kan het absoluut niet dat maatregelen die staten nemen om het terrorisme te bestrijden ten koste gaan van die mensenrechten. Het antwoord op intolerantie en terrorisme is méér en niet minder openheid, is méér grensoverschrijdende samenwerking en niet de zelfisolatie.

 

- België en Vlaanderen dienen op internationaal vlak een voortrekkersrol te spelen inzake pacifisme. Dat kan door consequent te ijveren voor een wereldwijd verbod op bepaalde types van wapens. Wij denken daarbij aan landmijnen of wapens die door hun eenvoudige hanteerbaarheid en grote vuurkracht slechts een lage drempel voor gebruik opwerpen (zoals P90's geweren), waardoor ze ook door kindsoldaten kunnen gehanteerd worden.

 

- Spirit blijft ijveren voor een wereldwijde nucleaire ontwapening. Het Internationaal Gerechtshof van Den Haag oordeelt dat het dreigen met en het gebruik van kernwapens onwettig is. Nucleaire wapens hebben ook geen enkel afschrikkend effect meer en zijn integendeel zelf een potentieel doelwit voor terroristische aanslagen geworden. Dit brengt de openbare veiligheid ernstig in gevaar. Wij vragen dan ook de onmiddellijke verwijdering van de kernwapens op de militaire luchthaven van Kleine Brogel. België moet tevens pleiten voor een denuclearisering van de NAVO-strategie en zich optimaal inschakelen in de controle op de naleving van het non-proliferatieverdrag.


 

 


SOCIAAL BELEID

 

 

INLEIDING

 

 

Elk individu heeft in gelijke mate recht om actief deel te nemen aan de verschillende domeinen van het maatschappelijk leven (gezondheidszorg, onderwijs, werk, vrije tijd, .). Tegelijk heeft iedere mens andere behoeften die variëren in tijd, plaats en omvang. Inclusie betekent dat de maatschappij zó georganiseerd wordt, dat eenieder zijn leven kan invullen op eigen maat. Spirit pleit voor een behoeftegerichte zorg, een zorg die vertrekt vanuit de behoefte tot ondersteuning van de zorgvrager. Gezinnen hebben recht op opvangmogelijkheden voor hun kinderen; personen met een handicap moeten beroep kunnen doen op opvang en bijstand; zieken hebben recht op verzorging thuis of in een ziekenhuis; . Omdat elke persoon een eigen uniek en dynamisch levenstraject heeft, pleit Spirit voor het gebruik van individuele trajectbegeleiding.

 

In onze verzorgingsstaat kunnen mensen beroep doen op een waaier van zorgvoorzieningen. Voor Spirit is het essentieel dat mensen binnen een redelijke termijn de zorg krijgen die ze nodig hebben. Spirit vraagt de overheid dan ook om dringend werk te maken van het wegwerken van wachtlijsten.

 

Voor de burger is het niet eenvoudig te weten tot wie hij zich moet wenden om hulp te vinden. Overheden beconcurreren elkaar maar al te vaak en werken te weinig samen ten dienste van de burger. Ondersteuning op maat vereist dat diensten voor welzijn, wonen, zorg en arbeid samenwerken op lokaal vlak. Voor Spirit is het cruciaal dat zorgvragers geen versnipperd antwoord krijgen, maar kunnen rekenen op een integrale en geïntegreerde ondersteuning. Mede dankzij Spirit kan de burger hiervoor terecht bij het Sociaal Huis. Bij het 'basisloket' kan de burger informatie opvragen, krijgt hij hulp bij administratieve formaliteiten en is een gepaste begeleiding gewaarborgd.

 

Spirit vraagt dat elke Vlaamse gemeente tijdig werk maakt van een lokaal sociaal beleidsplan met als ankerpunt het Sociaal Huis. Het is belangrijk dat ervaringsdeskundigen en particuliere organisaties zoveel mogelijk betrokken worden bij de opmaak van dit plan. Spirit moedigt daarom participatiedagen aan voor de diverse doelgroepen. Senioren kunnen zo aan het woord komen over lokale zorgvoorzieningen en in samenspraak met verenigingen van armen kan de dienstverlening worden geëvalueerd. Ook de goede praktijken van andere landen, zoals het 'Overheidsloket 2000' in Nederland, moeten in overweging worden genomen.

 

Spirit is voorstander van een geïntegreerde aanpak van zorg. Armoede en welzijn gaan immers ook over huisvesting, gezondheid en tewerkstelling. Vandaag is zulk een geïntegreerde aanpak evenwel onmogelijk omdat bevoegdheden zijn versnipperd over het federale niveau en de deelstaten. Met het oog op een effectief en kwalitatief sociaal beleid vraagt Spirit dat Vlaanderen integraal bevoegd wordt voor het gezins- en gezondheidsbeleid.

 
 
WELZIJN

 

 

Gezinnen

 

Spirit plaatst de kwaliteit van leven en werken voor gezinnen centraal. Vooral jonge gezinnen met kleine kinderen hebben het vaak moeilijk om arbeid en gezin op een evenwichtige manier te combineren. Wij ijveren daarom voor een beleid dat gezinnen een waaier van mogelijkheden biedt en hen in staat stelt om zelf te kiezen hoe ze gezin en werk combineren. Meer concreet denken we aan een soepele arbeidsurenregeling met glijdende en flexibele werktijden op dagbasis. We willen ook het beperkt thuiswerken en het systeem van variabele werkplaatsen promoten. Een voldoende lange en betaalbare loopbaanonderbreking met het oog op de tijdelijke zorg voor kinderen of zieke familieleden moet mogelijk zijn.

 

Spirit vindt dat gezinnen in het algemeen een betere ondersteuning verdienen. Dit moet op de eerste plaats gebeuren via de uitbouw van een hoogwaardig dienstenaanbod (gezins- en bejaardenhulp, klusjesdiensten, was- en strijkdiensten, .). Maar ook een ruim cultuur- en vrije tijdsaanbod op maat van gezinnen dient gegarandeerd.

 

Spirit eist betaalbare en kwalitatieve kinderopvang als een volwaardige basisvoorziening. Een uitbreiding van het aantal kinderopvangplaatsen is noodzakelijk. Naast het verschaffen van 'opvang' verdient de ontwikkeling van het kind bij kinderopvang aandacht. Een aangepaste opvang voor tieners moet tevens worden uitgebouwd. In het bijzonder dient er werk gemaakt van een grotere toegankelijkheid voor kansengroepen, met op kop eenoudergezinnen. Het potentieel van lokale en wijkgebonden initiatieven moet hierbij ten volle worden benut.

 

Betreffende het ouderschapsverlof zijn we voorstander van het optrekken van de leeftijdsgrens omdat ook oudere kinderen in sommige gevallen behoefte hebben aan zorg door een ouder. In het kader van een evenwichtige taakverdeling tussen mannen en vrouwen wil Spirit het vaderschapsverlof promoten.

 

Tenslotte vraagt Spirit sensibiliserende en ondersteunende maatregelen ten behoeve van partners en kinderen in nieuw samengestelde gezinnen.

 

 

Vrouwen

 

 

(wordt nagestuurd!)

 

Senioren

 

Spirit wil een Vlaanderen van en voor alle leeftijden. Ons streefdoel is dat er niet alleen jaren aan het leven worden toegevoegd, maar ook leven aan de jaren.

Verbetering van de kwaliteit van het leven staat voor ons centraal. Gezondheidsbevordering (fysiek, geestelijk en sociaal) en het verkrijgen of behouden van een actieve leefstijl dienen vanuit het beleid te worden gestimuleerd en ondersteund. Een aangepaste sportinfrastructuur voor senioren, een breed aanbod van vrije tijdsactiviteiten, de ontwikkeling van nieuwe bewegingsprogramma's, professionele gezondheidsbegeleiding en verbetering van de ondersteuningsstructuur van bestaande verenigingen (wandelclubs, jeu de boules clubs, .) zijn cruciaal. Ook de cultuurparticipatie van vijftigplussers moet worden bevorderd. Culturele manifestaties dienen seniorvriendelijk te zijn - qua prijs, toegankelijkheid en tijdstip. Namiddagvoorstellingen, reductieprijzen, voorstellingen in instellingen en de inzet van speciale vervoermiddelen voor minder mobiele senioren zijn concrete voorstellen die we aandragen.

 

Spirit erkent en wil ten volle gebruik maken van het potentieel van senioren. Hun ervaring en kennis houden een belangrijke meerwaarde in voor de samenleving. We willen mensen van vijftig en ouder stimuleren om hun kennis en ervaring over te dragen aan anderen. Via de uitbouw van een netwerk van lokale gilden en kennisbanken, waar particulieren, non-profitorganisaties en startende ondernemers terecht kunnen voor gratis advies rond uiteenlopende thema's. Ook het vrijwilligerswerk van senioren verdient uitwerking in de breedte en diepte - de uitbouw van een heus lokaal vrijwilligerswerkbeleid. Als 'adviseurs' en 'vrijwilligers' blijven vijftigplussers maatschappelijk actief en betrokken.

Er moet werk gemaakt worden van ouderenadvisering op lokaal niveau. Iedere gemeente dient te investeren in professionele ouderenadviseurs die senioren de weg wijzen en hen helpen dingen te regelen. Vooral rond thema's als zelfstandig wonen, actieve recreatie en zorgbemiddeling (informatie, wachtlijstwerking, .) is goed advies op maat van senioren van grote waarde.

 

Kwalitatieve verzorging en verpleging blijven kernelementen van een doordacht en samenhangend ouderenbeleid. Hulpverlening dient steeds vrij toegankelijk en laagdrempelig te zijn. Gezien zorg meer en meer plaats vindt in het eigen huis moet de zorgvoorziening aansluiten bij deze evolutie. Thuiszorg en mantelzorg verdienen maximale ondersteuning via de uitbouw van een waaier aan hulpdiensten voor strijk, was, boodschappen, enz.

 

De behoeften en wensen van senioren staan centraal voor Spirit . Ook op het vlak van huisvesting. Nieuwe vormen van wonen, zoals groepswonen, kangoeroewoningen en serviceflats verdienen promotie. Kwalitatieve leefruimten en garantie van veiligheid in woning en woonomgeving moeten hierbij leidinggevende concepten zijn.

 

Een kwalitatief hoogstaand aanbod van rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen moet worden gegarandeerd. De democratisering van de rusthuisfactuur blijft belangrijk voor Spirit .

 

Ook vraagt Spirit aandacht voor de situatie van allochtone ouderen. Zij kampen met specifieke problemen en hun hulpvragen vergen een aangepaste projectontwikkeling.

 

Het fenomeen van ouderenmishandeling in het gezin en binnen rusthuizen tenslotte verdient effectieve opvolging en maatregelen. Het meldpunt ouderenmishandeling moet uitgroeien tot een belangrijk beleidsinstrument terzake.

 

Personen met een handicap

 

Spirit wil unieke, individuele begeleiding en deskundige ondersteuning van personen met een handicap. Zorg dient te vertrekken van de noden en wensen van de zorgvrager. Daarom kiezen we voor persoonsgebonden financiering. Zo krijgen mensen met een handicap de financiële middelen om de bijstand en zorg die ze nodig hebben zelf te organiseren en in te vullen. Ruimte moet tevens worden gecreëerd voor zorgplanning op langere termijn.

 

Spirit vraagt dat personen met een handicap zoveel mogelijk terecht kunnen en worden ingeschakeld in het reguliere circuit. Dit vraagt een overheid die gedurig sensibiliserende optreedt en structurele maatregelen treft.

 

De integratie van mensen met een handicap in het reguliere economische circuit staat bovenaan de Spirit -agenda. De verdere uitbouw van de diensten voor arbeidstrajectbegeleiding is hierbij een belangrijke piste. De Vlaamse Inschakelingspremie waarvan privé werkgevers kunnen gebruik maken die een persoon met een handicap in dienst nemen, moet uitgebreid worden naar de publieke sector. Voor personen met een handicap die niet meekunnen in het gewone arbeidsmilieu blijven beschutte tewerkstelling en het begeleid werken een belangrijke vorm van maatschappelijke participatie. Een gedegen ondersteuningsbeleid met voldoende vernieuwende impulsen is hier nodig. In het kader van de overheveling van de 'tewerkstellingsbevoegdheden' van het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap naar het departement Economie-Werkgelegenheid moet worden gewaakt dat de tewerkstelling van personen met een handicap optimaal wordt gegarandeerd en dat de middelen gekoppeld aan de bevoegdheid integraal worden overgeheveld. Er moet tevens gewerkt worden naar een geleidelijke en goedbegeleide doorstroming van werknemers in beschutte werkplaatsen naar het reguliere circuit.

 

Toegankelijkheid is een basisvoorwaarde. Spirit ijvert voor gevoelige verbeteringen van de toegankelijkheid van woningen, openbaar vervoer, straatinrichting, publieke gebouwen, enz. In het digitale tijdperk dienen ook websites toegankelijk te zijn. Zeker die van lokale en andere openbare besturen. Het Blindsurfer-label en andere initiatieven die websites toegankelijk maken voor mensen met een handicap willen we promoten.

 

Betutteling van personen met een handicap moet worden vermeden. In de plaats dient reële inspraak in de beleidsvoering te worden gerealiseerd via de erkenning van personen met een handicap en gebruikersorganisaties als ervaringsdeskundigen.

 

 

ARMOEDE

 

 

Een van de meest prangende sociale problemen is en blijft het grote aantal mensen in armoede. Zes percent van de Vlamingen leeft in armoede. Een groep die drie maal groter is, loopt het risico om bij de minste tegenslag in de armoede terecht te komen. Voor Spirit is iedere arme er een teveel. Zeker in een welvarende regio als Vlaanderen. Wij willen van armoede een blijvende beleidsprioriteit maken. Dit moet gebeuren via een geïntegreerde aanpak in de schoot van een horizontale beleidscel die binnen de Vlaamse overheid alle ideeën rond armoede coördineert, stuurt en toetst.

 

Inclusie en participatie

 

Spirit pleit voor een inclusief armoedebeleid. Een beleid dat rekening houdt met alle kansarmen in de samenleving: senioren, jongeren, alleenstaanden, nieuwe Vlamingen, . Het is tevens belangrijk dat kansarmen zoveel mogelijk betrokken worden bij de verschillende fasen van de beleidsvoering: van voorbereiding over implementatie tot evaluatie. Met name de nieuwe ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting zijn ideaal geplaatst om een beleid te ontwikkelen dat nauw aansluit bij de noden en wensen van kansarmen, en helpen zo de generatiearmoede bestrijden.

 

Kennis en informatie

 

Een goede opleiding is een weg uit de armoede. Spirit pleit voor een onderwijs dat rekening houdt met de verschillende geledingen van de maatschappij - een onderwijs met aandacht voor financiële en sociale armoede. Een democratische onderwijsfactuur is een basisvoorwaarde, maar ook de leer- en lesinhoud moet kansarme kinderen kunnen aanspreken. Verder dient er te worden gewerkt aan de gebrekkige contacten tussen scholen en kansarme ouders. Afgestemde communicatie en informele contacten zijn pistes die zich hierbij aandienen. Voor generatiearmen moeten specifieke opleidingstrajecten worden gegarandeerd.

Spirit wil de informatiekloof tussen kansarmen en kansrijken dichten. In de informatiemaatschappij is informatie de sleutel tot integratie, werk en een volwaardig leven. De overheid dient te communiceren via kanalen die toegankelijk zijn voor kansengroepen. Zeker bij toepassingen met informatie- en communicatietechnologie moet worden gewaakt over de bereikbaarheid en toegang van mensen in armoede.

Gezond leven

Steeds meer kansarmen kampen met gezondheidsproblemen, op fysisch zowel als geestelijk vlak. In de praktijk zijn de voorzieningen overbelast en is er onvoldoende capaciteit om in te gaan op alle hulpvragen. Laagdrempelige wijkgezondheidscentra, waar gezinnen met lage inkomens terecht kunnen voor betaalbare geneeskundige hulp, vormen een onderbenutte schakel in het beleid terzake. Spirit wil ook de vrijwilligerssector, die van oudsher een belangrijke rol vervult in dit werkveld, extra stimuleren. We denken hierbij aan bijkomende financiële en administratieve ondersteuning van overheidswege. Het aanbieden van sportcheques, als aanvulling op het loon of vervangingsinkomen, dient eveneens uitgebouwd. Gezien gezondheidsproblemen vaak verband houden met gebrekkige huisvesting drukt Spirit op een effectieve ondersteuning van sociale huisvestingsmaatschappijen. Situaties, zoals afgelopen winter, waar er in Vlaamse steden mensen doodvroren, moeten met alle middelen bestreden worden.

 

Vrije tijd en vervoer

 

Ook kansarmen hebben recht op kwaliteitsvolle vrijetijdsbesteding en ontspanning. Spirit wil met aanvullende cultuurcheques kansarmen de mogelijkheid bieden om een theater te bezoeken, een boek te kopen, een film mee te pikken, enz.

 

Tot slot vraagt Spirit dat het decreet op de basismobiliteit wordt aangevuld met specifieke maatregelen, zodat mensen die te lijden hebben onder vervoersarmoede zich in de toekomst makkelijk kunnen verplaatsen op de meeste tijdsstippen van de dag. Overheidsinitiatieven en initiatieven uit de non-profit sector kunnen hier perfect op elkaar inspelen en moeten, met de nodige ondersteuning, nog beter op elkaar worden afgestemd.

STEDELIJKHEID

 

 

Doorheen de geschiedenis vormen de Vlaamse steden het knooppunt van sociale, economische en culturele vernieuwing. Ook nu is de stad de toekomst van Vlaanderen. Als poort op de wereld zorgt zij voor aansluiting bij de meest innovatieve en creatieve segmenten van onze maatschappij. Als partij van de toekomst willen we ervoor zorgen dat het verstedelijkte Vlaanderen de bakermat vormt voor een bruisende stad. En dat vereist dat we van onze steden aantrekkingspolen maken waar het aangenaam is om te leven, te werken en te ontspannen. In die zin is spirit een stadspartij.

 

 

1. Een positief project voor een veilige samenleving

 

 

- Spirit wil een integrale veiligheidsaanpak. Het veiligheidsbeleid staat niet naast de andere beleidsdomeinen, maar loopt er doorheen. Alle schepenen zijn verantwoordelijk voor een veiliger stad. De burgemeester dient het veiligheidsbeleid te coördineren.

 

- De Integrale Veiligheid verzekeren, is vooral het resultaat van een hele veiligheidsketen. In die keten worden diverse schakels van de keten, met name de preventie, de repressie en de nazorg, passend aan elkaar gehecht. Dit veronderstelt een vlotte samenwerking tussen alle betrokken actoren. Hierbij is er geen sprake van een verandering in de bestaande verantwoordelijkheden of oorsprong van de verschillende buurtorganisaties, maar wel in de manier van werken. Buurtwerkers, politionele diensten en justitiehuizen zijn relevante partijen in het verzamelen van signalen over de doelgroepen van het buurtwerk. Beleidsbepalers kunnen deze signalen gebruiken om hun beleid af te stemmen op de evoluties, noden en problemen.

 

- Spirit geeft uitdrukkelijk de voorkeur aan de uitstippeling van politiezones met een doorgedreven wijkwerking. Alleen op die manier kan je de noden en behoeften van de buurtbewoners op een gevatte manier aanpakken. De vaak te grote politiezones geven maar al te vaak aan dat omwille van de schaalgrootte de juiste aanpak niet bereikt wordt.

 

- Spirit vindt het essentieel dat een agent uitgebreide persoonlijke contacten heeft met inwoners en vanuit die ervaring zijn beoordeling en begrip opbouwt over de buurtproblemen. Die ideale wijkagent is iemand die met een lege tas vertrekt en met een volle tas terugkomt en ondertussen aan informatie-uitwisseling heeft gedaan. Nu heeft hij geen tijd om zijn echte taken te vervullen. Spirit wil daarom Blauw meer op straat. De politie kan al te vaak te weinig tijd besteden aan het daadwerkelijk op straat zijn en zit te vaak achter het bureau. Het verlichten van de administratieve belasting moet die verhouding verbeteren. Burgers worden aangesteld voor het administratieve werk.

 

- De politie moet een afspiegeling van de samenleving zijn, en dus inspanningen verrichten om bvb. allochtonen, vrouwen en holebi's in het korps op te nemen. De lokale politie dient dag en nacht bereikbaar te zijn voor aangifte en noodhulp, en houdt voldoende toezicht op straat. De aanpak en de coördinatie van de politiediensten moet het voorwerp uitmaken van permanente kwaliteitszorg en kwaliteitsbewaking. Bovendien is veiligheid een taak van de overheid. Privatisering van veiligheid kan niet. Het privé-wapenbezit wordt verboden.

 

- De éénmaking van de politie kreeg de afgelopen jaren veel aandacht. De parketten, de rechterlijke macht en de rechtsbijstand dreigen daarbij het kind van de rekening te worden. Uitbreiding in menskracht en middelen dient de komende jaren vooral daar plaats te vinden. Hiervoor wordt ook de structuur voor informatie- en communicatietechnologie (ICT) sterk uitgebreid om een snelle informatie doorstroming en uitwisseling mogelijk te maken.

 

- Spirit stelt de snelheid en de zekerheid van strafvervolging centraal. Niet alleen moet een dader weten dat er straf volgt op een strafbaar feit, de bestraffing moet ook snel na het plegen ervan volgen. Een te trage vervolging en het stelselmatig seponeren, tasten het algemeen rechtsgevoel aan en geven een verkeerd signaal aan de dader. Met het oog op een snelle berechting van de kleine criminaliteit, pleit spirit voor een meer duidelijke regeling inzake het snelrecht met voldoende procedurele garanties. Daarnaast moet de procedure voor bemiddeling in strafzaken centraal staan. Het Openbaar Ministerie moet nog meer aangemoedigd worden op zoek te gaan naar alternatieve oplossingen die niet noodzakelijk een tussenkomst van de rechter vereisen.

 

- Spirit wil meer aandacht voor de leefomstandigheden en de begeleiding van gevangenen en gedetineerden met het oog op hun reïntegratie in de samenleving.

 

- Spirit wil het aantal stadswachten uitbreiden. Stadswacht wordt een reguliere overheidsbaan die naast het veiligheidsaspect ook andere taken krijgt toebedeeld, zoals het wegwijs maken van toeristen. Met de politieoversten worden afspraken gemaakt over de uitvoering van toezichtstaken onder verantwoordelijkheid van de politie. Spirit wil stadswachten de bevoegdheid geven bestuurlijke boetes op te leggen. Het statuut van de stadswachten wordt verscherpt en de opleiding geüniformiseerd, met de nadruk op de sociale vaardigheden van de stadswacht.

 

- Spirit ziet rondhangende jongeren niet als een veiligheidsprobleem. Rondhangen is een recht, en een manier waarop jongeren sociaal contact organiseren en beleven. Spirit is er zich van bewust dat het in sommige gevallen ongemak meebrengt voor omwonenden. Wij zijn voorstander van hangplekken op plaatsen die voor de omwonenden geen ongemak opleveren, van polyvalente wijkcentra en van vrij toegankelijke sportfaciliteiten in de woonwijken. Aansluitend willen wij clubs, verenigingen en lokale initiatieven fors subsidiëren wanneer ze initiatieven nemen om hun toegankelijkheid voor achtergestelde groepen te verhogen.

 

- Veel criminaliteit hangt nauw samen met het harddrugsgebruik. Als gevolg ontstaan er ook onrechtstreeks vormen van overlast die niet direct crimineel van aard zijn, maar wel een subjectief onveiligheidsgevoel in de hand werken. Spirit is voorstander van een integrale aanpak en wil een spuitenruilproject in iedere stad. De projectuitvoerders staan in permanent contact met de politie en voorzien agenten van folders om aan de gebruikers te overhandigen. Daarnaast besteedt het project ook aandacht aan de contacten met buurtbewoners. Er zijn vergaderingen met het buurtcomité van de stad. Bewoners vinden snel een luisterend oor voor hun klachten.

 

- Spirit is voorstander van een aanzienlijke uitbreiding van het aantal projecten waarin verslaafden verplicht een ontwenningskuur dienen te volgen in de plaats van een gevangenisstraf, met voldoende aandacht voor integratie in de arbeidsmarkt en een perspectiefrijk bestaan.

 

- Mensen hebben recht op een propere buurt, maar ze moeten er zelf ook aan meewerken. Bij de keuze van projecten speelt de betrokkenheid van de bewoners een doorslaggevende rol. Spirit wil daarom dat buurt- en/of straatbewoners zich in het lokale ontmoetingscentrum kunnen inschrijven om van hun straat een picobello plaats te maken.

 

- Betrapte sluikstorters krijgen naast een boete ook een alternatieve straf. Naargelang de aard van de inbreuk houden zij een aantal dagen mee de straten vrij van sluikstort. De stedelijke overheden zorgen voor een groen telefoonnummer dat op alle vuilnisrecipiënten vermeld wordt en waar iedereen gevallen van sluikstorting kan melden.

 

- Zwerfvuil en sluikstorten ontstaan door de tegennatuurlijke vraag om te betalen voor "waardeloos" afval. Om dit ten gronde op te lossen, pleiten we voor een volledige terugnameplicht voor de producenten. Door de kost voor afvalverwerking op te nemen in de prijs van het product, moet de consument niet langer betalen voor vuilniszakken, containerparken, ... De verantwoordelijkheid voor de ophaling ligt bij de producenten, de overheid legt enkel de regels vast en controleert. In afwachting van dit systeem kunnen bewoners met een laag inkomen in het lokale ontmoetingscentrum gratis een beperkt aantal vuilniszakken bekomen.

 

 

2. Een duurzame en kwalitatief publieke ruimte

 

 

- Spirit zet zich af tegen de banalisering van de publieke ruimte, zoals straten, pleinen of markten. Publieke ruimtes kunnen verscheidene functies vervullen en mogen bvb. niet gemonopoliseerd worden door de wagen of commerciële activiteiten. Steden worden gestimuleerd om voor meer vermenging en overgang van functies binnen de stad te zorgen en, naargelang de schaal van de ruimte en de plaats in de stad, de publieke ruimtes een eigen identiteit te geven. Die weerspiegelt de kleurrijke diversiteit van de stad. De steden krijgen ondersteuning bij de opmaak van actieprogramma's om de publieke ruimte te heroveren, het publieke ruimtegebruik te stimuleren en de kwaliteit te bewaken. Ze krijgen ook hulp bij de concrete inrichting en het beheer van de publieke ruimte om de nodige plannings- en proceskwaliteit aan te trekken en in hun organisatie uit te bouwen.

 

- De laatste jaren heeft zich een sluipende privatisering van de publieke ruimte voltrokken. Het individu dat een voetbalstadion, dancing, warenhuis, wooncomplex in de stad of een bewaakte parking betreedt, onderwerpt zich aan de private contractregels. Het beheer van deze zones komt nagenoeg altijd neer op een beperking van de actieradius van de overheid. De positie van de overheid en van haar politie wordt onduidelijk. Voor spirit moet de overheid er minstens voor zorgen dat de toegankelijkheid van semi-publieke ruimtes geen aanleiding geeft tot allerhande vormen van discriminatie ten aanzien van specifieke bevolkingsgroepen. De privatisering heeft niet alleen met beheer maar ook met gedrag en het gebruik van de publieke ruimte te maken.

 

- Een storende vorm van gedrag is de zogenaamde parochialisering van de publieke ruimte. Bepaalde groepen palmen plaatsen in voor een specifiek gebruik en sluiten diegenen die 'vreemd' zijn daardoor uit. Dit geeft aanleiding tot heel wat spanningen en 'openbare overlast'. Er zijn maatregelen nodig om de reële overlast die parochialisering meebrengt tegen te gaan, maar ook om de tolerantiedrempels van burgers te verhogen. Tevens houdt spirit een pleidooi om een omgekeerde beweging in te zetten en meer private ruimtes publiek te maken. Dit kan o.a. via kleinschalige projecten, zoals een café dat ruimte ter beschikking stelt voor verenigingen en activiteiten, of een bedrijf dat tijdens het weekeinde parkeerruimtes openstelt voor buurtbewoners en kinderen.

 

- Het is al langer gemeengoed dat wonen in de stad opnieuw aan kwaliteit moet winnen om de aantrekkingskracht te vergroten. Op dit ogenblik zien we geen echt woonbeleid, in de zin van een grootschalig en gebundeld woning- en woonomgevingsbeleid gericht op kwalitatief stedelijk wonen. Er zijn strategieën aangekondigd om dichtheden te verhogen via de stedelijke afbakeningsprocessen in het kader van de ruimtelijke planning. Via stadsvernieuwingsprojecten wordt een geïntegreerde en multidimensionele aanpak gepromoot. Volgens spirit is er ook nood aan bijkomende plannings- en proceskwaliteit bij grote woonprojecten om een goede kwaliteit te garanderen waarbij de globale woonomgeving bekeken wordt. De capaciteit van stadsbesturen op het vlak van de regie wordt daarvoor versterkt.

 

- Een zuinig gebruik van grondstoffen veronderstelt meer gebruik van duurzame en beter isolerende bouwmaterialen, zowel voor de aanleg van publieke ruimte als voor woonhuizen en andere gebouwen. De stad verbruikt enorme hoeveelheden energie. Het spreekt voor zich dat de zorg voor een duurzame stadsdensiteit samengaat met rationeel energiegebruik en hernieuwbare energiebronnen.

 

 

3. Meer aandacht voor de huursector

 

 

- Voor een samenhangend stedenbeleid is het noodzakelijk dat de gewesten over alle instrumenten beschikken, inclusief zeggenschap over de huurwetgeving voor private woningen.

 

- Spirit wil grenzen stellen aan de fiscale voordelen verbonden aan eigendomsverwerving. Alleen intrestlasten verbonden aan de eerste leningschijf van maximaal 250.000 euro komen voortaan nog in aanmerking voor fiscale aftrek. De middelen die vrijkomen door deze maatregelen worden integraal aangewend voor de stimulering van eigendomsverwerving door gezinnen met bescheiden inkomens en voor de ondersteuning van huurders met bescheiden inkomens.

 

- Spirit pleit voor een sterk huur- en koopbeleid in de woningbouw. Ook mensen die geen huis kunnen of willen kopen hebben recht op blijvend kwalitatief wonen. Naast een doeltreffend sociaal huisvestingsbeleid dienen zowel de Vlaamse als de stedelijke overheden hun verantwoordelijkheid op te nemen in de private huursector. Anders blijft het recht op kwalitatief stedelijk wonen voor vele gezinnen een verre droom.

 

- Spirit wil een hervorming van het huursubsidiestelsel. Elke huurder met een bescheiden inkomen heeft recht op een huursubsidie. Dit kan sociale verdringing in wijken die gerenoveerd worden, tegengaan. Een veralgemening van de huursubsidies op de private huurmarkt mag niet leiden tot stijgende huurprijzen en moet daarom gekoppeld worden aan een systeem van beheersing en objectivering van de huurprijzen. Spirit wil de oprichting van paritaire huurcommissies samengesteld uit vertegenwoordigers van de huurdersorganisaties, de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW's), de verhuurdersorganisaties en erkende immobiliënmakelaars. Zij zijn bevoegd om op verzoek van de huurders de huurprijs naar omlaag te herzien indien de woning niet beantwoordt aan de minimumnormen of ernstige onderhoudsgebreken vertoont.

 

- Spirit wil een algemene huurdatabank waarin bij iedere verhuisbeweging op de private huurmarkt de huurvoorwaarden, verplicht en op initiatief van de eigenaar, in een databank opgenomen worden. Dankzij deze databank kan men op termijn de gemiddelde geregistreerde huurprijzen van gelijkaardige woningen in dezelfde buurt mee als referentie ter bepaling van de objectieve huurprijs laten gelden. Dit zal de adviesverlening over de geobjectiveerde huurprijs door de paritaire huurcommissies vergemakkelijken.

 

- De kwaliteit van vele private huurwoningen is erbarmelijk. Daarom moet de overheid instrumenten gebruiken die verhuur laten afhangen van minimale woningkwaliteiten. Spirit is voorstander van de verplichting van een conformiteitsattest, dat de woning op basis van leefbaarheidscriteria bij het begin van elke nieuwe verhuurperiode, en minimum om de 3 jaar, verhuurbaar verklaart.

 

- Spirit wil de forfaitaire aftrek voor onderhoud- en herstellingswerken beperken tot 10% van het KI in plaats van de huidige 40%. Wie meer fiscale aftrek wil genieten kan dat enkel op basis van werkelijke, aantoonbare onderhouds- en herstellingskosten (waarvoor geen premie werd ontvangen). Zo worden enkel verhuurders die effectief de nodige herstellings- en onderhoudswerken uitvoeren fiscaal beloond.

 

- De huidige fiscale behandeling van huurinkomsten van woningen is onrechtvaardig, werkt concurrentievervalsend en beloont speculerende verhuurders. Immers verhuurders worden belast op het geïndexeerd en gevaloriseerd Kadastraal Inkomen (KI) en niet op de werkelijke huurinkomsten. Dit betekent dat het belastingsvoordeel toeneemt in de mate waarin de reële huurinkomsten het KI overschrijden. Daarom pleit spirit voor een nationale herziening van de kadastrale inkomens, op basis van een aantal objectieve criteria. Ter aanmoediging van het wonen in de stad wil spirit dat het KI van stadswoningen bestemd tot hoofdverblijfplaats in verhouding lager wordt geraamd.

 

- Het kleine aantal sociale huurwoningen in Vlaanderen en de lange wachtlijsten vragen duidelijk om grotere inspanningen op dat vlak. Steden en gemeenten moeten gebruik maken van het volledige instrumentarium dat in de Vlaamse Wooncode is voorzien. Spirit wil dat er sturingsmechanismen ontwikkeld worden die investeringen in sociale huisvesting stimuleren, zowel positief (financiële beloning) als negatief (boetes voor gemeenten die hun verantwoordelijkheid terzake ontlopen). Het nieuwe gecreëerde aanbod moet bovendien voldoende intern gediversifieerd zijn om tegemoet te komen aan de noden en behoeften van de brede waaier van verschillende doelgroepen.

 

- In de sociale huisvesting zijn nieuwe experimenten, investeringen in nieuwe woonvormen die de levenskwaliteit en duurzame bouwmaterialen bevorderen, en een goede architectuur noodzakelijk. De sociale huisvesting moet die historische traditie weer opnemen, ook voor de sociale huurwoningen die door private investeerders of door vormen van publiekprivate samenwerking tot stand komen. Sociale woonprojecten dienen ingebed te zijn binnen andere wijken of woongebieden binnen de stad. Mastodontprojecten of echte woonkazernes dienen vermeden te worden

 

- Niet alleen de kwaliteit van woningen is een pijnpunt, maar ook de aangepastheid. Spirit wil daarom dat er veel meer beleidsaandacht uitgaat naar het stimuleren van aanpasbaar wonen, meegroeiwonen en het ontwikkelen van zorgregio's waar wonen en zorg op elkaar zijn afgestemd.

 

- Spirit meent dat een efficiënte aanpak van de sociale huisvesting alleen mogelijk is zonder overlapping van huisvestingsmaatschappijen en met één krachtige huisvestingsmaatschappij per stad. Dat kan ook op het niveau van de hele rasterstad of in een samenwerkingsvorm tussen gemeenten. De huidige instellingen zijn volgens spirit overblijfselen uit een vroeger tijdperk die hun voeling met de huidige maatschappelijke noden verloren hebben. Bovendien is de versnippering mede oorzaak van de slechte financiële situatie van te kleine huisvestingsmaatschappijen. Dat verzwakt de al zwakke overheidsrol in ons land nog meer. Spirit is voorstander van één toewijzingsloket, dat een samenwerking moet zijn tussen het stadsbestuur en de huisvestingsmaatschappij. Hier wordt ook alle informatie over alle bestaande premies en steunmaatregelen gecentraliseerd. Ook hier dient de overheid zelf rechthebbenden op de hoogte te brengen.

 

- Sociale huisvestingsmaatschappijen moeten niet alleen investeren in stenen, maar moeten ook kunnen voldoen aan de sociale noden van de bewoners. Sociale diensten moeten voldoende uitgerust zijn om een goede communicatie met de huurders te organiseren, zelf te begeleiden waar het kan en door te verwijzen waar het moet. Nieuwe huurders moeten een goed onthaal krijgen.

 

VLOT, VEILIG EN VRIENDELIJK VERKEER

 

Iedereen moet zich vlot, veilig en milieu- en mensvriendelijk kunnen verplaatsen.

 

 

VLOT

 

Elke Vlaming, van jong tot oud, moet zich vlot kunnen verplaatsen. Dat betekent op de eerste plaats dat iedereen ook over verplaatsingsmogelijkheden moet beschikken. Om volwaardig deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk leven moet je immers mobiel zijn. Voor Spirit is mobiliteit een basisrecht. De verdere uitbouw van het openbaar vervoer is hiervoor essentieel.

 

Vlot verkeer betekent ook dat inopportuun autogebruik moet afgeremd worden door het openbaar vervoer uit te bouwen als een volwaardig alternatief voor het vrije tijds- en het woon-werkverkeer. Een toenemend autogebruik is een rem op een betere mobiliteit.

 

Spirit wil ook dat de mensen effectief gebruik maken van een kwaliteitsvol aanbod. De tariefhervormingen en de invoering van het derde betalersysteem hebben de mobiliteit van jongeren en gepensioneerden structureel verbeterd. Maar ook de actieve bevolking tussen 18 en 65 jaar moet gestimuleerd worden om structureel gebruik te maken van het openbaar vervoer.

 

De uitbouw en exploitatie van het openbaar vervoer is een taak van de overheid. De privatisering van welke vorm van collectief openbaar vervoer ook, is voor Spirit onbespreekbaar.

 

Onze voorstellen voor een beter openbaar vervoer :

 

Join the Buzzy Club. De grootste uitdaging voor het openbaar vervoer is om een volwaardig verplaatsingsmiddel te zijn voor de actieve bevolking. Naast de verbetering van het aanbod zijn daartoe stimulerende maatregelen nodig.

 

Naar analogie met de exclusieve 'frequent flyer clubs' waarmee kapitaalkrachtige klanten van luchtvaartmaatschappijen 'free airmiles' verzamelen, pleit Spirit voor de invoering van een exclusief 'Customer Program' van De Lijn. Met dat verschil dat het lidmaatschap gratis is voor iedereen tussen 18 en 65 en er gratis bus- en tramritten kunnen verdiend worden.

 

Spirit wil trouwe gebruikers van het openbaar vervoer en goede chauffeurs belonen door hen de mogelijkheid te geven gratis kilometers te verzamelen. Hoe?

•  Door het openbaar vervoer te gebruiken. Per X aantal (betaalde) ritten heb je recht op X aantal gratis ritten. Abonnees krijgen bij elke vernieuwing een korting van 10% op de oorspronkelijke prijs. Na 10 jaar betaal je nog 10%.

•  Door veilig te rijden met de wagen. Wie gedurende X maanden tijd zonder overtreding (inclusief lichte overtredingen) rijdt, heeft recht op X aantal gratis ritten met het openbaar vervoer.

 

De financiering gebeurt ondermeer via het boetefonds. Laat brokkenmakers en snelheidsduivels betalen voor het gratis openbaar vervoer. Met dit systeem willen we duurzame mobiliteit bij de actieve bevolking stimuleren.

 

Basismobiliteit voor het spoor. Het decreet op de basismobiliteit is een belangrijke stap naar de realisatie van een toegankelijk stads- en streekvervoer met een minimaal gegarandeerd aanbod, overal in Vlaanderen. Spirit wil dat ook het spoor in de basismobiliteit wordt opgenomen. Dit betekent dat de aansluitingsmogelijkheden, de toegankelijkheid, de kwaliteit en de capaciteit van de dienstverlening van het spoor naadloos complementair moet zijn aan het stads- en streekvervoer. Alleen dan zal het openbaar vervoer een volwaardig alternatief zijn.

 

Nachtnet en taxicheques. Spirit wil met de uitbouw van een nachtnet een veilig en betaalbaar alternatief bieden voor mensen die een stapje in de wereld willen zetten. Openbaar vervoer tijdens de nacht zal levens redden.

 

Jongeren hebben, wanneer ze willen uitgaan, te weinig alternatieven voor de wagen. Samenwerkingsakkoorden tussen de NMBS en De Lijn moeten afgesloten worden. Reeds bestaande initiatieven in ondermeer Antwerpen en Limburg hebben hun nut bewezen. En ook de Europese prijs voor de Gentse nachtbussen was dik verdiend. De tjokvolle bussen tijdens nieuwjaarsnacht bewijzen bovendien dat jongeren een nachtnet zeker zien zitten. Daarnaast moeten taxicheques jongeren met een glaasje op overhalen de wagen aan de kant te laten.

 

Voorstadsnetten. De investeringen van de overheid in het Gewestelijk Expressnet (GEN) rond Brussel zijn een goede zaak. Spirit ijvert echter ook voor voorstadsnetten rond Gent en Antwerpen. Het Pegasusplan van De Lijn trekt de krijtlijnen. Parkings net buiten de stad en frequente busverbindingen zullen de steden meer autoluw maken (Park & Ride).

 

Spirit wil dat op de belangrijkste verkeersassen, inclusief de ringwegen, die de centrumsteden ontsluiten en doorkruisen, een vrije bedding voor het openbaar vervoer voorzien wordt.

 

Met de bus naar het werk. Heel wat mensen willen wel met het openbaar vervoer naar het werk maar kunnen niet. Daarom pleit spirit voor meer frequente bus, tram- en metroverbindingen naar industrieterreinen. Duizenden mensen werken in de bedrijven in deze zones. Door het aanbod te vergroten kan men hen aanzetten de auto op stal te laten om naar de werkplek te gaan.

 

Verder dienen bedrijfsvervoersplannen gestimuleerd te worden. Spirit wil vanaf een bepaald aantal werknemers deze bedrijfsvervoerplannen verplichten.

 

Nieuwe bedrijventerreinen kunnen slechts gerealiseerd worden na de opmaak van een ontsluitingsplan waarin het openbaar vervoer prioritair is. De aanleg van parkeerterreinen wordt tegelijkertijd aan beperkingen onderworpen.

 

Een analoge regeling is wenselijk bij de realisatie van woonverkavelingen.

 

Netoverschrijdend schoolvervoer. Spirit wil komaf maken met de absurde en sociaal niet verantwoorde situatie dat sommige kinderen gratis de bus nemen en anderen niet. Dit is een kwestie van gelijke kansen en past in de kosteloosheid van het onderwijs. De gemeenten, de scholen en De Lijn moeten hun verantwoordelijkheid nemen.

 

Spirit bepleit gratis openbaar stads- en streekvervoer (De Lijn) voor jongeren tot 18 jaar.

Tariefintegratie. Samenwerking tussen de verschillende aanbieders van openbaar vervoer is cruciaal. Spirit wil dat dit ook zo is voor de tarieven. Op termijn moet gestreefd worden naar zogenaamde tariefverbonden. De Lijn moet tickets kunnen verkopen van de NMBS en omgekeerd.

 

Vlaanderen en het spoor. Interstedelijk vervoer is cruciaal in een mobiliteitsbeleid. De stiefmoederlijke behandeling van de L-treinen bij de NMBS is wat dat betreft een veeg teken. Heel wat kansen op een beter openbaar vervoer in Vlaanderen gaan op deze wijze verloren. Daarom is spirit van mening dat Vlaanderen spoorwegdiensten zou moeten kunnen uitbaten op het bestaande net. Een herziening van de bevoegdheidsverdeling is dan ook een absolute must. De Vlaamse regering kan wat ons betreft rechtstreeks opdrachten geven aan De Lijn voor de uitbating van deze spoordiensten. Dit regionaal treinverkeer maakt best gebruik van lichter treinmateriaal. (Light Rail)

 

De Lijn en het milieu. Spirit bepleit de installatie van roetfilters bij dieselbussen en experimenten met waterstofbussen.

 

Variabilisering autokost . Spirit wil de vaste (fiscale) kosten drastisch verlagen en op termijn afschaffen en de variabele gebruikskosten verhogen. Met fiscale maatregelen moet het oneigenlijk gebruik van bedrijfswagens tegengegaan worden.

 

Verkeerssturingsystemen. Spirit is sterk voorstander van dynamische wegsignalisatie, toeritdosering en telematicatoepassingen om de verkeersstroom beter te monitoren en te sturen.

 

 

VEILIG

 

 

Voor spirit is een integraal verkeersbeleid cruciaal. Een verkeersveiligheidsbeleid moet een mix zijn van inspanningen voor een veiligere infrastructuur, een goede verkeersopvoeding en een correcte handhaving van de verkeersreglementen. De uitdaging is het vinden van een perfect evenwicht tussen repressie en preventie. Een evenwicht tussen recht op mobiliteit en zorg voor een veilig verkeer. Spirit wil niet alleen de roekeloze chauffeur straffen maar we wensen de voorbeeldige chauffeur te belonen. Zo willen wij bijvoorbeeld de hoogte van de autoverzekering koppelen aan het rijgedrag.

 

Spirit steunt ten volle het beleid van federaal minister van mobiliteit Bert Anciaux. Meest in het oog springend is natuurlijk de nieuwe verkeerswet, met o.a. een nieuwe indeling van de overtredingen.

 

Onze voorstellen voor een veiliger verkeer :

 

Defederalisering van het verkeersbeleid. Vlaanderen beschikt uiteraard ook over instrumenten om de verkeersveiligheid te verhogen, maar om de situatie op het terrein, die sterk verschilt met de verkeersproblematiek in Wallonië, snel en efficiënt aan te pakken, bepleit Spirit de volledige overheveling van het verkeersbeleid naar de Gewesten. Op zijn minst moet de verkeerswetgeving dringend overgeheveld worden. Het engagement om hier werk van te maken in het kader van het snel op te starten Forum moet absoluut gehonoreerd worden.

 

Zorg voor de zachte weggebruiker. De geleverde inspanningen voor de aanleg van fietspaden moeten onverminderd aangehouden worden. Spirit wil ook dat het aantal fietsparkeervoorzieningen in de dorps- en stadscentra, in industriezones en in de omgeving van openbaar vervoersknooppunten drastisch uitgebreid wordt. We pleiten dan ook voor wettelijk vastgelegde minimumvoorzieningen wat dat betreft.

 

Ook de fietsvergoeding voor bedrijven moet, in samenspraak met de federale overheid, dringend geregeld worden.

 

Spirit bepleit 'rechtsaf door rood' voor fietsers. Deze maatregel zou bijvoorbeeld het aantal dodehoekongevallen kunnen terugdringen.

 

Bij de (her)aanleg van wegen moet gekozen worden voor zoveel mogelijk conflictvrije inrichtingen ten voordele van de zwakke weggebruiker.

 

Invoering van de Intelligente Snelheidsbegrenzer (ISA). Via dit zogenaamde ISA-systeem kan de snelheid van de wagen aangepast worden aan het type weg waarop de wagen zich bevindt. Ook aanpassingen in functie van variabele factoren zoals weersomstandigheden, files of wegenwerken zijn mogelijk. Signalen (via het GPS-systeem of via bakens langs de weg) bereiken de wagens van buitenaf waardoor geweten is wat de toegelaten snelheid is. SPIRIT pleit voor het half open ISA-systeem waarbij de automobilist die te hard rijdt langzaam tegendruk ondervindt op het gaspedaal.

 

Gevaarlijke punten en flitspalen. Het wegwerken van de gekende gevaarlijke punten is voor spirit prioritair. De beslissing om 800 gevaarlijke punten binnen 5 jaar weg te werken dient voor spirit zonder dralen uitgevoerd te worden.

 

Flitspalen zijn voor spirit geen jackpots, maar betekenen minder overtredingen, minder boetes en net minder inkomsten voor de staat. Maar bovendien staan ze voor minder doden, minder zwaargewonden en minder files.

 

Spirit pleit voor de plaatsing van flitspalen op gevaarlijke punten langs de autosnelwegen.

 

Rol van het onderwijs. Inzake verkeersveiligheid is er een uiterst belangrijke taak weggelegd voor het onderwijs. Wij bepleiten verkeersopvoeding, met vooral aandacht voor defensief rijgedrag en de naleving van de geldende regels. Voor ons moet dit integraal deel uitmaken ban het onderwijspakket, zowel in het basis- als in het middelbaar onderwijs. Spirit denkt bijvoorbeeld aan de integratie van de verkeersbrevetten in het basisonderwijs, zoals uitgewerkt door de Vlaamse Stichting Verkeerskunde. De theoretische rijopleiding wordt in de eindtermen van de derde graad van het secundair onderwijs opgenomen, de praktische rijopleiding kan in het vrije pakket van 10 uren gevolgd worden. Zo kan iedere leerling die dat wenst bij het beëindigen van zijn studies over een rijbewijs beschikken.

Scholen die een eigen vervoersplan opstellen moeten hierin actief ondersteund worden door de Vlaamse overheid.

 

Veiliger maken van vrachtvervoer . Ongevallen met vrachtwagens eisen meestal een hoge tol, zowel voor de betrokken weggebruikers als voor de economie.

 

Vele ongevallen zijn te wijten aan druk die op chauffeurs wordt uitgeoefend om zo lang en zo snel mogelijk te rijden. De arbeidsomstandigheden van de chauffeurs, ook die uit het buitenland, moeten verbeterd worden. De toetreding van een aantal Oost-Europese landen waar veel chauffeurs gerekruteerd worden, is hiervoor een ideale gelegenheid. Spirit is voorstander van een sterk doorgedreven controle op de naleving van de rij- en rusttijden.

 

Naast de arbeidsomstandigheden moeten ook de rijvaardigheden van chauffeurs permanent bijgeschaafd worden. Zoals piloten regelmatig worden gescreend, zo zouden ook chauffeurs, bij voorkeur in Europees verband, op regelmatige tijdstippen een test moeten doen met de rijsimulator. Wie niet voldoet, moet worden bijgeschoold. De (Europese) overheid en de transportbonden moeten hierover afspraken maken.

 

Overleg met constructeurs. De overheid moet overleg plegen met de autoconstructeurs om hen meer te betrekken bij het verkeersveiligheidsbeleid, en dat zowel betreffende auto-ontwikkeling als de verkeersveiligheidsproblematiek in zijn totaliteit. Voor spirit mogen de zogenaamde alcoholsloten gerust tot de standaarduitrusting van de wagens behoren.

 

MILIEU- EN MENSVRIENDELIJK

 

 

Door je Vlot en Veilig door Vlaanderen te verplaatsen kom je al heel ver. Spirit wil dat we ons verplaatsen met zo weinig mogelijk overlast voor de anderen en voor het milieu en pleit daarom voor een vlot, veilig en vriendelijk verkeer.

 

Onze voorstelen voor een vriendelijker verkeer:

 

Promoten van het carpoolen en het autodelen: Het moet duidelijk zijn dat het alleen rijden een hogere kost voor de gemeenschap en de werknemers betekent. Spirit pleit daarom voor het inzetten van financiële middelen die het alleen rijden een minder logische optie maakt.

 

Naast het verder afstemmen van het openbaar vervoer op de bedrijfswereld is carpooling en het bijgevolg verhogen van de bezetting van de auto een makkelijke manier om het aantal auto's in het woon-werkverkeer te reduceren. Het inrichten en stimuleren van carpoolparkings vormt voor de éénmansbezetting in de wagen en de daaruit volgende files een alternatief.

 

Spirit wil door het autodelen het gebruik loskoppelen van het bezit van een wagen. In wezen komt het er op neer dat je een auto met anderen aankoopt of dat je je bij een commerciële firma aansluit. Zo worden de gemaakte forfaitaire kosten gedeeld. In de grote steden wil Spirit het autodelen promoten door aansluitend op de trein auto's voor een korte periode te verhuren.

 

Een auto is immers een praktisch gebruiksvoorwerp dat bewust en selectief gebruikt moet worden. Autodelen maakt het mogelijk om voor elke verplaatsing het meest geschikte vervoersmiddel te kiezen. Dit leidt automatisch tot een verhoogd gebruik van openbaar vervoer en fiets. De verlaging van gereden autokilometers levert op die manier een schoner leefmilieu en een vermindering van gezondheidsproblemen op. Geparkeerde wagens nemen ook minder openbare ruimte in beslag.

 

De waterstofmotor: Niet alleen het openbaar vervoer is een instrument om de uitstoot van wagens te verlagen. Ook alternatieve energiebronnen worden steeds meer legio in de autoassemblage. Zo zijn de meeste autoconstructeurs ervan overtuigd dat deze technologie de energiebron van de toekomst is. Een aantal van hen hebben al wagens ontwikkeld die zo de openbare weg op kunnen. De auto van de toekomst zal dus een elektrische wagen worden, maar dan één zonder batterijen, want die rol wordt overgenomen door waterstof.

 

Spirit wil als innovatieve partij deze innovatie ondersteunen en versnellen. Door bijvoorbeeld de accijnzen op waterstof de eerste 10 jaar te verlagen zorgen we ervoor dat de waterstofmotor even concurrentieel is als die op benzine of diesel. Rekening houdend met de slinkende reserves aan petroleum en de kwalijke gevolgen van een 'olie-economie' kunnen we een fundamentele keuze over onze brandstoffen niet langer uit de weg gaan.

 

Waterstof als energiebron hoeft zicht dan ook niet te beperken tot de gemotoriseerde sector, maar is in principe overal inzetbaar.

 

Mobiliteitswinkels : Eén van de redenen waarom autorijders geen gebruik maken van de beschikbare (duurzame) vervoerwijzen is dat zij niet altijd op de hoogte zijn van alternatieve oplossingen. En als zij dat al zijn, dan weten zij nog niet hoe het werkt. Volgens Spirit is het noodzakelijk dat zij op de hoogte worden gebracht van de mogelijkheden om naar het werk te reizen per collectief vervoer, per fiets, per carpool, te voet etc.

 

Specifieke informatieverschaffing op de werkplek en op publieke plaatsen moeten verder gestimuleerd worden. Via de digitale weg of via fysieke informatiepunten kunnen de mensen een informatiepakket op eigen maat samenstellen.

 

Naar analogie met de werkwinkels, moeten er ook mobiliteitswinkels opgericht worden in de centrumsteden.

 

En waarom geen mobiele mobiliteitswinkels die de landelijke gebieden doorkruisen? De doortocht van de mobiliteitswinkel zou bijvoorbeeld een ideale gelegenheid zijn om een gemeentelijke infodag te organiseren over mobiliteit. Meteen krijgen de overheden en vervoersmaatschappijen zicht op de verwachtingen van de mensen.

 

HOMOGENE BEVOEGDHEDEN

 

 

Het forum voor de verdere uitbouw van de federale staat, dat in het federale regeerakkoord voorzien is, dient na de verkiezingen zijn werkzaamheden aan te vatten. Naast de uitdrukkelijk in het federale regeerakkoord vermelde materies, zal dit forum zich wat betreft de grotere structurele coherentie van de federale, gemeenschaps- en/of gewestelijke bevoegdheden o.m. ook moeten buigen over de volgende aangelegenheden die aansluiten bij de inhoudelijke voorstellen van het spirit- verkiezingsprogramma :

 

•  leefmilieu: wat betreft de milieufinanciering en de toepassing van het "de vervuiler betaalt"-beginsel moeten de gewesten door een bijkomende bevoegdheid inzake het prijsbeleid kunnen instaan voor de internalisering van de milieukosten.

 

•  creatieve economie:

- alle bevoegdheden voor wetenschap, technologie, innovatie en economie moeten op het niveau van het Vlaamse Gewest worden gebracht;

- wij vragen de overheveling van de bevoegdheid rond octrooibescherming naar het gewestelijk niveau.

 

•  cultuur:

- de gemeenschappen dienen bevoegd te worden voor de bij het cultuur- en mediabeleid

aansluitende intellectuele eigendomsrechten;

- de federale culturele instellingen moeten voor spirit overgedragen worden naar de Vlaamse en Franse gemeenschappen, die zullen instaan voor een co-communautair beheer ervan.

 

•  bruisende en interculturele steden: voor een samenhangend stedenbeleid is het noodzakelijk dat de gewesten over alle bevoegdheden terzake beschikken, inclusief de bevoegdheid om te onteigenen en zeggenschap over de huurwetgeving voor private woningen.

 

•  mobiliteit:

- spirit vraagt een snelle defederalisering van de verkeerswetgeving

- de regionale spoorlijnen moeten door de gewesten kunnen beheerd worden.

- het beheer van de luchthaven van Zaventem wordt aan het Vlaamse Gewest overgedragen

- wij vragen tevens de overheveling van de volledige reglementering i.v.m. de binnenvaart

 

•  onderwijs: de weinige bevoegdheden inzake onderwijs die nog federaal zijn, met name het vastleggen van het begin en het einde van de leerplicht en de minimale voorwaarden inzake diploma's, dienen aan de gemeenschappen overgedragen te worden.

 

•  binnenlands beleid:

- de deelstaten moeten in staat gesteld worden om binnen hun bevoegdheden een eigen grondwet aan te nemen.

- de taalfaciliteiten worden afgeschaft

- de organisatie van de lokale verkiezingen gebeurt volledig door de gewesten

- het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde wordt gesplitst

 

•  sociaal beleid en welzijn:

- de kostencompenserende sociale zekerheid (kinderbijslagen, gezondheidszorg en ziekteverzekering) worden overgeheveld naar de gemeenschappen, zowel wat de inkomsten als de bestedingen betreft.

- het justitiële welzijnsbeleid wordt een bevoegdheid van de gemeenschappen